cultuur

Jij of u: waarom toch dat gehannes met de aanspreekvorm?

Door Lucas Gasthuis - 05 maart 2015

Het ­informele ‘jij’ wint snel terrein, wat alles te maken heeft met veranderende gezagsverhoudingen. Elsevier houdt het liever bij ‘u’.

Hij kan het flirten niet laten. Toen Jeroen Pauw in zijn programma 5 jaar later ­Jolande Sap te gast had, merkte hij dat hij de vroegere leider van GroenLinks afwisselend met ‘jij’ en ‘u’ aansprak. De interviewer gaf er meteen een verklaring voor. Door te vousvoyeren wilde hij een objectieve afstandelijkheid uitstralen, maar omdat hij zo’n leuke vrouw tegenover zich had, tutoyeerde hij af en toe. Sap glunderde na dit compliment.

Het is een permanent gehannes met aanspreekvormen in het Nederlands, een probleem dat Engelstaligen niet kennen. Programmamaker Wim T. Schippers maakte er in de jaren tachtig een gewoonte van om in zijn radioshow gasten met ‘joe’ aan te spreken, maar dit gebruik heeft geen navolging gekregen.

Jovialer

De taalkundige Hanny Vermaas bestudeerde de evolutie van aanspreekvormen sinds de Middeleeuwen en kwam tot de
– weinig verrassende – conclusie dat de laatste halve eeuw het ­informele ‘jij’ snel terrein won. Wat alles te maken heeft met veranderende gezagsverhoudingen. Ook veel Nederlanders met een bijzondere status laten weten graag getutoyeerd te worden.

Niet alleen interviewers worstelen met de aanspreekvorm. Zo is het voor tijdschriften de vraag hoe ze zich moeten richten tot hun doelgroep. Elsevier spreekt potentiële abonnees met ‘u’ aan, terwijl de toon van Elsevier Juist in advertenties jovialer is: ‘Zo blijf je goed op de hoogte!’ Jammer dat Schippers met zijn ‘joe’ geen school heeft gemaakt. Dat had ons veel gepieker bespaard.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.