cultuur

Onverschillig Westen is grootste bedreiging voor gelovigen

Door Gerry van der List - 22 augustus 2014

Het fanatisme van godsdienstige extremisten, zoals die van IS, is een enorme bedreiging voor het religieuze erfgoed. Maar het grootste gevaar komt van de seculiere onverschilligheid in de Westerse samenlevingen.

Over Frans Timmermans wordt de laatste weken vooral in lovende bewoordingen gesproken door zijn optreden in de MH17-crisis. Toch kan de PvdA-minister van Buitenlandse Zaken opmerkelijk kortzichtig zijn.

Zo liet hij begin juli de Tweede Kamer weten een onderzoek naar christenvervolging in het Midden-Oosten overbodig te achten. Christenen in Irak, voegde de bewindsman er relativerend aan toe, hadden het misschien ‘niet gemakkelijk’, maar ‘hun rechten zijn grondwettelijk beschermd’.

Ontheiliging

Een aantal weken geleden zag Timmermans zich gedwongen zijn mening enigszins te herzien. In antwoord op schriftelijke Kamervragen sprak hij zich uit tegen het geweld van terreurorganisatie IS tegen christenen en andere minderheden in Irak.

Christenen zijn inderdaad op de vlucht voor de moordzuchtige islamitische bende die andersdenkenden systematisch vervolgt en elimineert. En dan te bedenken dat in Nederland demonstraties worden gehouden met steunbetuigingen voor deze religieuze terroristen.

IS is niet alleen genadeloos als het gaat om mensenlevens. De soennitische moslimextremisten leven hun agressie ook uit op cultuuruitingen die hun onwelgevallig zijn. Veel religieus erfgoed is door hun toedoen al verloren gegaan. Het vermeende graf van de profeet Jona in Mosul zou met een sloophamer zijn bewerkt, sjiitische moskeeën zijn opgeblazen, christelijke kerken ontheiligd.

Tegenstanders

De terroristen proberen hun tegenstanders zo hard mogelijk te treffen. En dat kan onder meer door het kapotmaken van heiligdommen waarmee gelovigen zich sterk verbonden voelen. Wie wil weten hoe belangrijk een gebouw kan zijn voor de religieuze beleving, hoeft zich maar even te verdiepen in de geschiedenis van het jodendom. De Joden treuren al bijna twintig eeuwen om de verwoesting van hun tempel door de Romeinen in het jaar 70.

De aanval van IS op gebedshuizen roept herinneringen op aan de Taliban. De islamitische guerrillabeweging was in 2001 in Afghanistan een maand bezig met het opblazen van twee enorme Boeddhabeelden. Een koelbloedige afrekening met een uiting van een godsdienstige cultuur die niet paste in een moslimstaat.

Heel bewust

Het lot van de heiligdommen in Irak en de Boeddhabeelden in Afghanistan staat niet op zichzelf. In de geschiedenis kwam het vaak voor dat religieuze plekken werden beschadigd of vernietigd. Soms heel bewust, zoals bij de Kruistochten, die een strijd betekenden met een concurrerende godsdienst. Een andere keer meer als een soort collateral damage, een schade als neveneffect van een oorlog, zoals bij de verwoesting van moskeeën tijdens de recente bombardementen door Israël in de Gazastrook.

Sommige regimes hebben godsdienst tot staatsvijand verklaard, met de sluiting van godsdienstige gebouwen als logisch gevolg. De Russische president Vladimir Poetin sprak onlangs zijn steun uit voor de plannen om twee historische kloosters in Moskou te herbouwen. Dat waren belangrijke religieuze oorden die door de leiding van de principieel atheïstische Sovjet-Unie met de grond gelijk zijn gemaakt, zoals zoveel religieuze gebouwen.

Mikpunt

Open Doors, een stichting die zich inzet voor vervolgde christenen, registreerde vorig jaar wereldwijd een aantal van 3.641 vernielde kerken en christelijke eigendommen. Nigeria staat op de eerste plek van de zwarte lijst. In het Afrikaanse land zijn christenen en hun gebouwen voortdurend het mikpunt van aanslagen van moslimfundamentalisten.

Hoe gespannen de relatie tussen islam en christendom vaak is, maakte sjeik Abdul Aziz bin Abdullah twee jaar geleden duidelijk. De grootmoefti van Saudi-Arabië verklaarde het toen noodzakelijk om alle kerken in zijn regio te vernietigen. Maar de islam is zeker niet de enige boosdoener. Dit voorjaar werd bekend dat Chinese autoriteiten 64 kerken in de provincie Zhejiang hadden vernietigd.

Mooie traditie

Vooral het CDA blijft aandacht vragen voor de vervolging van christenen en de vernietiging van religieuze gebouwen. Maar heel serieus lijkt het kabinet-Rutte dit probleem niet te nemen. Het toont zich meer bezorgd om de positie van transgenders en biseksuelen in het buitenland.

Nederland koestert graag het imago van een verdraagzaam land met een mooie traditie van godsdienstvrijheid, van een natie die slachtoffers van religieuze onderdrukking onderdak bood. Dit is een te idyllische voorstelling van zaken. Wij hadden ook een soort Taliban. Zij heetten protestanten.

Het is nu moeilijk meer voor te stellen met welke verbetenheid de uitzinnige volgelingen van Johannes Calvijn in de zestiende eeuw in rooms-katholieke kerken de boel kort en klein sloegen. Het was vooral van augustus tot en met oktober 1566 dat zij beelden, doopvonten, orgels, schilderijen en tal van andere fraaie kostbaarheden vernielden of roofden. De Beeldenstorm was in de Lage Landen een ongekende eruptie van religieus gelegitimeerd cultuurbarbarisme.

Dwingelandij

Daarna zijn de Nederlandse rooms-katholieken nog eeuwenlang achtergesteld. Zo werden zij veroordeeld tot het vieren van missen in schuilkerken. Tot 1983 gold zelfs nog een grondwettelijk verbod op processies. Maar katholieken hebben nu te maken met een andere bedreiging dan calvinistische dwingelandij. Net zoals protestanten lijden zij onder de secularisering.

De ene na de andere kerk moet de deuren sluiten – een structurele trend waarvan het eind nog lang niet in zicht is.

Kerkgenootschappen richten zich hoopvol tot de overheid met het verzoek om steun bij het op zijn minst enigszins afremmen van deze fysieke ontkerkelijking.

Maar het is begrijpelijk dat ze vanwege het beginsel van de scheiding van kerk en staat op weinig bijstand mogen rekenen. Als het aantal gelovigen dramatisch slinkt, is het niet meer dan logisch dat hun gebouwen tegen de vlakte gaan of een andere bestemming krijgen.

Verarming

Het is niet nodig om zelf religieus te zijn om dit een verarming te vinden. Kerken en andere heiligdommen hebben een maatschappelijke waarde die uitstijgt boven hun directe betekenis voor gelovigen. Alleen al in esthetisch opzicht. In een steeds moderner, eenvormiger stedelijk landschap betekent de teloorgang van lieux de mémoire, plekken waar het collectieve geheugen van een samenleving wordt opgeslagen, een aderlating.

Zelfs een uitgesproken atheïst kan aangenaam getroffen zijn als hij bijvoorbeeld door de Haarlemmerstraat in Leiden slentert en in deze troosteloze winkelstraat naast de HEMA en Etos de fraaie Hartebrugkerk ontwaart. Met open deuren, zodat het winkelend publiek desgewenst even kan genieten van een stil moment in een gewijde sfeer en een kaarsje kan opsteken voor een dierbare overledene.

Eenvoudig kerkje

De waardering voor het sacrale komt mooi tot uitdrukking in Church Going, een van de melancholieke gedichten van Philip Larkin (1922-1985). De ongelovige Brit vertelt over zijn bezoek aan een eenvoudig kerkje waar hij bevangen wordt door eerbied: ‘A serious house on serious earth it is.’ Het is moeilijk voor te stellen, zegt Larkin dan, dat zo’n bijzondere schuilruimte voor het vinden van rust en geestelijke verheffing tot uitsterven gedoemd zou zijn.

Toch zullen er nog vele ernstige huizen op ernstige grond verdwijnen. Vooral door de grootste bedreiging voor het religieus erfgoed naast het fanatisme van godsdienstige extremisten en de vernietigingsdrang van goddeloze politieke bewegingen: de seculiere onverschilligheid van de ontkerstende samenlevingen in het Westen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.