cultuur

Waarom zijn documentaires over chef-koks altijd zo kritiekloos?

Door Bram Hahn - 30 april 2015

Er zijn nogal wat oogstrelende, sfeervol gefilmde documentaires over beroemde en minder beroemde chef-koks. De chefs worden neergezet als invloedrijke wereldverbeteraars, maar of hun verhaal klopt, kom je niet te weten.

Mocht u een abonnementje op Netflix hebben genomen voor House of Cards, maar bent u er alweer op uitgekeken? Wacht dan nog even met opzeggen.

Ook voor wie geïnteresseerd is in eten en gastronomie biedt de video-streamingdienst een groot aantal films. Onder meer al wat oudere documentaires die stof deden opwaaien, zoals Morgan Spurlocks Super Size Me uit 2004, over de kwalijke gevolgen van leven op fastfood. Of het gedramatiseerde Fast Food Nation.
De jongste toevoeging in de culinaire videotheek van Netflix is nu eens geen aanklacht tegen de zogenaamd corrupte en perverse voedselindustrie, maar een serie portretten van gerenommeerde koks van over de hele wereld, Chef’s Table. Voor Nederlandse kijkers zitten er op het eerste oog weinig bekende namen bij: geen Alain Passard, Paul Bocuse, René Redzepi, Gordon Ramsay.

Alleen de naam van de Italiaanse chef Massimo Bottura, die onlangs nog een boek uitbracht in Nederland, spreekt hier wellicht tot de verbeelding.

Zoektocht naar perfectie

Niettemin zijn het stuk voor stuk vooraanstaande chefs die hun sporen hebben verdiend en juist wat meer chef dan celebrity zijn: Dan Barber, Francis Mallmann, Niki Nakayama, Ben Shew­ry en Magnus Nilsson.

De Amerikaanse regisseur ­David Gelb maakte in 2011 de documentaire Jiro Dreams of Sushi, over een Japanse chef die zijn hele leven wijdt aan zijn sushirestaurant in Tokio. Ook in Chef’s Table is de zoektocht naar perfectie het centrale thema.

Het wordt allemaal prachtig in beeld gebracht. Jammer is alleen dat de serie zo mak achter chefs en hun bewonderaars aanloopt. De koks worden door andere sprekers in de film zonder uitzondering opgehemeld en vereerd. Elke vorm van kritiek blijft achterwege.

De chefs worden neergezet als invloedrijke kunstenaars en wereldverbeteraars, maar of hun verhaal klopt en hoeveel weerklank het vindt, kom je niet te weten.

Workaholic

En dat is eigenlijk typerend voor boeken en films over koks. Chefs werden in de jaren negentig op een schild geheven als de nieuwe popsterren en laten hun imago graag bevestigen met vaak in opdracht geschreven biografieën en documentaires die meer hebben van heiligenvereringen dan van serieuze pogingen om zo’n chef te doorgronden en zijn werk en invloed te beoordelen.

Dat bleek ook weer in de documentaire Fucking Perfect over Sergio Herman. Sfeervol, mooi gefilmd, maar toch vooral een film waarin het beeld van de chef als perfectionistische workaholic wordt geschilderd.

Een ongeautoriseerde, onafhankelijke documentaire staat zelden op het menu.

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.