cultuur

Hoe Joodse familie de oorlog overleefde en toch nog uiteenviel

Door Simon Rozendaal - 07 april 2015

Boek van Auke Kok en Didi Michielsen over familie van Rotterdamse Joden is indringend om diverse redenen.

Naarmate de Tweede Wereldoorlog verder weg is, wordt de focus scherper. Een fraai voorbeeld daarvan biedt Auke Kok. De historicus en journalist verdiepte zich in de dubbelspion Anton van der Waals, speurde mensen op die deze boef – een van de ergste monsters die de oorlog baarde – kenden, en zo rolde Kok van het ene mooie boek in het andere.

Het eerste ging over de verrader zelf, het tweede (Oorlogsliefde, 2010) over diens weduwe, en in het derde boek volgen Kok en zijn vrouw Dido Michielsen de man die de verrader opspoorde: Arij van der Meer, de gereformeerde eigenaar van de broodfabriek die ons King Corn bracht.

Geassimileerd

Van der Meer hielp zijn buren, de Joodse familie Van Cleeff (eigenaren van een matrassenfabriek), de bezetting door en daarover gaat het boek van Kok en Michielsen. Dat boek is indringend om diverse redenen. Allereerst is er niet zo veel bekend over de Joodse gemeenschap in Rotterdam.

Die was qua omvang maar eentiende van die in Amsterdam. Er is in Rotterdam ook nooit een Joodse buurt geweest en van wat er aan Joods leven was, is weinig over: Joodse Rotterdammers moeten nu voor koosjere boodschappen naar winkels buiten hun stad.

Er waren in Rotterdam veel geslaagde Joodse zakenfamilies die meer dan waar ook in Nederland – mede dankzij handel en haven – ‘Hollands’ waren. De Van Cleeffs waren al voor de oorlog zo geassimileerd dat er elke Kerst een met lichtjes versierde spar op de Straatweg 150 stond.

Standvastig

De familie voelde zich wel Joods maar Jezus van Nazareth was een goede huisvriend geworden. Tijdens de oorlog wisten de ouders hun twee dochters, beiden bij het onderduiken verraden en beland in het Tsjechische Theresienstadt, uit de gaskamer te houden door hen met terugwerkende kracht en met hulp van enkele standvastige Hillegersbergse gereformeerden als gedoopt te laten antedateren.

Deze kerstening werd na de oorlog bekroond: vader en moeder werden remonstrants, uit dankbaarheid voor de redding door de protestantse families (die zij aan een Yad Vashem-­erkenning hielpen).

Het boek haalt net niet het niveau van De verrader en Oorlogsliefde, op het einde loopt het een tikje weg. Maar het maakt opnieuw duidelijk hoe zelfs een Joodse familie die tijdens de oorlog op wonderbaarlijke wijze intact bleef, later alsnog uiteengereten werd door de verzwegen herinneringen. Ook de kinderen die na de oorlog werden geboren, voelden de ellende.

Nee, die Tweede Wereldoorlog is nog niet afgelopen.

Elsevier nummer 15, 11 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.