cultuur

‘Hij bleef achter op de groeicurve, was haar kindje in gevaar?’

Door Marijke Hilhorst - 20 mei 2015

Geen wonder dat consultatiebureau is omgedoopt tot consternatiebureau.

Hij moet in een van de dozen zitten: de kaart waarop de verpleegkundige in een fraai schuin handschrift noteerde hoeveel ik bij het bewuste bezoek aan het consultatiebureau woog, hoe lang het lijfje was en voor welke letters ik was ingeënt: DKTP.

Later nam ik soms het taakje van mijn moeder over om met de jongere kinderen naar het consultatiebureau te gaan. Ik wilde toch dokter worden en vond het interessant om toe te kijken, terwijl mijn moeder het niet kon aanzien als een baby een prik kreeg. Ik herinner me de rij geparkeerde kinderwagens buiten voor het gebouwtje van het Wit-Gele Kruis.

Daar waren we lid van. Binnen een rijtje door schotjes van elkaar gescheiden aan- en uitkleedplekken langs de wand, een zuster met een stijf gesteven wit kapje en schort, de gelige weegschaal met verschuifbare gewichten, een dokter met een stethoscoop.

Naast particuliere initiatieven werden in de periode 1900- 1930 door diverse plaatselijke kruisverenigingen – aanvankelijk opgericht om ziekenverpleging aan huis te waarborgen  en waarvoor het geld bijeen werd gebracht door collectes en contributies van gezinnen – consultatiebureaus opgezet die naast adviezen over voeding, hygiëne en verzorging van het kind (‘rust, reinheid en regelmaat’) moeder- en bakercursussen gaven.

In de jaren veertig ging de aandacht meer uit naar preventie en vroege signalering van bijvoorbeeld rachitis. Maar vanaf het allereerste begin stond voorop dat het kind moest groeien, daarom werd het altijd gewogen en gemeten.

Verworvenheid

De introductie in 1957 van het Rijksvaccinatieprogramma voegde een belangrijke taak toe voor het consultatie­bureau. Zo kwam het dat ik werd ingeënt tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP). De bof, mazelen en rodehond zaten nog niet in het pakket.

Werd in 1974 de hielprik ingevoerd voor het opsporen van fenylketonurie, inmiddels wordt op achttien aandoeningen gescreend en hebben kinderen recht op bescherming tegen twaalf gevaarlijke en soms dodelijke ziektes – waarvan overigens lang niet alle
ouders gebruikmaken. Ook krijgen kinderen een gehoor- en visustest.

Dit alles is een enorme verworvenheid. Geweldig dat groei en ontwikkeling van kinderen in de gaten worden gehouden. En logisch dat daarvoor gestandaardiseerde methodieken en welomschreven criteria worden gehanteerd. Maar het leidt soms tot problemen.

James was nog geen week oud toen een verpleegkundige van jeugdgezondheidszorg thuis op bezoek kwam om de gehoortest uit te voeren en de hielprik te geven.

Hij deed dat ontspannen. Stelde de kersverse moeder gerust door te zeggen dat James waarschijnlijk niet eens zou merken dat hij werd geprikt en prees zijn uiterlijk: ‘Dat wordt een Casanova, wat een knapperd. Je hebt er anders baby’s bij!’ Bij die laatste opmerking trok hij een heel vies gezicht.

Paniek

In de tweede week na de geboorte volgde nog een huisbezoek, nu van een vrouw die haar bezorgdheid uitte over het gewicht van het ventje. Hij bleef achter bij de groeicurve. Ze vond dat hij niet genoeg was aangekomen en zou een lactatiedeskundige sturen om naar de borstvoeding te kijken.

Ze was de deur nog niet uit of de onervaren moeder barstte in tranen uit. Paniek gierde door haar lijf. Was haar kindje in gevaar? Zorgde ze niet goed voor hem? Doodop van de onderbroken nachten, nog steeds pijn bij elke stap, en nu deze onheilstijding.

De jonge moeder belde haar moeder. Die hoorde vaker dat ze op het consultatiebureau veel te krampachtig bezig waren met getallen; alles relateerden aan grafieken. ‘Probeer je niet te verliezen in cijfertjes,’ zei ze. ‘Belangrijker is of jij de indruk hebt dat James lekker in zijn vel zit. Gaat hij na het voeden tevreden slapen?’ ‘Ja,’ snikte ze.

Daarna was het hét onderwerp van gesprek met andere jonge moeders. De een had commentaar gekregen omdat haar dochtertje wel in gewicht was toegenomen, maar niet in lengte. Toen ze thuis het meetlint ernaast legde, kwam ze wel op wat groeiwinst uit.

Een andere moeder was de gordijnen in gejaagd  met een opmerking over een te klein hoofd. Er volgde een uitvoerig onderzoek bij de kinderarts, met als conclusie dat het genetisch was. Aan de kant van haar man hebben ze gewoon kleine hoofden. Basta. Geen wonder dat consultatiebureau is omgedoopt tot consternatiebureau.

Elsevier nummer 21, 23 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.