cultuur

Onverminderd populair: schijven over de eigen familiegeschiedenis

Door Marijke Hilhorst - 26 maart 2015

Wat telkens weer verrast, is hoe verschillend het genre kan worden benaderd. Levens kunnen, zo blijkt, ook heel treffend en beeldend worden beschreven aan de hand van een verzameling voorwerpen.

Dat het schrijven over de eigen familie een onverminderd populaire bezigheid is, bewijst het succes van de Dag van de familiegeschiedenis die het Nationaal Archief en het Centraal Bureau voor Genealogie op zaterdag 11 april alweer voor de tiende keer organiseren.

Deelnemers leren daar de eerste stappen te zetten in de zoektocht naar hun voorouders, professionele schrijvers geven workshops over hoe zij zelf te werk zijn gegaan, vertellen iets over techniek, waarschuwen voor mogelijke valkuilen en wijzen op geschikte bronnen.

Wat mij telkens weer verrast, is hoe verschillend het genre kan worden benaderd. Levens kunnen, zo blijkt, ook heel treffend en beeldend worden beschreven aan de hand van een verzameling overgeleverde Japanse sierknopen, tuinen, honden die in de familie waren, of recepten die van generatie op generatie zijn doorgegeven.

Idyllisch

Heel inspirerend vond ik zelf de aanpak van Elizabeth von Arnim (1866-1941). Deze flamboyante societyfiguur werd zo beroemd met haar debuut dat daarna bij elke nieuwe titel die verscheen – en dat waren er 22 – werd vermeld dat zij de auteur was van Elizabeth and her German Garden. In 1936 publiceert ze haar memoires, All the Dogs of My Life, waarin de honden die haar gezelschap hielden de hoofdrol krijgen toebedeeld.

Op vijfjarige leeftijd krijgt ze haar eerste hondje, Bijou, cadeau van de man die haar zuster het hof maakt. In de loop van haar lange leven volgen er nog dertien.

Van hond tot hond springend vertelt ze over haar idyllische periode in Pommeren, waar ze met haar eerste echtgenoot graaf Von Arnim woont en tuiniert, over de minder gelukkige jaren in Londen na zijn dood, hoe ze geniet van de eenzaamheid in het huis dat ze in de Zwitserse bergen laat bouwen, hoe ze de Eerste Wereldoorlog doorkomt en een tweede, tamelijk desastreus, huwelijk sluit, om daarna weer alleen, met de honden, te eindigen.

Ook netsukes blijken geschikt om een familiegeschiedenis aan op te hangen. De Brit Edmund de Waal besloot op onderzoek uit te gaan toen hij een collectie van 264 van deze Japanse sierknopen erfde.

Het resulteerde in The  Hare with Amber Eyes, een waanzinnig boeiend verhaal dat anderhalve eeuw beslaat en gaat over de opkomst en ondergang van een Joodse dynastie, het geslacht Ephrussi, over verlies en diaspora, de overlevering en het overleven van objecten.

Trouwhartig

De Waal behoort tot de vijfde generatie nazaten als hij de verzameling erft en in De haas met de amberkleurige ogen beschrijft hij derhalve ook zijn eigen verhaal. Hij blijkt een begenadigd schrijver, maar was al een beroemd keramist. Op zijn zeventiende ging hij naar Japan om het pottenbakken te leren en daar stelde hij zich voor het eerst de vraag of voorwerpen herinneringen kunnen bevatten. Dit boek geeft een overtuigend positief antwoord op die vraag.

Er zullen niet veel mensen zijn die een zo omvangrijke en kostbare verzameling netsukes erven, maar een kookboek zit er vaak wel in.

In 1774 kreeg de Zutphense Louise toe Water geb. Van der Muelen, waarschijnlijk ter gelegenheid van haar huwelijk, een handgeschreven kookboek cadeau met op het schutblad een opdracht van ‘De Nieuwerwetsche en spraaksame Keuken-Meid, in het Geldersch gekleed, niet snuijvende rookende, nog sweetende, maar een aangename geur van sig gevende,’ die haar diensten aanbiedt en plechtig belooft Louise ‘ten allen tijde in het berijden van smaekelijke spijse’ trouwhartig bij te staan.

Huishuidtips

Natuurlijk is deze opdracht gebaseerd op het eerder verschenen en zeer populaire kookboek De Volmaakte Geldersche Keuken-Meyd en moet de grap worden toegeschreven aan de oudste dochter van Louise toe Water, Jacqueline van Löben Sels-van der Muelen.

Het recept voor een ‘lekkere suster’, een soort cake, bevat aanwijzingen dat Jacqueline ook de initiatiefneemster voor het kookboek was. Vervolgens kregen vijf generaties dochters en schoondochters het boek in bezit, die het op hun beurt aanvulden met lievelingsrecepten, middeltjes tegen allerhande kwalen en huishoudtips. Tot 1920. Toen was het vol.

Dit bijzondere boek viel als laatste in de familie toe aan Thera Wijsenbeek-Olthuis. Na haar overlijden bezorgde Marianka Spanjaard een voorbeeldige handelseditie onder de titel Een lekkere Suster en andere heerlijkheden. Hierin vinden we niet alleen een keuze uit de oorspronkelijke recepten, maar ook de geschiedenis van de bezitsters en van tafelmanieren.

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.