cultuur

Teammanager Michael Zijlaard: ‘Fietsen zit Hollanders in het DNA’

Door Hugo Camps - 03 april 2015

De Roompot-ploeg van Michael Zijlaard (43) koerst met uitsluitend renners en materiaal van eigen bodem. ‘Van een roeping wil ik niet spreken, maar een statement is dat wel.’

Een vrouw behangen met gouden olympische titels en regenboogtruien op de weg en op de baan, eindwinnaar van de Tour Féminin en houdster van een werelduurrecord. Zijn rijkelijk besnorde vader die in heel Europa werd gekoesterd als super gangmaker in de zesdaagsen.

Probeer maar eens uit die sandwich van dubbele glorie te kruipen en Michael Zijlaard te zijn.

Gezeten in het schitterende Zalmhuis, aan het water in Rotterdam, heeft de teammanager van de nieuwe wielerploeg Roompot Oranje Peloton allesbehalve het verwelkte silhouet van een loopjongen. Perfect afgeborstelde veertiger met een oude ziel uit de tijd dat Nederland nog gidsland was.

Handgemaakte cinematografie.

Oranjegevoel

Ik heb in geen jaren een interview mogen meemaken waarin de naam ‘Nederland’ zo vaak viel. Geert Wilders kan hem niet bijhouden. Nederland: paradijsje, vooral dan in Rotterdam.

‘Succes zit in een lach en een traan en ik ken geen volksaard die daar zo openlijk mee omgaat. Kijk naar mijn renners op weg naar de start van een koers en je komt niet één donderwolk tegen. Iedereen is blij dat er gefietst gaat worden.

‘Het charter van Roompot schrijft passie, jeugd en Nederlandse identiteit voor: honderd procent passie, honderd procent Oranje. Wij stralen het Oranjegevoel uit in de samenstelling van ploeg en staf met alleen Nederlandse mensen, in de keuze voor Nederlands materiaal van fiets tot bidon, en uiteraard in een subtiele streep oranje in het shirt. Een Italiaan, Duitser of Japanner bij Roompot is ondenkbaar. Dan verandert de cultuur binnen een ploeg en wij willen het Hollands houden. Tegen de internationa­lisering van het wielrennen in, ja.’

Patriottisch

‘Ik wil niet, zoals u, van een roeping spreken, maar een statement is het wel. Kijk om je heen en zie hoeveel ongebruikt wielertalent er dagelijks door Nederland fietst. Wat is er mooier dan een jongen met een gemiste carrière als coureur een tweede kans te geven. Bij bosjes zijn ze er, postbodes die graag wielrenner waren geworden.’

Wat maakt je zo militant patriottisch, ­Michael?

‘Fietsen zit in ons DNA, behoort tot de identiteit van de Nederlander. Noem het erfgoed. Het Nederlandse cyclisme is jarenlang te onzichtbaar geweest. Wielrennen was nog net geen B-sport. Pas met de doorbraak van Bauke Mollema en Laurens ten Dam in de Tour begon de sport in eigen land te herleven. De koers werd weer een epicentrum van nationale trots. Dat was mijn moment om een honderd procent Nederlandse wielerploeg te starten.’

Michael Zijlaard is nu algemeen manager van Roompot, in de etalage geflankeerd door het trio Breukink- Boogerd- Van Poppel als ploegleiders.

Verfijnd

‘We brengen wielrennen terug naar de plaats waar het hoort: er is weer hoop voor jonge ventjes. Ik ben altijd een verlegen jongetje geweest en ben dat eigenlijk nog steeds. De aandacht van het publiek ging eerst naar mijn vader en vervolgens naar mijn vrouw Leontien van Moorsel. Mijn droom was: een Nederlandse wielerploeg opstarten. Veel geld was er niet. We hebben met ons vieren getekend voor de borgstelling.

‘Erik Breukink was meteen enthousiast. Op zijn Breukinks dan: verfijnd enthousiast. Michael Boogerd wou er  meteen invliegen, al had die nog een licentieprobleem met zijn dopingverleden. Jean-Paul van Poppel had ook zin in iets nieuws. Voor een bescheiden budget konden we terecht bij de Zeeuwse vakantieleverancier Roompot. Hollandser dan Roompot als sponsor kun je het niet hebben.

‘De samenstelling van de ploeg was even puzzelen. De meeste renners lagen onder contract. Het moest een mix worden van jong talent en wat oudere jongens die de knepen van het vak konden doorgeven. Het verbaasde me dat zo veel wielrenners zich aandienden.

‘Johnny Hoogerland heeft hemel en aarde bewogen om bij ons te kunnen rijden. Met Raymond en Michel Kreder, Berden de Vries, de sprinters Dylan Groenewegen en André Looij haalden we mannen in huis die het shirt van Roompot al in de Vlaamse voorjaarsklassiekers konden laten zien. De presentatie van het team in Ahoy was een echte happening.’

Show

Als wedstrijdleider van de Zesdaagse in Rotterdam waaide veel welwillendheid naar het initiatief van Zijlaard toe. ‘Ahoy is mijn geboortegrond. Van jongs af zag ik daar mijn vader Joop rondjes draaien op zijn motor als gangmaker van generaties wielrenners. De grootste namen kwamen thuis over de vloer.

‘Joop was behoorlijk populair, als gangmaker een icoon zelfs. Hij zorgde voor show. Bij de start van een dernykoers verwijderde hij de demper uit zijn motor zodat hij harder knalde dan de concurrenten. Met die achtergrond was ik natuurlijk geen onbekende in het wielermilieu. En Erik Breukink opende deuren. We hadden binnen de kortste keren een gesprek met Tour de France-baas Christian Prudhomme. Hij was ons project zeer genegen. Nee, over de Tour hebben we niet gesproken.’

Michael Zijlaard was tien jaar wielrenner op amateurniveau.

‘Ik had genoeg zelfkennis om te beseffen dat ik de top niet zou halen. Maar ik was wel slim en zat altijd in de finale. Een rouleur, ja. Mijn vader spiegelde me aan de grote jongens met wie hij zesdaagsen had gereden. Die verwachting kon ik niet waarmaken en dat deed zowel hem als mij pijn. Mijn vader kon niet tegen zijn verlies, en al helemaal niet tegen dat van zijn zoon.

‘Ik heb me altijd veiliger gevoeld in de schaduw. Een beetje zoals mijn moeder. Zij stond nooit in de krant, liet het restaurant draaien en beheerde de administratie. Zonder mijn moeder was Joop kansloos geweest.’

Achter de schermen

‘Van een echt gezinsleven heb ik weinig meegekregen. Ik weet nog dat bij schoolreisjes alle klasgenoten broodjes bij zich hadden. Mijn moeder had geen tijd om daarvoor te zorgen of was het vergeten. Mijn strippenkaart moest ik zelf gaan halen. Ik ben heel zelfstandig opgegroeid. Het restaurant draaide op volle toeren en mijn vader draaide rondjes in binnen- en buitenland.

‘Daarmee zeg ik niet dat ik een ongezellige jeugd heb gehad. Maar het was wel een aparte jeugd. Het gevoel van alleen staan in het leven ken ik.’

Zeventien jaar stond hij aan de zijde van Leontien van Moorsel. Hij begeleidde al haar successen en zorgde voor een eigen vrouwenploeg. Het gevecht om sponsors kent hij al vanaf zijn 22ste. ­Leontien als voorkant van de ploeg, hij achter de schermen.

‘Toen we begonnen, heb ik tegen Leontien gezegd: “Je mag me alles vragen, maar de dag dat ik voel dat er geen waardering is voor mijn werk, ben ik weg.” Zij was nog fanatieker met haar sport bezig dan ik. Ze had ook de sociale feeling van een kopvrouw. Als een paar meisjes in een derde groepje over de meet kwamen, was er vanaf het podium altijd een knipoog en een duim.’

Competitiebeest

De eetstoornis van Leontien deed de relatie wankelen.

‘Ik kom uit een bourgondisch gezin en zij hongerde zich uit. Op een gegeven moment was ze helemaal uitgemergeld. Ik heb de relatie toen zes maanden verbroken. Na een half jaar belde ze om te vragen of we niet samen een pizza zouden gaan eten. Ze had haar probleem herkend en wilde er iets aan doen. Het anorexiaverhaal van Leontien is na een lijdensweg nog goed afgelopen.’

Michael en Leontien besloten om samen fietsvakanties te gaan organiseren in Portugal. ‘Daar vond ze zichzelf terug. Op een dag zei ze tegen me: “Michael, ik kan mijn fietsleven toch niet via de achterdeur dichtklappen.” Ze werd opnieuw een competitiebeest, en nu zonder anorexia.

‘Van toen af aan zijn we structuur gaan geven aan het vrouwenwielrennen in Nederland. Met een eigen ploeg en een eigen opleiding. In 1998 werd Leontien opnieuw wereldkampioen in Valkenburg. Ik zorgde voor de organisatie van de ploeg, zij liet ze glimmen. De laatste jaren kreeg ik vaak te horen: “Waarom begin je geen profploeg met jouw ervaring en relaties in het wielermilieu en het bedrijfsleven?” Mijn grote idool Peter Post had dat eerder ook al gesuggereerd.

‘Leontien heeft haar winkeltje met lezingen en een eigen kledinglijn. Democratische kleding, kan ik u zeggen. Kwalitatief spul voor niet al te veel geld. Ze ontfermt zich over de hospitality van Roompot. Het aantal verzoeken dat ze binnenkrijgt voor lezingen en acties tegen anorexia is eindeloos.’

Snelste toerfietser

Zijlaard vond bij Roompot een sponsor voor twee jaar. Het budget is 2,5 miljoen euro. Van de tien renners is er niet één die aan een salaris van een ton komt. Terwijl grote ploegen met een budget van 15 tot 20 miljoen werken en toprenners voor de klassiekers minstens 2 miljoen salaris opstrijken. Voor ronderenners kan dat gaan tot 5 miljoen (zoals Alberto Contador).

‘Het budget wordt volgend jaar zeker opgetrokken, er is gelukkig veel bijval van kleinere sponsors die willen aanhaken. Het gaat verder dan profwielrennen. We gaan ook op zoek naar de snelste toerfietser van Nederland die zich nog niet bewust is van zijn talent. Die jongen of man gaan we professioneel begeleiden.

‘Erik Breukink en Michael Boogerd zijn zeer geschikt als uithangbord. Als wielrenners straalden ook zij passie en onverzettelijkheid uit. De mensen zijn de beelden van Erik boven op de Stelvio nog niet vergeten, hoor.

‘Mijn motto is: succes zit in een lach aan tafel. Nou, aan sfeermakers is in de ploeg geen gebrek. We stralen passie uit en dat blijft niet onopgemerkt. Het is geen toeval dat de Staatsloterij zich bij ons heeft gemeld.

‘Belangrijk is dat er continuïteit zit in een brede waaier van sponsors. Natuurlijk heb ik gezocht naar een renner van naam en faam. Maar dat zal pas volgend jaar zijn. Dit jaar verwacht ik veel van Marc de Maar. Hartstikke goeie renner die in Nederland zwaar ondergewaardeerd is. We leven op de groei. Ik heb geleerd dat je niet te snel mag denken in de sport en nog minder in het bedrijfsleven.’

Criteriums

Zijlaard speculeert op het Holland-gevoel dat bij een aantal renners aanwezig moet zijn. ‘Ik ben er diep van overtuigd dat jongens die aan hun laatste jaren als renner bezig zijn, best voor Roompot willen fietsen. Zij zitten nu met twintig nationaliteiten aan tafel en zijn zelfs van de vreugde van hun taal beroofd.

‘Ook de subtoppers weten dat strijd en ambiance samengaan. Met een Nederlands profiel in een Nederlandse ploeg kunnen ze ook een boterham verdienen in de criteriums. Dat speelt mee in de salarisvorming.

‘Dat Christian Prudhomme respect heeft voor onze inspanningen biedt ook grotere namen perspectief op een volwaardig programma. Op 5 juli komt de Tour voorbij in onze woonplaats Zevenhuizen. Dat is precies de dag dat het Leontienhuis wordt geopend voor mensen met eetstoornissen. Koers en zorg vallen die dag samen in Zevenhuizen.’

We zijn het eens: het afscheid van Thomas Dekker was een triest moment voor de wielersport in Nederland. Toch bood ook Roompot de halfgod van weleer geen contract aan. Bizar, zeg ik.

Dromerig wegkijkend zegt hij: ‘Ik heb met de ploegleiders lang gedelibereerd over Thomas. Publicitair was het zeer interessant, natuurlijk. Toch hebben we besloten om hem niet in de ploeg te nemen.

‘Waarom niet? Omdat we het een slecht signaal vonden voor onze doelgroep: jonge renners. Om jongeren duidelijk te maken dat het in deze harde sport niet gaat om patsen met een Porsche. Een ambitieuze renner springt de maandagochtend na een klassieker weer hartstochtelijk op de fiets, weer of geen weer. In dat beeld paste Dekker niet meer.’

Omgekeerde wereld

Het UCI-rapport over doping vindt hij een gemiste kans. ‘Ik ben er niet om het wielrennen op te schonen. Het ergert me trouwens dat het dopingonderzoek niet in de breedte is  getrokken. Waarom zou een wielrenner meer verdacht zijn dan een tienkamper?’

Nog één keer Oranje boven: ‘Ik heb nooit begrepen dat Rabobank Robert Gesink liet knechten voor een Rus. Dat was toch de omgekeerde wereld.’

Hij wil dat zijn jongens zich in de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race laten zien. ‘Winnen is te hoog gegrepen, maar er moet altijd iemand mee zijn met een vluchtersgroepje. Het shirt moet in de huiskamer van tv-kijkend Nederland en Vlaanderen worden gebracht.’

Ik zeg hem dat een gemeenschappelijke kennis me zei dat Michael Zijlaard een ideale CEO voor Feyenoord zou zijn. Hij maakt een afwerend gebaar: ‘De fiets is mijn leven, niet de bal.’

Elsevier nummer 15, 11 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.