cultuur

Celebs zien toneel als test: ‘Haar naam verkoopt de zaal uit’

Door Irene Start - 24 maart 2015

Toneelgroep Amsterdam strikte de Franse filmster Juliette Binoche voor de internationale co-productie ‘Antigone’, binnenkort te zien in Nederland. ‘Haar naam verkoopt de zaal uit.’

In de grote zaal van het Grand Théâtre de la Ville de Luxembourg klinken Duits, Engels en Nederlands door elkaar. De ogen van regisseur Ivo van Hove (56), directeur van Toneelgroep Amsterdam (TA), schieten alle kanten op. Hij beent van de techniektafel naar het podium, geeft instructies, luistert naar de acteurs.

Juliette Binoche komt op als Griekse tragedieheldin Antigone. Achter haar wordt op de enorme achterwand een film geprojecteerd waarin ze door een zandvlakte wandelt. De scène is dramatisch, want ze gaat haar broer Polyneikes begraven, maar er dreigt een valse start.

De video loopt niet synchroon met het geluid, de opkomst is verkeerd getimed. Binoche is niet tevreden over de manier waarop ze het lijk van Polyneikes, die een uur geduldig op de grond ligt, moet balsemen.

Ontdekkingsreis

Het is een repetitie van schaven aan details. ‘Dat hoort erbij,’ zal de Franse actrice later schouderophalend zeggen. ‘Als acteur ben je altijd onderdeel van een team.’ Van Hove: ‘Na zo’n technische repetitie komen er altijd voldoende speelscènes waarin je als acteur alle registers kunt opentrekken. Toneel maken is geen dissertatie schrijven, alles draait om hoe acteurs op elkaar reageren. Regisseren is als een ontdekkingsreis, die doorgaat tot de première.’

De regisseur, die nu zelf in het Wyndham’s Theatre in Londen triomfen viert met het toneelstuk A View from the Bridge (daar tot en met 11 april te zien) is er niet mee bezig dat Binoche even iets beroemder is dan de rest van de cast. Al merkt hij het buiten het theater wel. ‘Als ik met Juliette over straat loop, herkent iedereen haar.’

Antigone werd geïnitieerd vanuit het Londense theater The Barbican, dat vaker producties met filmacteurs in de hoofdrol heeft. De organisatie adviseerde Binoche eens met Van Hove te gaan praten. Vervolgens stapten – naast het Grand Théâtre en TA – nog drie partners in het project.

‘Dat ze Ivo wilden, is een bewijs van zijn internationale status, positie én onze aanwezigheid als gezelschap in het buitenland,’ zegt TA’s adjunct-­directeur Wouter van Ransbeek (37). ‘We hadden vorig jaar 70 speelbeurten in het buitenland, versus 150 in Amsterdam en 80 in de rest van Nederland.’

On the road

Dat TA ook in het project stapte, past in een wereldwijde trend. Grootschalige theaterproducties als deze zijn te kostbaar geworden voor één producent, er zijn soms wel tien culturele instellingen bij betrokken.

Het voordeel van meer investeerders is evident: meer geld. Van Ransbeek: ‘Bij Antigone zijn de totale kosten wel 2 à 3 ton hoger dan normaal, en dat zit hem echt niet in de acteurs. Het stuk wordt honderd keer gespeeld, van Luxemburg tot Washington D.C. Wat deze productie ook duur maakt, is dat The Barbican en het Grand Théâtre van huis uit geen producerende theaters zijn, iedereen wordt ingehuurd.’

Maar is het ook niet ingewikkeld? Alleen al logistiek: voor Antigone repeteerde de Britse cast eerst in Londen, verkaste daarna naar Luxemburg om vervolgens tien maanden on the road te zijn om elk land een eigen première te bezorgen. In Nederland en Vlaanderen is het stuk slechts acht keer te zien: in de Singel, Antwerpen, van 1 tot en met 4 april, in de Amsterdamse Stadsschouwburg van 15 tot en met 18 april.

Nomadisch bestaan

Van Hove is wel gewend aan wat hectiek en een nomadisch bestaan en vindt het heerlijk om dan weer in New York, dan weer in ­Parijs te zitten. Ook Binoche ziet geen bezwaar: toen het gezelschap in Londen repeteerde, reisde ze elk weekeinde met de trein terug naar Frankrijk.

Dat grootschalige theaterproducties een steeds langere lijst internationale co-producenten krijgen, is niet uniek voor TA. Ook het Holland Festival, dat op 30 mei opent, heeft veel partners. ‘De namen worden steeds bloemrijker,’ zegt Annet Lekkerkerker (50), zakelijk directeur van het Holland Festival. ‘Co-commissioner, partner, co-producent; de titel geeft de mate van je betrokkenheid weer.’

Muis

Van de 45 grote producties op het podiumkunstenfestival zijn er tien die zonder verscheidene internationale co-producenten niet mogelijk waren geweest. ‘Onze bijdragen zijn niet heel groot en liggen tussen de 10.000 en 35.000 euro. Het Holland Festival mag het grootste podiumkunstenfestival van Nederland zijn, interna­tionaal zijn we een muis.’

Maar wel een muis die wil meekomen en geen ‘slappe aftreksels van stukken wil brengen zonder de originele cast’. Eén keer pakte de organisatie flink uit, met een investering van 100.000 euro voor The Life and Death of Marina Abramovic door Robert Wilson in 2012. ‘En dat was maar 9 procent van het totale maakbudget, dus dat zegt wel iets over het geld dat daarin omgaat.’

Een grote naam kan kostbaar zijn. Dat maakt dat serieus moet worden afgewogen: wel of geen ster in de cast. Met Binoche, voor wie TA niet de hoofdprijs zegt te hebben betaald, denkt het gezelschap een groter publiek te bereiken dan gebruikelijk. ‘Alleen haar naam verkoopt de zaal uit,’ zegt Van Ransbeek.

Volgens Van Hove profiteert niet alleen de productie van een grote naam, maar ook de acteur zelf: ‘Veel filmacteurs zoeken het theater op omdat ze het als proeve zien van vakmanschap. Bij het opnemen van een film wordt geknipt en geredigeerd, op toneel is alles live. Het is de ultieme test.’

‘Nee, het is niet makkelijker om deze voorstelling te doen als je beroemd bent, integendeel. Ik sta hier in een Engelstalige productie – niet mijn moedertaal – tussen Britse, Schotse en Ierse acteurs met Shakespeare in hun genen en voel me helemaal geen ster. Antigone van Sophocles is mijn allereerste Griekse tragedie. Zelfs thuis in Frankrijk heb ik nooit klassiekers gespeeld, behalve op de toneelschool dan,’ zegt de Franse actrice Juliette Binoche (51).
‘Hoe ik over die zenuwen heen kom? Repeteren! Het leren van een script hoort bij je vaardigheden als acteur. Het zijn lange lappen tekst die ik als Antigone uitspreek. Maar als ik dit niet zou aankunnen, dan zou ik niet erg ver zijn gekomen als actrice. Bovendien is deze vertaling door de Canadese dichteres Anne Carson prachtig, ik voel me er echt door opgetild en meegevoerd. De woorden krijg je, maar als acteur moet je de essentie ervan naar voren brengen – ze een ziel geven.
‘Het verschil tussen film en toneel is kleiner dan mensen denken. Ik ben een getrainde acteur, dus ik kan emoties keer op keer oproepen. Of het nu voor een camera is of live op het toneel, het is voor mij niet wezenlijk anders.
‘Ik ontmoette Ivo van Hove voor het eerst bij een lunch, toen was voor mij al wel duidelijk dat ik dit wilde doen. Even spraken we over ­Medea, maar ik vond Antigone aantrekkelijker. Dat stuk wordt minder opgevoerd, terwijl het zo intens is en vol betekenis. Toen ik achttien jaar was, zag ik het voor het eerst. Ik was enorm onder de indruk. Ik had toen nog geen idee hoe acteren echt zou zijn, maar ik wilde het van harte ervaren.’
Antigone is het kind uit een relatie tussen Oedipus en zijn moeder Iokaste. Haar broer Polyneikes is vermoord en Antigone wil hem begraven, tegen de wetten in. ‘Ik zie haar als een sterke vrouw in de rouw, met een duidelijk doel voor ogen. Ze is bereid daarvoor haar eigen bloed te offeren. Het is een mythisch verhaal en toch modern. Het gaat over conflicten tussen ouders en kinderen, tussen mens en god.
‘Dit is mijn interpretatie, niet per se die van Ivo. Maar we praten ook niet veel over de invulling. Het gebeurt vooral op de studiovloer en het podium. We zijn dan geconcentreerd aan het werk. Als regisseur en acteur moet je samen het diepe in duiken, durven. Ik ervaar Ivo als heel gefocust. Soms is hij afstandelijk, maar dat is ook goed. Een regisseur moet overzicht hebben.’
Spreekt ze niet veel over de rol om de magie te bewaren? ‘Welnee! Met sommige regisseurs in het verleden had ik juist uitgebreide gesprekken. Met Krzysztof Kieślowski heb ik veel gepraat tijdens de opnamen voor de film Bleu, over een vrouw die haar gezin verliest. Werken met hem voelde licht en helder, terwijl de rol dramatisch en zwaar was. Ik kon er nooit helemaal de vinger op leggen hoe dat zo kon.’
Binoche speelde in Hollywoodproducties, maar ook in arthousefilms en zelfs in een dansvoorstelling. Waarom zoekt ze, na een carrière van drie decennia, toch nog uitdagingen? ‘Ik weet niet of het uitdagingen zijn. Antigone is gewoon een verhaal dat moet worden verteld aan een nieuwe generatie.’ Haar zoon Raphaël en dochter Hana zijn nu 21 en 14 jaar, is het ook voor hen bedoeld? ‘Hm, mijn zoon moet ik altijd het theater in slepen, hij vindt het pas leuk als hij er eenmaal is. Mijn dochter is meer een theaterpersoon, daar zou nog weleens iets uit kunnen komen. Maar ik push niet.’
Het imago van dramatische actrice kleeft aan Binoche. Antigone is wederom niet bepaald een luchtige rol. ‘Ja, wonderlijk zo’n imago, ik heb toch ook tien komedies op mijn naam staan. In plaats van “dramatisch” zou ik eerder het woord “intens” gebruiken.’
Van Hove noemt haar een ‘fantastische ­actrice met een grote emotionele intelligentie. Ze staat heel open en dat is voor mensen uit de film ongewoon.’
Hoe zou ze haar speelstijl zelf omschrijven? ‘Fysiek, ik hou van zweet op het toneel. Alleen mooi spelen, is onvoldoende. ­Acteren is een fantastisch beroep, het is een goed instrument om het echte leven aan te kunnen. Het is een soort repetitie waarin je vast kunt oefenen met grote gebeurtenissen, zoals verlies. Toneel stelt je in staat om meer te weten te komen over jezelf.’

Elsevier nummer 13, 28 maart 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.