cultuur

Why, why-aiaiai, why-aiaiai: welke taal werkt op het Songfestival?

Door Gerry van der List - 04 mei 2015

Op het Eurovisie Songfestival proberen de deelnemers ook te scoren met liedjesteksten die in het hoofd blijven hangen. ‘Sing ding-ding-dong.’

Een beetje ondankbaar is ze wel. In het pas verschenen Het Grote Songfestival Boek klaagt Getty Kaspers over de tekst van de hand van Will Luikinga die ze veertig jaar geleden ten gehore moest brengen.

De zangeres van Teach-In zong ‘And you walk along with your ding-dang-dong‘ en moppert nu dat zulke zinnen inhoudelijk weinig voorstellen. Kaspers zegt zelfs geen enkel benul te hebben van de betekenis.

Wat is dat voor gezeur? Veel teksten van klassieke popsongs vallen moeilijk te begrijpen. Luister maar eens goed naar A Whiter Shade of Pale van Procol Harum of Hotel California van de Eagles. Bovendien wist Teach-In met Ding-a-Dong het Eurovisie Songfestival te winnen, een prestatie die geen Nederlandse artiest daarna meer heeft kunnen evenaren.

Meezinggehalte

Voor tekstschrijvers is het sinds de eerste editie van het culturele evenement in 1956 de kunst om een internationaal publiek te behagen. Aanvankelijk gebeurde dat in de eigen taal. Drie keer eindigde Nederland zo op de eerste plaats: Corry Brokken met Net als toen (1957), Teddy Scholten met ’n Beetje (1959) en Lenny Kuhr met De troubadour (1969).

In de loop der jaren werd het meezinggehalte steeds hoger. Kuhr bijvoorbeeld oversteeg natio­nale grenzen door er enthousiast een ‘lai-la-la-lai-la-la-lai-la-la’ tegenaan te gooien. Een stuk poëtischer kwam Rudi Carrell in 1960 uit de hoek: ‘Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben. Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merel ken.’

Deze kleinkunst werd over de grenzen niet echt gewaardeerd. Carrell eindigde met Wat een geluk met slechts twee punten op de voorlaatste plaats.

Ergernis

In de jaren zestig gingen landen weleens over op de lingua franca van de popmuziek, het Engels. Tot ergernis van omroepkoepel European Broadcasting Union, die ingreep. Vanaf 1966 dienden alle deelnemers te zingen in de taal van de natie die ze vertegenwoordigden, een regel die tot 1999 bleef gehandhaafd. Met uitzondering van de jaren 1973-1976, toen onze Getty dus in het Engels mocht triomferen: ‘Sing ding-ding-dong‘.

Zo kon het gebeuren dat liedjes in het Hebreeuws en Servo-Kroatisch als eerste eindigden. Maar vaak werden klanken in de strijd geworpen die geen enkele talenkennis vereisten. Spanje won in 1968 met La la la. Daarnaast klonken geregeld kreten als ‘ring-a-ding‘ en ‘boom bang-a-bang‘.

Fier

Het loslaten van de taalregel leidde in de 21ste eeuw tot een dominantie van het Engels. Nederland nam gretig afscheid van de eigen taal. Ondanks politieke bezwaren. D66-Kamerlid Boris Dittrich stelde vragen aan de staatssecretaris van Cultuur over de verkwanseling van het Nederlands. Commerciële belangen zouden volgens hem ten koste gaan van de culturele identiteit.

Zelfs Frankrijk ging overstag. Het land dat altijd zo fier is op de eigen taal, scoorde jarenlang dermate slecht dat in wanhoop een keer voor het Engels werd gekozen. Zonder veel succes overigens. Af en toe werd een vreemd mengelmoesje ten gehore gebracht. Oekraïne (in 2004) en Italië (in 2011) combineerden het Engels met de landstaal.

In 2003 had België een primeur met Sanomi: voor het eerst was de taal van een liedje geheel verzonnen. Het Limburgse damestrio Treble putte hieruit inspiratie en zong in Amambanda drie jaar later zinnen als ‘Gwena mamba gwena mamba‘.

Trijntje

In de 21ste eeuw is het praktisch een must in het Engels te zingen om een kans te maken op een overwinning, leert het informatieve boek Douze points, twelve points van Geert Willems. De zege van de Servische Marija Serifovic in 2007 is een zeldzaamheid. Haar liedje bevat geen woord Engels.

De laatste keer dat Nederland zijn culturele identiteit beschermde met een nummer in de eigen taal, was vijf jaar geleden. Sieneke zong vrolijk Ik ben verliefd (sha-la-lie) van Pierre Kartner.

Dit jaar probeert Nederland het weer gewoon in het Engels. Trijntje Oosterhuis treedt in het strijdperk met Walk Along. Eén zin blijft zeker in het hoofd hangen: ‘Why, why-aiaiai, why-aiaiai.’

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.