cultuur

Aandacht voor de tuinboon, de lekkerste van het hele stel

Door Bram Hahn - 26 mei 2015

Vanaf half juni komen ze weer van de volle grond in Nederland, maar ze zijn nu ook al te krijgen: van iets verder weg of klimatologisch een beetje geholpen.

U kent Herman den Blijker wellicht van zijn onverstaanbare tirades in Herrie in de keuken, zijn pannenlijn bij Blokker en de HAK-commercials, maar de kale reus houdt zich ook bezig met culinair behartenswaardige initiatieven.

Zo schrijft hij in het Algemeen Dagblad enthousiasmerende stukjes over eenvoudige, vaak onderschatte ingrediënten als aardappelen, raapstelen en krab.

En nu heeft hij een boekje over zo ongeveer het allereenvoudigste ingrediënt: de boon. Goede timing, want de boon staat in de opgeleefde belangstelling van chefs en andere culinair onderlegden. Dat komt deels door de gedaalde populariteit van etenswaren als aardappelen en pasta, en deels door de focus op lokale, semi-vergeten groenten.

We beschouwen kapucijners, bruine bonen en spliterwten vaak als oer-Hollands, maar inheems zijn ze eigenlijk niet. Net als zoveel producten die we sinds jaar en dag dagelijks eten als tomaten en aardappelen, stammen bonen uit Zuid-Amerika. Maar veel bonen, aanvankelijk hier geliefd om hun sierlijke groeiwijze, bleken ook hier prima te gedijen.

Molleboon

In Herman over bonen komen veel soorten aan bod, waaronder hippe, exotische als aduki, kidney, mung en borlotti. Gek genoeg is er nauwelijks aandacht voor een van de lekkerste en oudste soorten die we hier kennen: de tuinboon. Weliswaar komt de Groningse lekkernij molleboon aan bod, een gebakken kleine tuinboon, maar de verse tuinboon ontbreekt.

Terwijl dat een bonensoort is die al veel langer in onze streken voorkomt dan die uit Zuid-Amerika. En misschien is hij wel de lekkerste van het hele stel. Vanaf half juni komen ze weer van de volle grond in Nederland, maar ze zijn nu ook al te krijgen: van iets verder weg of klimatologisch een beetje geholpen.

Het is een werk, tuinbonen doppen, maar het loont de moeite. Wie het chic wil doen dopt dubbel: eerst de bonen uit hun bedje, de peul, halen en dan het felgroene binnenste van de boon nog uit zijn fletsgroene pyjamajasje duwen. Het is een kwestie van smaak; ik vind het stevige velletje eigenlijk wel lekker. Voor dit recept kan het allebei, of u dubbeldopt een deel, voor het contrast in kleur en bite.

Dop 1,5 kilo tuinbonen, er blijft een pondje over. Was een bosje raapstelen en tien radijzen. Blancheer de tuinbonen zo’n 10 minuten in zout water, giet af en laat afkoelen. Hak de raapstelen en de radijs grof. Meng de groenten. Meng 2 eetlepels citroensap, 6 eetlepels olijfolie, zout en peper en roer door dit de salade. Kruimel er wat verse geitenkaas over en wat geraspte citroenschil.

Elsevier nummer 22, 30 juni

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.