cultuur

Turk en Armeen dichten kloof, een eeuw na de Armeense genocide

Door Lucas Gasthuis - 01 april 2015

Recensies: Turk en Armeen dichten de kloof, honderd jaar na de Armeense genocide, en een falend politie-apparaat.

Mooie duetten en snufje humor bij Inside Out
Het openingsbeeld van Inside out is even mysterieus als fascinerend; dertien dansers zijn in het halfduister gehuld en staan in een onderwaterbiotoop met lange zeewierachtige rokken.

Het publiek in de zaal hoort de eerste minuten vooral hoe ze ademen. Als de groep vervolgens beweegt, is het vloeiend, als één organisme.

Pas later in het stuk maken de dansers zich los voor mooie duetten en solo’s, in die typische soepele bewegingstaal die choreograaf Conny Janssen kenmerkt en virtuoos uitgevoerd. Janssen zorgt tegelijk voor een sterke compositie, én een snufje humor; het individu mag uit de groep breken, hij wordt altijd weer teruggehaald.

Een sterke troef zijn de musici op het toneel, met de Rotterdamse singer-songwriter iET als voorvrouw. Zij maken de voorstelling echt af. iET liet zich inspireren door thema’s van Bach. De muziek viel zo goed, dat bij voorstellingen in Amsterdam en Rotterdam een muzikale toegift wordt verzorgd. (Irene Start)

 

Turk en Armeen dichten kloof, een eeuw na de Armeense genocide
Twee volkeren die eeuwen gebroederlijk naast elkaar leefden, werden in 1915 bruut uit elkaar getrokken. De Turken lijken veel van de terreur van hun voorouders te zijn vergeten, terwijl de Armeniërs maar niet kunnen vergeven.
De Turks Nederlandse ­Sinan Can en Armeniër Ara Halici proberen met Bloedbroeders die patstelling te doorbreken. Samen trokken zij door de streek van hun voorouders, wier verhalen de ­lezer tot op het bot raken.
Dapper dat Can zijn volk selectief geheugenverlies verwijt en de Turken oproept de deuren weer te openen voor de Arme­niërs, net als in de elfde eeuw, toen de Armeniërs de deur in Anatolië openden voor de Turken. (Servaas van der Laan)

 

Afrekening van formaat
Met veel ambitie en een tomeloze werklust stapte journalist Michiel Princen in 2004 over naar de politie. Tien jaar werkte hij bij de financiële recherche van het Amsterdamse korps en was onder meer betrokken bij de spraakmakende onderzoeken naar de omstreden vastgoed­baronnen Willem Endstra en Jan-Dirk Paarlberg.

In De gekooide recherche. Het ware verhaal achter de matige prestaties van de Nederlandse opsporing laakt Princen het schrijnende gebrek aan competentie en efficiency. Bij de recherche lopen meer doeners dan denkers. Te veel onderzoeken halen nooit de rechter. Slimme witwassers hebben vrij spel: ‘We sjokken te paard het flitsgeld achterna.’ Ontgoocheld neemt Princen na tien jaar ontslag. Zijn boek is een messcherpe afrekening met een falend apparaat, inclusief nuttige verbetersuggesties: ruim baan voor de denkers. (Gerlof Leistra)

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.