cultuur

‘Er bestaat geen vooropgezet plan, er zijn geen spelregels’

Door Marijke Hilhorst - 19 juni 2015

Tethys beweegt in het water alsof ze erin is geboren en groot geworden, hier in die blauwe wereld hoort ze thuis. Dit is haar natuurlijke omgeving.

‘Over haar zou ik een boek over kunnen schrijven,’ zegt Louck. Hij doelt op een meisje van een jaar of zestien, in een zwart badpak, met golvend donkerbruin haar, dat al zeker een uur in zee zwemt terwijl wij op strandstoelen onder parasols bewonderend toekijken.

Zwemmen is eigenlijk niet het goede woord. Ze beweegt in het water alsof ze erin is geboren en groot geworden, hier in die blauwe wereld hoort ze thuis. Dit is haar natuurlijke omgeving. We zagen haar eerder en ook toen had Louck het al over een boek. Mij leek dat nogal ambitieus, maar ik beloofde een aanzet te geven. ‘Laten we haar om te beginnen een naam geven,’ stelde ik voor.

Het werd er een uit de Griekse mythologie waaraan in dit deel van Turkije aan de Egeïsche Zee zo veel herinnert. Neem alleen de grot van Zeus, op twee minuten lopen van ons pension, waar nog dagelijks baders te vinden zijn omdat onderdompeling in het meertje dat er ontstond, vruchtbaarheid belooft.

Elegant

Het was Thijs die ons vertelde over Tethys, godin van de zee en de ondergrondse rivieren, dochter van Uranus en Gaea, vrouw van Oceanus, die tevens haar broer is. Voordat Poseidon over de zeeën heerste, behoorde deze taak Tethys en Oceanus toe. Samen kregen ze duizenden kinderen, de Potamiden (riviergoden) en de Oceaniden. Zo was Tethys de moeder van onder meer de Nijl.

Onze Tethys heeft geen anderen nodig om zich te vermaken. Er is geen broer Oceanus. Ze gebruikt geen snorkel als excuus omdat ze zich anders maar zou vervelen. Ze gaat ook niet te water om de vlinder- of welke slag dan ook te trainen. Ze speelt. Als een dolfijn verheft ze haar lichaam schijnbaar moeiteloos tot aan de heupen uit het water, duikt dan voorover, de kleine voeten verdwijnen elegant aaneengesloten als laatste onder het wateroppervlak.

Een heel eind verder komt ze pas boven. Wij, de toeschouwers, ademlozer dan zij. Dan keert ze haar gezichtje naar de zon, drijft op haar rug met wijd gespreide armen en ontspannen benen, om plots met een krachtige rugcrawl weg te stuiven.

Het is deels uit schaamte dat wij aan land blijven als Tethys haar kunsten vertoont – hoewel ze zich er niet van bewust is dat wij ze als zodanig beschouwen. Maar toch, wij voelen ons lomperiken en zijn bang dat Tethys in lachen zou uitbarsten als ze ons op onze waterschoentjes zeewaarts ziet gaan, met moeite het evenwicht bewarend op de kiezels, soms wegglibberend op een gladde steen, in elk geval onhandig bewegend tot we eindelijk zwemmen kunnen met een schoolslag die ook al geen schoonheidsprijs verdient.

Smal kiezelstrand

Dan Tethys. Ze duikelt achterwaarts onder, verdwijnt uit beeld, blijkt een rol te hebben gemaakt want we zien als eerste haar snoetje verschijnen, de ogen wijd open, alsof het zout haar niet deert. Wat nu?

Met de armen strak langs het lichaam draait ze razendsnelle schroeven linksom en vervolgens rechtsom, spettert krachtig met de voeten, rust een tel, schiet weg. Een consistent patroon valt er niet in te ontdekken. Er bestaat geen vooropgezet plan. Er zijn geen spelregels. Ze is.

Tethys woont in een wit gesausd huisje, dat pal aan ons smalle kiezelstrand staat. De strook stenen is net 3 meter breed en loopt iets af, de zee in. Een Amerikaanse reisgids heeft het heel oneerbiedig over ‘strandjes ter grootte van een sigarettenpeuk’, maar voor ons gezelschap, nooit groter dan vier, vijf mensen is het perfect.

Op het plaatsje zit soms de gezette moeder met kleurige rok en hoofddoek in de schaduw van een enorme vijgenboom. De vrijwel haarloze, oude hond volgt Tethys op de voet. Hem is, om zonnebrand te voorkomen, een T-shirt aangedaan en zo lijkt het of er een hoopje vodden op het strandje ligt als hij zich opkrult en zich slapende houdt tot Tethys eindelijk aan land komt, zich met de tuinslang afspoelt en naar binnen gaat.

Wij zuchten. Sluiten voldaan onze ogen. Luisteren. Eb en vloed kent deze zee niet, meestal gedraagt ze zich zoals sommige mannen vrouwen graag zien: ze houdt zich kalm, zwijgt en is mooi. De minuscule golfjes brengen met moeite de kleinere kiezels in beweging en dat veroorzaakt een prettig getinkel, als ijsklontjes in een glas. ‘Wat wordt de eerste zin?’ vraag ik Louck. ‘Over haar zou ik een boek kunnen schrijven,’ zegt hij en hij bestelt een fles witte wijn.

Elsevier nummer 26, 27 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.