cultuur

Altoos? Mokkels? Maarten ’t Hart houdt oude begrippen levend

Door Lucas Gasthuis - 25 maart 2015

Het woordenboek geeft Maarten ’t Hart altijd gelijk. Soms heb je bij hem het gevoel dat je in een jongensboek uit de jaren vijftig verzeild bent geraakt.

Al meteen aan het begin heb je als lezer de neiging het woordenboek te pakken. In de proloog van zijn laatste boek Magdalena schrijft Maarten ’t Hart dat hem iets begroot. ­Begroten? Maar het klopt. De zegswijze ‘Het begroot mij’ betekent hetzelfde als ‘Het spijt me’.

Het woordenboek geeft ’t Hart altijd gelijk. Het zijn alleen nogal ouderwetse uitdrukkingen die hij bezigt. Niet zelden ontleend aan de Bijbel die de, uit een gereformeerd milieu afkomstige, schrijver zo goed kent.

Kleine luiden

Zijn succesvolste boek, Een vlucht regenwulpen (1978), vereist voor een goed begrip eigenlijk grondige kennis van de Heilige Schrift. Zo wordt van de moeder van de hoofdpersoon gezegd dat ‘ze als Henoch met God wandelde’. Weinig lezers zullen weten dat dit een verwijzing is naar een voorvader van Noach uit Genesis 5:24, die zijn hoge leeftijd aan een intieme omgang met de Heer te danken had.

De moeder speelt opnieuw een centrale rol in Magdalena. Een aparte vrouw die wordt geobsedeerd door de waangedachte dat haar man steeds op jacht is naar ‘mokkels’. Het is zo’n ouderwets, volks woord van de kleine luiden waar ’t Hart dol op is. Hij gebruikt het liefst 31 maal (leve de e-reader).

Soms heb je bij ’t Hart het gevoel dat je in een jongensboek uit de jaren vijftig verzeild bent geraakt en moet je een beetje giechelen. Maar het is ook wel mooi dat hij oude begrippen levend houdt. Want bij welke andere schrijver lees je over ‘altoos ernstig bebrilde lieden’?

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.