cultuur

De kracht van Händel, componist van een andere wereld

Door Joost Galema - 26 februari 2015

Lange tijd leken de opera’s van Georg Friedrich Händel vergeten, maar ze staan weer in de aandacht. ‘Zijn noten raken ons diep in het hart.’

De Italiaanse mezzosopraan Cecilia Bartoli slaakt een lange zucht van verrukking wanneer de naam van componist Georg Friedrich Händel (1685-1759) ter sprake komt. ‘Zijn opera Alcina,’ zegt ze, ‘is van onaardse schoonheid, dat laat zich met niets vergelijken.’

Vorig jaar zong ze in Zürich de rol van de tovenares die mannen naar haar magische eiland lokt, hen verleidt en daarna verandert in wilde dieren, beekjes en rotsen. Deze week is het werk te horen en te zien in Amsterdam, met een andere Händel-opera Tamerlano.

Menselijke ziel

Hoogtepunt uit Alcina is wat Bartoli betreft de klaagzang ‘Ah! mio cor!’ – Oh, mijn hart – een dertien minuten lange aria waarin de tovenares haar woede en verdriet over een verloren liefde bezingt. ‘Elk lied in Alcina is een meesterwerk op zich,’ vindt Bartoli. ‘Alsof je langs een tentoonstelling loopt met alleen maar schilderijen van Leonardo da Vinci. En ‘Ah! mio cor!’ is dan natuurlijk de Mona Lisa.

Nooit sneden Händels noten dieper in de menselijke ziel. Een man vertelde me eens dat hij deze aria aan zijn geliefde liet horen op de avond van hun eerste ontmoeting. Na een paar minuten luisteren, rolde ze zich op de bank op en begon onbedaarlijk te huilen. Zo’n anekdote zegt veel over de kracht van Händel. Bijna drie eeuwen nadat hij deze noten opschreef, raken ze ons nog diep in het hart.’

Toch is het nog niet zo lang geleden dat Händels 42 opera’s stof lagen te verzamelen in archieven en bibliotheken. Niemand keek ernaar om. Neem de derde druk van het standaardwerk Elseviers Groot Operaboek, uit 1968.

Korset

Daarin beschrijft deskundige Leo Riemens zo’n 250 opera’s van een kleine 100 componisten, maar niets van Händel. Voor zover operahuizen zich in zijn muziek verdiepten, vonden ze die te uitgesponnen en de verhalen te dun. In hun ogen sleepte de handeling zich eindeloos voort.

In zekere zin was dat waar, want in die jaren werden de muzikaal zo wendbare barokopera’s op het toneel gezet door grote en logge orkesten en dito stemmen, alsof je met een lange vrachtwagen manoeuvreert door de stegen van een middeleeuwse binnenstad: dat staat meer stil dan dat het rijdt.

De opkomst van de oude-muziekbeweging bracht een revolutie teweeg. Die stroming wurmde de barokopera niet in een modern korset, maar streefde ernaar de stukken uit te voeren zoals ze in de achttiende eeuw waren gezongen, op instrumenten uit die tijd.

Zombies

En zie, plotseling kwam er leven in opera’s en figuren die tot dan toe lomp als zombies over het toneel zwalkten. Het leidde tot een ongekende renaissance. Alleen in Europa zijn er dit kalenderjaar van Händels opera’s in 43 steden 264 voorstellingen in 57 producties.

Aan die opleving dragen ook inventieve regisseurs bij die bereid zijn zich te verdiepen in Händels theatrale taal.

‘De muziek blijkt sterk genoeg,’ vindt Pierre Audi, directeur van De Nationale Opera. ‘Er bestaat een neiging om achttiende-eeuwse opera’s overdadig aan te kleden, maar dat is vaak onnodig.’

De enscenering van Tamerlano, die Audi eerder bedacht voor het authentieke baroktheater van het Zweedse lusthof Drottningholm, bestaat uit nauwelijks meer dan een leeg toneel. ‘Händel is een meester in het gebruik van de stem,’ zegt de regisseur. ‘Daarmee legt hij het karakter en gevoelsleven van zijn personages bloot in alle kleuren die we ons kunnen voorstellen. Je zit meteen in hun ziel. Wat dat betreft is Händel de William Shakespeare van de opera.’

Händels Hits

Vijf aria’s ter introductie op Händel:

1. ‘Ah! mio cor!’ uit Alcina, klaagzang over een verloren liefde.

2. Duet ‘Son nata a lagrimar’ uit Giulio Cesare, moeder en zoon treuren om dood man en vader.

4. Duet ‘Io t’abbraccio’ uit Rodelinda, ik omhels je, zingen de twee geliefden.

5. ‘Scherza infida’ uit Ariodante, de titelheld denkt dat zijn geliefde hem bedrogen heeft.

Lange schaduw

De van oorsprong Duitse Händel vierde zijn grote successen in Londen, waar hij de Italiaanse opera tot grote hoogten stuwde in de eerste helft van de achttiende eeuw. In die tijd waren de zangers de baas, en de componisten hun voetveeg. Zij schreven aria’s als een maatpak voor de stem van hun sterren.

Dit maatwerkprincipe is ook een reden dat zoveel barokopera’s in de vergetelheid raakten. Het ontbrak veel componisten simpelweg aan een eigen stijl. ‘Maar Händel was van een andere wereld,’ zegt de Argentijnse countertenor Franco Fagioli, die momenteel zingt in de opera Riccardo Primo in Karlsruhe. ‘Hij stemde zijn aria’s weliswaar af op de sterzangers, maar wist er als kunstenaar nog bovenuit te torenen. Je herkent zijn handtekening meteen.’

De reus Händel werpt dan ook een lange schaduw over de opera’s van zijn tijdgenoten, die blijven worstelen met de vergetelheid. Alleen de Italiaan Antonio Vivaldi weet zich nog enigszins staande te houden in de Europese operahuizen met 41 voorstellingen (11 producties) in 11 steden dit jaar. De anderen moeten het doen met de resten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.