cultuur

Wat zou Jezus stemmen? Politieke betekenis van ’t christendom

Door Gerry van der List - 15 mei 2015

Het christelijke geloof blijft inspireren tot engagement. Een politicus, een theoloog en een econoom over de boodschap van het evangelie.

Het was het drukst bezochte politieke congres in de naoorlogse geschiedenis van Nederland. Op 2 oktober 2010 kwamen duizenden christendemocraten naar de Rijnhal in Arnhem om mee te beslissen over deelname van het CDA aan het kabinet-Rutte dat controversiële gedoogsteun zou krijgen van de PVV. Buiten stond een demonstrant met op een spandoek de tekst: ‘Wat zou Jezus stemmen?’

Dat is geen onzinnige vraag, zegt Lans Bovenberg (56), hoog­leraar economie aan de Universiteit van Tilburg en actief in het CDA.

‘Ik heb me die vraag toen in Arnhem ook gesteld en gebeden om wijsheid. Ik kwam tot de conclusie dat een kabinet met steun van Geert Wilders niet goed zou zijn voor het land. Maar christenen kunnen verschillend denken over politieke kwesties. De uitspraken van Jezus waren vaak paradoxaal en raadselachtig. Het leuke is om te filosoferen en discussiëren over de interpretatie ervan. Ik geloof in de competitie van ideeën. Die brengt de waarheid dichterbij.’

Onchristelijk

Christenen huldigen inderdaad zeer uiteenlopende ideeën over de inrichting van de samenleving. Linkse bevrijdingstheologen in Latijns-Amerika, die het kapitalisme zien als de bron van veel maatschappelijk kwaad, lijken in weinig op de aanhangers van een reactionaire rooms-katholieke organisatie als Opus Dei.

Zelfs binnen één groepering is de eenheid soms ver te zoeken. Het CDA combineert al sinds de oprichting in 1980 het bedaarde conservatisme van de vroegere CHU met het progressieve gedachtengoed van de ARP, de club van mannenbroeders die zich in de jaren zestig vrij plotseling ontpopten als radicale wereldverbeteraars. De onderhuidse spanning tussen beide vleugels komt geregeld aan de oppervlakte.

De vraag van de demonstrant bij het CDA-congres verdeelt dan ook al snel de christelijke gelederen. Carola Schouten (37) bijvoorbeeld wil nooit claimen dat ze stemt zoals Jezus zou hebben gestemd. Het Tweede Kamerlid van de ChristenUnie: ‘Jezus vormt de leidraad in mijn leven. Hij is diegene die mij het diepste laat zien wat liefde is en wat genade is. Maar hij was geen leider van een politieke partij.’

Arjan Plaisier (58) valt haar bij. ‘Als je zegt dat je net zo stemt als Jezus zou hebben gedaan, claim je zijn gezag voor je eigen standpunt. Dat vind ik niet goed. “Jezus Leeft” als naam voor een politieke partij spreekt mij ook niet aan.’

De theoloog die sinds 2008 de functie bekleedt van scriba (secretaris) van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), voelt zich ook ongemakkelijk bij de vraag die Amerikaanse christenen graag opwerpen: ‘What would Jesus do?‘ ‘Zo’n vraag leidt bijna tot kortsluiting in je hoofd. Jezus heeft genoeg gedaan. Hij heeft een waardevol testament nagelaten. Daar moeten wij, mensen, het mee doen.’

Politieke richting

Ondanks de begrijpelijke huiver bij veel Nederlandse christenen om Jezus als politieke bondgenoot op te voeren, blijft het christelijke geloof inspireren tot engagement. In het parlement, bij partijen als CDA, ChristenUnie en SGP en bij individuele Kamerleden. Maar ook daarbuiten, in maatschappelijke organisaties die christelijke overtuigingen als basis hebben. Maar wat is dan de boodschap van het evangelie? Geeft het christendom een politieke richting aan?

Arjan Plaisier is een zachtmoedig mens, wars van grote woorden. Als vertegenwoordiger van een omvangrijk, pluriform kerkgenootschap moet hij zich ook wat voorzichtig uitdrukken. Maar over de veelbesproken bed-, bad- en broodkwestie heeft hij een stellige opvatting. ‘Het in de kou laten staan van mensen vind ik echt onchristelijk. Het is goed dat uitgeprocedeerde asielzoekers het land verlaten, maar zolang ze hier zijn moeten ze worden geholpen.’

De PKN nam het voortouw in de discussie door een klacht in te dienen bij de Raad van Europa over het Nederlandse beleid. Plaisier vindt dat logisch. ‘De kerk heeft een maatschappelijke taak. We moeten niet voortdurend met petities of zo aan komen zetten. Maar als de humaniteit in het geding is, is actie geboden.’

Schouten deinst terug voor begrippen als onchristelijk, maar toont waardering voor de PKN.

‘Kerken hebben als hoofdtaak het verkondigen van het evangelie. Maar ze mogen zich zeker politiek uitspreken. Het helpen van mensen is het begin van het christendom. Je kunt niet tegen asielzoekers zeggen: red je maar. De statements van Jezus waren niet mals. Hij joeg handelaren en geldwisselaars de tempel uit. Ik kan me goed voorstellen  dat hij sommige dingen nu in verdriet zou aanzien. Maar wat hij wil, spreekt niet voor zich. Mensen maken uiteindelijk zelf de keus. En mensen zijn feilbaar. Ik kan alleen maar elke dag mijn handen vouwen en bidden om wijsheid en inzicht.’

Mammon

‘De God van de Bijbel is niet een passief, onthecht, spiritueel wezen, maar een dynamische, actieve ondernemer.’ Deze stelling vormt de kern van de boodschap van Ken Costa in zijn boek Carrière met God. De oud-directeur van de Britse zakenbank Lazard legt hierin uit dat de Bijbel ons aanspoort ambitieus en productief te zijn. Het gaat erom Gods koninkrijk uit te breiden op aarde.

In zijn positieve houding tegenover de markteconomie staat de christen Costa enigszins alleen. Religieuze instellingen – van het Vaticaan tot en met de Wereldraad van Kerken – hebben de neiging kritisch te oordelen over het kapitalistisch stelsel. ‘Christenen hebben kritiek op het idee dat het in leven om geld draait,’ zegt Carola Schouten ter verklaring. ‘Geldzucht is niet goed. Je kunt niet God én de Mammon dienen.’

Deze beroemde spreuk uit de Heilige Schrift heeft te vaak  geïnspireerd tot economische eenzijdigheid, klaagt Bovenberg. ‘Christelijke organisaties, zoals de Wereldraad van Kerken en ook de ChristenUnie, zijn in economisch opzicht nogal naïef. Ze hebben te weinig oog voor de zegeningen van het kapitalisme. De markt dwingt om rekening te houden met anderen, om de belangen van anderen te dienen.

De beruchte leus “Greed is good” is een pervertering van het ideaal van het kapitalisme. Winst is goed, dat is de essentie. Bij die winst gaat het om een win-win­situatie. Iedereen profiteert. Overheid en ethiek zijn belangrijk als tegenwicht tegen de markt. Het is nodig een balans te vinden. Maar veel christenen verwachten te veel heil van de staat. Ze willen de hemel op aarde creëren, waardoor de hel ontstaat.’

Bovenberg heeft Jezus weleens als de ware econoom omschreven. Kan hij dat uitleggen? ‘Ja, zeker. Economie draait om de regels van het huishouden. De wereld is een groot huishouden. De belangrijkste regel is de regel van liefde. Jezus leert ons gelukkig worden en de naaste lief te hebben. Het christendom wordt te vaak geassocieerd met zelfopoffering. Het gaat juist om gedeelde vreugde.’

De regel van de liefde kun je nu ook toepassen op Griekenland, betoogt Bovenberg. ‘Dat land is een verwende puber die niet goed met zijn geld omgaat. Je moet de Grieken opvoeden tot financiële verantwoordelijkheid en daarbij oog hebben voor hun belangen. Win-win, daar heb je het weer.’

Beschaving

Een gesprek met christenen leidt niet direct tot een conclusie over de politieke betekenis van het christendom. Af en toe krijg je het gevoel dat je met de Bijbel alle kanten op kunt. ‘Het christelijk geloof geeft geen politieke route aan,’ verklaart Plaisier. ‘Centraal staat het idee dat je God moet liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Dit betekent dat je met liefde naar je medemens kijkt.’

Christenen delen wel de overtuiging dat het christendom civiliserend werkt en dat zijn afnemende invloed een maatschappelijk probleem kan vormen. ‘Met het christendom is veel beschaving meegekomen,’ zegt Carola Schouten.

‘Kijk naar de Tien Geboden. Dat zijn belangrijke normen. Ik maak me ook wel zorgen over het feit dat mensen Jezus niet meer kennen. Te weinig wordt beseft hoe groot zijn genade is.’

Elsevier nummer 21, 23 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.