cultuur

Mijn eigen overvloedige moestuin: het had zo mooi kunnen zijn

Door Marijke Hilhorst - 29 mei 2015

Slakken, muizen, rupsen, aaltjes, schimmels, bacteriën, virussen, mollen, konijnen, duiven, katten van de buren. Het leek zo’n mooi idee, een eigen moestuin.

Het is waanzinnig goed bedacht door Albert Heijn om zijn klanten aan te moedigen met de grootgrutter te concurreren en zelfvoorzienend te worden.

Want dat lukt ze niet.

Des te dankbaarder zijn ze straks voor de prachtige, krakend verse groenten die ze, dikwijls nog gewassen ook, zo uit de schappen kunnen plukken. Knapperige worteltjes, volvette kroppen sla, pittige radijsjes, dieppaarse aubergines, glanzend rode aardbeien, en dat alles voor schappelijke prijzen.

Peutertje

Dit voorjaar verspreidde de supermarkt gratis 44 miljoen bakjes met moestuinzaadjes van 22 verschillende soorten groenten en speelde daarmee sluw in op een trend: eten uit je eigen moestuin. Was het zelf verbouwen van uien, spruitjes en bloemkool voorheen iets voor klompen dragende Normaal-fans in de verste uithoeken van wat gemakshalve ‘de provincie’ wordt genoemd, afgelopen lente begon het grote zoemen onder de bakfietsmoeders in Amsterdam-Zuid.

In de vensterbank van de ­riante eetkeukens stonden daar soms wel veertig tot vijftig afbreekbare potjes in slagorde te zonnen.

Een groot aantal staat er nog steeds. In sommige bakjes hangt droef een bruin geworden rucola-baby over de rand, in een ander is het tomatenplantje verdroogd.

Ik zie aubergines in de kiem gesmoord, wortels die nooit wortel schoten, een sla-plantje dat het tot peutertje heeft geschopt en nu naar adem snakt in zijn te kleine behuizing. Het overgrote deel van de miljoenen kiemplantjes is verdwenen in de altijd hongerige muil van de vuilnisbak.

Het beloofde een fluitje van een cent te zijn: de aarde regelmatig bevochtigen en juichen als iets groens het kopje opsteekt. Het plantje mag buiten in de volle grond verder groeien als het er warm genoeg is.

Maar wie weleens heeft geprobeerd om zo’n kwetsbaar kiemplantje met zijn frêle worteltjes over te zetten, weet hoe vaak alleen al deze handeling een dodelijke afloop kent. En dat is pas het begin.

Klompen

Mijn vader had een grote moestuin achter het huis waar hij elke morgen en elke avond, voor en na zijn werk, bezig was met wat er afhankelijk van het seizoen moest worden gedaan: spitten, mesten, voorzaaien, verspenen, poten, planten, wieden, wieden, wieden, sproeien, oogsten.

Zelden zag ik hem tevredener dan wanneer hij in zijn tuin stond en zag dat het goed was. Met zijn oudste broer wisselde hij naast kennis ook zaaigoed en planten uit. Ze raakten niet uitgepraat als ze achter elkaar tussen de keurige bedjes over de twee klompen brede paadjes drentelden en elkaar met vingers met rouwranden wezen op een nieuw ras pronk­bonen, of een nuffigheid die papa eens wilde uitproberen: courgettes.

Het is waar, nooit at ik een smakelijker wortel dan die ik als kind uit de grond trok, afspoelde onder de tuinkraan en met kleine hapjes wegknabbelde. Onovertroffen is de zoetheid van een erwtje dat direct uit de dop de pan ingaat. En de aardbeien: zelfs met wat zand eraan smaakten ze goddelijk.

Maar ik weet ook van de misoogsten veroorzaakt door zichtbare en onzichtbare vijanden met hun verwoestende praktijken. Een moestuin kent er vele: slakken, muizen, rupsen, aaltjes, schimmels, bacteriën, virussen, mollen, konijnen, duiven, katten van de buren.

Om maar te zwijgen van het weer dat kan tegenzitten: het voorjaar is te koud, de zomer te heet, het hele seizoen te droog of te nat. Doorgaans werden er te weinig zonuren gemeten en viel er te veel regen.

Vijanden

Kwam alles perfect samen, dan ontstond een overvloed die zelfs ons omvangrijke gezin niet kreeg weggewerkt. Dan deelden de moestuinloze buren in de sla en andijvie die anders toch maar zouden doorschieten, kregen ze een maaltje sperziebonen of een courgette, want die bleken het heel goed te doen.

Een jaar of tien geleden heb ik zelf kennisgemaakt met de vijanden en heb ik me laten verslaan. Toen een vriendin een lap grond van haar vader erfde, zijn we daar samen enthousiast aan de slag gegaan. Twee jaar later en vele illusies armer, gaven we het op. Meer dan een paar bossen uien hebben we er niet vanaf gehaald. Maar die waren top.

Het waren ook twee leerzame jaren. Al kwam de les vooral neer op nederigheid. Alles is veel voor wie niet veel verwacht, dichtte J.C. Bloem. Het is een regel die vooral de nieuwe moestuiniers zich ter harte zouden moeten nemen.

Elsevier nummer 23, 6 juni

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.