cultuur

De Hettieten: oorlogvoerend volk van duizend goden

Door Gerry van der List - 09 april 2015

Turkije heeft een rijke geschiedenis. Het Museum van de Anatolische Beschavingen in Ankara leert veel over de Hettieten.

Ankara staat niet heel hoog op het lijstje van steden die Nederlanders graag nog eens willen bezoeken. De hoofdstad van Turkije trekt een stuk minder dan Istanbul. Toch heeft de wat rommelige, meer dan vijf miljoen inwoners tellende metropool de toerist genoeg te bieden.

Zo is er de Citadel, een op de top van een berg gebouwde burcht met binnen de muren tal van schattige oude huisjes en winkeltjes.

Een bezienswaardigheid is verder het reusachtige grafmonument van Mustafa Kemal Atatürk, de vader van het moderne Turkije die weinig moest hebben van Istanbul en Ankara in 1923 tot hoofdstad uitriep. En het fraaie Cer Modern organiseert exposities van hedendaagse Turkse kunst.

Sporen nagelaten

Groter is het pas gerenoveerde Museum van de Anatolische Beschavingen, dat een indrukwekkende archeologische collectie bezit met topstukken uit heel Turkije. Een paar zijn er tot en met 16 augustus te zien in Enschede, op de expositie Kadınlar in het museum TwentseWelle.

Het Museum van de Anatolische Beschavingen leert veel over de rijke geschiedenis van het gebied Dat nu Turkije heet. Allerlei volkeren kwamen er en heersten er. Zoals de Frygiërs, Lydiërs, Perzen, Grieken en Romeinen. Zij hadden allemaal hun eigen (religieuze) zeden en gewoonten, die hun sporen hebben nagelaten.

Niet zo heel bekend is het volk van de Hettieten. Toch besloeg het Hettitisch Koninkrijk, dat van circa 1700 tot 1200 voor Christus bestond, een omvangrijk gebied dat op het toppunt van zijn macht Centraal-Anatolië, Noordwest-Syrië en een groot deel van Mesopotamië (de kern van het huidige Irak) omvatte. Centrum van de dynastie was Hattusa, een stad die nu Bogazkale heet en in Centraal-Turkije ligt.

Op die plek zijn verscheidene grote archieven gevonden in de vorm van kleitabletten. De schrifttekens werden in de vochtige klei gedrukt, die daarna werd gebakken.

Sculpturen

Toen de Tsjechische taalkundige Bedrich Hrozny een kleine eeuw geleden de taal van de Hettieten had weten te ontcijferen, kwam een unieke historische bron beschikbaar. Ineens kon een blik worden geworpen op een samenleving in het tweede millennium voor Christus.

In de middelste zaal van het Museum van de Anatolische Beschavingen staan grote sculpturen van de Hettieten. Ze laten zien dat religie een belangrijke rol speelde in hun leven.

We zien bijvoorbeeld priesters bezig met rituele handelingen. En een indrukwekkend reliëf van Tesjub met helm en kromzwaard. Hij was in de Hettitische mythologie, als Koning van de Hemel, het hoofd van de goden en tegelijkertijd de god van de oorlog.

Zijn hulp was hard nodig, want oorlogen voerden de Hettieten volop. Ze waren wel een beetje bang voor de wraak van de goden van de gebieden die ze veroverden. Om hen mild te stemmen, namen ze die vreemde goden gewoon op in hun eigen pantheon.

Deze religieuze import droeg ertoe bij dat de Hettieten de bijnaam ‘volk van duizend goden’ kreeg.

Het opnemen van de vreemde goden in het pantheon ging gepaard met feestelijke rituelen, uitgevoerd door priesters. Ook te zien in het Museum van de Anatolische Beschavingen dat echt de moeite waard is voor iedereen die niet onmiddellijk hevig begint te gapen bij het horen van het woord archeologie.

Elsevier nummer 16, 18 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.