cultuur

Een moord en een wonder tijdens de ochtendronde door het park

Door Marijke Hilhorst - 20 maart 2015

Wie aan lente denkt, denkt aan ontluikende liefde, aan flirten op terrasjes en aan wapperende rokjes, aan dartelende lammetjes in de wei en velden vol narcissen. Maar de lente geeft ook veel aanleiding tot onmin, slaande ruzie, moord zelfs. Ik zag het gebeuren, tijdens een ochtendronde in het park.

Het begon met twee meerkoeten-mannen die elkaar op een gruwelijke manier te lijf gingen. Nou lijken meerkoeten altijd al chagrijnig en hebben ze voortdurend iets te kibbelen, maar dit duo had elkaar kennelijk de oorlog verklaard. Ze stormden op elkaar af, hakten er venijnig op los met hun witte snavels, gooiden vervolgens de koppen naar achteren en probeerden met hun langgenagelde poten de borst van de ander open te klieven.

Merelmannen

Op zeker moment vloeide er daadwerkelijk bloed. Dat was nog niet genoeg. Uiteindelijk probeerde de overwinnaar zijn slachtoffer te verdrinken door boven op hem te klauteren en hem onder water te houden.

De strijd ging natuurlijk om een vrouwtje, dat opgewonden krijsend om de twee vechtersbazen heen bleef zwemmen. Het gewelddadige tafereel stemde me niet vrolijk, ook al kwam van dat finale verdrinken uiteindelijk niets. De verliezer wist te ontsnappen en trok zich terug onder overhangend riet.

Terwijl ik doorliep, scheerden vlak voor mijn voeten gillend drie merelmannen achter elkaar aan. Bij de slootkant kwam het tot een kort maar krachtig snavelgemeen waarbij één van de vogels een veer verloor. Daar bleef het bij. Ook dit keer ging het om een dame, denk ik.

Vreedzaam einde

Gelukkig werd ik op dat moment afgeleid door een kwinkelerend roodborstje. Niet lang. Nijlganzen kwamen de pret bederven. Als een stel ordinaire marktkooplui zetten ze zich boven op een afgeknotte boom en begonnen daar schreeuwend hun waar aan te prijzen.

Nou moet ik eerlijk toegeven dat nijlganzen toch al niet tot mijn favorieten behoren met hun donker omrande, boze ogen en hun niet aflatende druktemakerij.

Interessant, en niet alleen vanwege het even mysterieuze als vreedzame einde, was vervolgens de strijd om een solitaire boom aan de rand van het grote veld. In dit geval was de inzet niet een vrouwtje, maar de mogelijke broedplaatsen die de nog kale boom bood.

Holen, die zowel door een vaste kolonie kauwen als door een brutale bende halsbandparkieten werden begeerd. Beide groepen telden zo’n 25 tot 30 vogels, schatte ik, en allebei maakten ze, elk op hun eigen wijze, een hels kabaal.

Wonder

De zwarte en de groene horde belaagden elkaar in de vlucht, daarbij acrobatische toeren uithalend, om als een ongeregeld zootje in de bevochten boom te landen, waar ze, kriskras door elkaar heen, op verschillende takken even uitrustten, tegelijk weer opvlogen, zich in de lucht hergroepeerden, kerend remden, en weer vaart maakten om opnieuw aan te vallen. Dit tafereel herhaalde zich een paar maal, zonder dat een van de partijen duidelijk op winst kwam.

Tot zich plots een wonder voltrok.

Het was alsof een hogere macht een kaarsrechte grens trok die de boom van kruin tot wortel doormidden deelde. De felgroene parkieten namen als op commando het rechterdeel van de boom in beslag, de zwarte kauwen verspreidden zich op de takken van de linkerhelft. Afgaand op de stilte die volgde, verbaasde het hen zelf ook. Tot even later beide partijen het luchtruim kozen, uitzwermden en iets voor zichzelf gingen doen.

Elsevier nummer 13, 28 maart 2015

Schokkend

De laatste ervaring deze lenteochtend was het schokkendst. Hier was niets te bevechten, het ging niet om de gunst van een wijfje, noch om nestruimte of voedsel. Het was een klassiek geval van zinloos geweld. Vier kraaien sloegen eensgezind, zomaar, een duif uit de lucht, hakten er op de grond fanatiek op in tot er van de duif niet veel meer over was dan een bloederig vod, en vlogen er toen eensgezind vandoor.

Er bestaat een veel vroegere waarneming van dergelijk geweld. Judith Herzberg, die aan het park woont, schreef het gedicht ‘Vondelpark 1987’. ‘Hardere vogels nemen het over./ ­Eksters kraaien papegaaien/ de tijd van lijsters merels nachtegalen/ lijkt voorbij; waarom juist nu/ waarom won eerder in de wereld van dit park het kwelen?/ Als degens klieven zij/ de lieve lucht. Stelen/ de kleine gespikkelde eitjes en/ krijsen. Klieven en krijsen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.