cultuur

Jeruzalemsyndroom: hoe heilige plekken soms tot waanzin drijven

Door Gerry van der List - 24 april 2015

Heilige plekken maken veel los. Soms leidt een bezoek zelfs tot ernstige psychische aandoeningen: het jeruzalemsyndroom.

Karen Armstrong is een moderne missionaris. De Britse ex-non trekt de wereld rond met de blijde boodschap dat religie veel moois brengt. Gewelddadigheden zouden niets te maken hebben met de vreedzame essentie van godsdienst.

Dit is ook de boodschap in haar laatste boek, In naam van God, dat Armstrong de afgelopen maanden uitgebreid heeft gepromoot.

Niet goed duidelijk is of Armstrong bewust de feiten verdraait of dat zij gewoon een enorm bord voor haar hoofd heeft. Frappant is dat zij zelf een kleine twintig jaar geleden een boek heeft gepubliceerd over een stad die, als religieus slagveld, haar beweringen over de vreedzame werking van godsdienst ondergraaft.

Hevige emoties

Aan het eind van Jeruzalem moest ze met tegenzin constateren dat juist seculiere krachten de vrede in Israël het meest bevorderen. Religieuze groeperingen hebben elkaar in het heilige land, en vooral in de heilige stad, op grond van diepgewortelde overtuigingen eeuw na eeuw naar het leven gestaan.

Jeruzalem is zeker een plek die hevige emoties losmaakt. Ook bij bezoekers. Soms wordt een vergelijking gemaakt met Florence. De Italiaanse stad bevat zo veel schoonheid dat de toerist in verwarring kan raken.

Gesproken wordt wel van het stendhalsyndroom, naar de negentiende Franse schrijver die beschreef hoe hij overweldigd raakte door alle kunstschatten in Florence. Andere stedelijke openluchtmusea kunnen eenzelfde effect hebben.

Wanen en obsessies

In de film La grande bellezza van Paolo Sorrentino raakt een Japanse toerist zo onder de indruk van de pracht van Rome dat hij dood neervalt.

In de praktijk valt dit wel mee. Het stendhalsyndroom lijkt toch vooral een kwestie van aanstellerij van kunstzinnige types.

Ernstiger is het jeruzalemsyndroom. Het gaat hier om een complex van psychische aandoeningen, van wanen tot obsessies, die zich voordoen bij religieuze ervaringen op bijzondere plekken. Het kan optreden in van godsdienst vervulde oorden als Lourdes en Mekka, maar in Jeruzalem worden verreweg de meeste slachtoffers gesignaleerd.

Er is zelfs een lokaal ziekenhuis dat zich heeft gespecialiseerd in hun opvang en behandeling.

De weg kwijt

Een bekend voorbeeld van het jeruzalemsyndroom is de gewelddaad van Denis Michael Rohan in 1969.

De Australische christen meende de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg in brand te moeten steken. Moslims dachten aan een joods complot, maar het was een eenmansactie van een godsdienstwaanzinnige.

Rohan was geestelijk al de weg kwijt voordat hij in Jeruzalem arriveerde. Maar het komt ook voor dat ogenschijnlijk normale mensen ter plekke ineens raar doen. Zij denken bijvoorbeeld dat zij de Messias zijn of een andere figuur uit de Bijbel.

Soms komt het syndroom tot uiting in een sterke gespannenheid, andere keren zijn de symptomen ernstiger.

Een verklaring voor het fenomeen is de kloof tussen het verheven beeld van het hemelse Jeruzalem en de alledaagse realiteit van een drukke, lawaaiige en af en toe gewelddadige moderne stad. Daardoor ontstaat paniek. Bijzondere omstandigheden, zoals de angst voor een nieuw millennium, kunnen deze nog erger maken.

Ondanks al het verrichte onderzoek is het jeruzalemsyndroom nog grotendeels een mysterie. Sommige wetenschappers beweren zelfs dat het om een verzinsel gaat.

Elsevier nummer 18, 2 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.