cultuur

Studie naar rol van kerken in oorlog geeft geen rooskleurig beeld

Door Gerry van der List - 12 mei 2015

Kerken hielden zich meestal koest in de Tweede Wereldoorlog, deels uit vrees voor represailles, deels door de wens godsdienst buiten politieke confrontaties te houden. Een monumentale studie van Jan Bank roept het beeld op van lijdzame christenen.

Hij is ongetwijfeld de meest omstreden paus van de afgelopen eeuw. In 1939 begon de Italiaan Eugenio Pacelli (1876-1958) onder de naam Pius XII aan een pontificaat dat zeer bemoeilijkt werd door de Tweede Wereldoorlog. Zijn – schaarse – bewonderaars houden vol dat de kerkvorst met stille diplomatie weerstand bood aan het nationaal-socialisme en fascisme en op die manier het leven van duizenden Joden wist te redden.

Maar het overheersende beeld is dat van een slappeling die weigerde echt stelling te nemen. Veelzeggend is de titel van een boek van de Britse journalist John Cornwell over Pius XII: Hitler’s Pope.

Niet uitzonderlijk

Bij Jan Bank tref je dergelijke polemische kwalificaties niet snel aan. Daarvoor is de Nederlandse historicus te genuanceerd. Maar in zijn monumentale, op 19 mei gepubliceerde boek God in de oorlog (Uitgeverij Balans) ontkomt hij niet aan de conclusie dat Pius XII nooit expliciet de Holocaust heeft veroordeeld. Als hij kritiek uitsprak, meed hij het woord ‘Jood’.

Uit het magnum opus van Bank, waaraan hij tien jaar werkte, komt wel naar voren dat de passiviteit van het Vaticaan niet uitzonderlijk was. De auteur deed onderzoek naar de rol van de Europese kerken tijdens de Tweede Wereldoorlog en geeft geen rooskleurig beeld van hun rol. Op pagina 664 staat de slotsom bondig geformuleerd: ‘De algemene trend was lijdzaamheid.’

De meerderheid van de christenen, betoogt Bank, heeft de bezetting en de oorlog gelaten over zich heen laten komen. Soms was er sympathie voor de maatregelen van nazi’s en fascisten, meestal echter was angst de belangrijkste raadgever. Kerken hielden zich meestal koest, deels uit vrees voor represailles, deels door de wens godsdienst zo veel mogelijk buiten politieke confrontaties te houden. Over­leven was de voornaamste doelstelling.

Martelaarschap

Natuurlijk waren er aanzienlijke regionale verschillen. De lezer van God in de oorlog wordt meegevoerd van Spanje naar Oekraïne, van Slowakije naar Zweden. In een enkel geval profiteerde de kerk van de oorlog. In de Sovjet-Unie nam het communistische regime gas terug bij het vervolgen van gelovigen, omdat het de kerk kon gebruiken in de strijd tegen Duitsland.

Maar dat was een uitzondering. Net als het heldhaftige verzet van Dietrich Bonhoeffer (1906-1945). De Duitse kerkleider en theoloog kwam om in de strijd tegen de nazi’s. Weinig geloofsgenoten durfden hem in dit martelaarschap te volgen.

Bank, een oud-journalist die degelijkheid duidelijk belangrijker acht dan een aantrekkelijke schrijfstijl, schrijft niet vanuit Nederlands perspectief. Zijn boek, dat gelijktijdig in het Engels is verschenen, kan dan ook zeker nuttig zijn voor buitenlandse lezers.

Wel komt het eigen vaderland ter sprake. Het had slechter gekund. Zeker in vergelijking met België spraken Nederlandse kerkelijke leiders zich met opvallende regelmaat uit tegen maatregelen van de bezetter, stelt Bank vast.

Hoewel de weerstand ook weer niet zo groot was dat de Nederlandse kerken zich later niet konden aansluiten bij de constatering in 1948 van de Wereldraad van Kerken. Die zei in een rapport schuldbewust dat ‘wij in alle nederigheid moeten erkennen dat wij te vaak in gebreke zijn gebleven om christelijke liefde te tonen jegens onze Joodse buren’.

Elsevier nummer 21, 23 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.