cultuur

Een eenpersoonshuisje, speciaal op maat gemaakt

Door Irene Start - 12 mei 2015

Steeds meer mensen zoeken afzondering en laten een eenpersoonshuisje bouwen. Luxe of spartaans, in de natuur of juist in de achtertuin.

Het minihuis van Vipp is klein, maar oogt als een enorme ruimte. Dat heeft alles te maken met de strakke vormgeving: een pui van glas en metaal, een compacte keuken, slanke lampen en een smal dagbed. Persoonlijke spullen zijn weggeborgen, nergens slingeren kledingstukken of speelgoed rond.

De ‘schuilplaats’, zoals producent Vipp het zelf liever noemt, telt 55 vierkante meter, is gelijkvloers en heeft een entresol die dienstdoet als slaapkamer. Wie daar op bed gaat liggen, kijkt door een glazen dak naar de sterrenhemel. Zo midden in het donkere Zweedse bos, op twee uur rijden van Kopenhagen, is die goed zichtbaar. De lichtvervuiling van de stad is hier ver weg.

Het huis, dat uit vier modules bestaat en in vijf dagen is op te bouwen, is een prototype. Het werd bedacht door Morten Bo Jensen (39), hoofdontwerper van Vipp. De Deense firma is het meest bekend om zijn prullenbakken en zeeppompjes, een huis ontwerpen ligt niet erg voor de hand. Waarom begon Jensen eraan?

‘Vooral omdat er op de prefabmarkt veel lelijks voorhanden is. Veel mensen hebben er behoefte aan zich af en toe aan het jachtige leven te onttrekken en zoeken de natuur op. Ze willen dan graag dat daar iets staat dat net zo comfortabel is als thuis.’

Zzp’ers

Meer ontwerpers en designlabels ontdekken het eenpersoonshuis als nichemarkt. Ooit was het tuinhuis of schuurtje exclusief het domein van de klussende man en was er niet meer nodig dan een werkbank en gereedschap.

Tegenwoordig worden de huisjes ook voor andere doeleinden ingezet: als muziekkamer om ongestoord te kunnen oefenen, als atelier om te kunnen schilderen, of – steeds vaker – als kantoorruimte voor de zzp’er of voor de werknemer die op kantoor geen vast bureau meer heeft.

Architecten gingen de ontwerpers voor. Al in 1952 al bedacht Le Corbusier de Cabanon, een minihuisje aan de Franse Rivièra waar hij zich ’s zomers kon terugtrekken. Renzo Piano ontwierp voor Vitra in 2013 de Diogene, vernoemd naar de Griekse filosoof die in een regenton woonde omdat hij al het wereldse afwees. Sinds 2000 was Piano al aan het puzzelen over de optimale verhoudingen.

Zeker was dat het huisje van slechts 7,5 vierkante meter – dat tentoongesteld staat op de Vitra Campus in Weil am Rhein, Duitsland – bijzonder efficiënt moest zijn ingedeeld, wilde er ruimte overblijven om te bewegen.

Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland is een groeiende behoefte aan sheds, luxe, goed geoutilleerde minihuizen. In 2011 ontwierp 2by4-architects het 21 vierkante meter tellende Island House in Breukelen. Neergezet op een smal stukje land aan de Loosdrechtse Plassen, heeft het façades van hout en glas.

Twee ervan kunnen worden opengeschoven, zodat een inpandig terras ontstaat. De bewoners kunnen bij mooi weer bijna vanuit hun bed het water induiken.

Werkcapsule

Een jaar eerder introduceerden de interieurarchitecten Floris van der Kleij en Piet van der Werf het aluminium huisje Hubbel: 3,15 bij 3,15 meter groot en 3 meter hoog, vergunningsvrij te plaatsen.

Het huisje is van alle gemakken voorzien, heeft vloerverwarming en een miniveranda, en precies voldoende ruimte voor een stoel, tafel annex bureau en een (uitklapbaar) bed. Het huis bestaat uit een frame van met glasvezel versterkte kunststof. Een echte werkcapsule zonder afleiding.

Het huisje won de Building Holland Award 2010 en wordt gebruikt door onder anderen schrijver Viktor Frölke, die het achter in zijn tuin heeft staan. In tv-programma Vrw. zkt. Knst was dat jaar een komisch filmpje te zien hoe het huisje met een enorme kraan over een aantal grachtenpanden in Amsterdam werd getild om het in de tuin te kunnen plaatsen.

De video bevat ook een interview met zijn vrouw die – kind op de arm – zegt het ‘wel even wennen’ te vinden dat haar man zich geregeld terugtrekt in zijn studio.

Boomstammen

‘Eenpersoonshuisjes zijn ideaal voor mensen met een gezin. Wie wil er niet af en toe het huiselijk geweld ontvluchten?’ grapt Piet Hein Eek (48).

Serieuzer: ‘Er is inderdaad een groeiende behoefte: aan de ene kant ervaren mensen stress en willen ze een persoonlijke ruimte, een plek waar ze zich op hun gemak voelen. Aan de andere kant werken meer mensen thuis en hebben ze ontzettend veel hobby’s, die ze ergens moeten kunnen uitoefenen.’

De Eindhovense ontwerper bouwde de afgelopen jaren tientallen eenpersoonshuisjes – van zeer luxueus tot spartaans, van dakhuis en strandcabine tot studeerkamer. Het bekendst is het boomstamhuisje voor cabaretier Hans Liberg.

‘Elke opdracht is uniek. Hans Liberg wilde graag een studio in zijn tuin, maar kreeg niet zomaar een bouwvergunning. Het is daar allemaal beschermde natuur. Toen heb ik een boomstamhuisje ontwikkeld, dat is geïnspireerd op een kunstproject uit de jaren negentig. Liberg kreeg een beschutte eigen plek, met rondom uitzicht en zijn piano precies op de juiste hoogte.’

Boomstamhuis

Exact dat noemt Eek ook ‘de lol’ van zo’n project: ‘Niets is standaard, ik probeer iets te maken waarvan iemand gelukkig wordt. In Bergen zijn we nu bezig met een nieuw boomstamhuis, daar liggen de boomstammen in de lengte in plaats van dwars. Gek dat ik daar niet eerder op kwam.’

Niet alle huizen zijn voor privégebruik. In Heemstede wilde een kunststichting zonder groot budget graag een strandhuis. Eek leverde hout, maquette en een maakplan, vrijwilligers zetten het op. ‘Dat huisje heeft meerdere levens gehad. Het stond op de Floriade en later in Amsterdam. Dat vind ik leuk. Je maakt het voor tijdelijk, maar het blijft soms langer staan dan je denkt.’

Opvallend dat juist ontwerpers zich tot dit soort architectuur bekennen. Net zomin als Morten Bo Jensen heeft Eek een opleiding als architect. ‘Maar dat is juist een voordeel!’ zegt Eek. ‘Ik heb in het verleden al zo veel projecten ontwikkeld dat ik zoetjesaan heel wat ervaring heb. Juist omdat ik geen architect ben, voel ik ook niet de druk om een prestigieus architectonisch hoogstandje neer te zetten.’

Op het voormalige industriegebied Strijp R in Eindhoven is de ontwerper zelfs bezig met het realiseren van appartementen. ‘Dat doe ik wel samen met een jonge architect, Iggie Dekkers. Het voordeel is dat de opdrachtgever met architect, aannemer en uitvoerder tegelijk spreekt, dat scheelt gedoe.’

Luxueus

De hamvraag is natuurlijk: voor hoeveel geld kun je zo’n tuinhuis het jouwe noemen? Dat verschilt sterk. De basisversie van de Hubbel kost ongeveer 20.000 euro, Hypercubus (19 m2) van het Oostenrijkse bedrijf Studio WG3 kost 63.500 euro. Een tuinhuis van Piet Hein Eek kost gemiddeld 75.000 euro, inclusief interieur.

‘Ik kan wel zeggen dat het goedkoper kan, maar als je eenmaal bezig bent, dan willen mensen toch graag een dakraam, een iets mooier interieur, een speciale stof. Iemand die bezig is, zegt niet: “Laat maar zitten dan”. Ik ontwerp een privédroom.’

Vipp loopt hierbij uit de pas. De Vipp Shelter kost 485.000 euro. Voor die prijs heb je in Nederland ook een prima eengezinswoning. ‘Dat is niet weinig,’ zegt Jensen, ‘maar het afwerkingsniveau is state of the art en je hebt een volledig Vipp-interieur. Je kunt er zo in trekken, je hoeft je nergens meer om te bekommeren.’

Het Deense bedrijf is nu bezig om zo’n Vipp-huis in de Verenigde Staten te realiseren. Voor iedereen die niet zo gefortuneerd is, maar wel houdt van de minimalistische stijl: de lampen en het dagbed die speciaal zijn ontwikkeld voor de shelter, worden dit jaar uitgebracht als deel van de reguliere collectie.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.