cultuur

In biografie Anton Kröller bezwijkt hoofdpersoon onder details

Door Liesbeth Wytzes - 08 juni 2015

Anton Kröller verdiende geld met ondermeer zijn rederijen, kunstmesthandel, maar vooral met geld. Ariëtte Dekker schetst het beeld van een eerzuchtige ondernemer, intelligente, maar niets ontziende ondernemer.

Helene Kröller-Müller (1869-1939), kunstverzamelaar en grondlegger van het naar haar genoemde museum op de Veluwe, is bekender dan haar man Anton Kröller (1862-1941). Terwijl hij het toch is geweest die de enorme verzameling kunst en de bouw van jachtslot Sint Hubertus financieel mogelijk maakte. Kröller verdiende geld met ondermeer zijn rederijen, kunstmesthandel, maar vooral met geld.

Hoe hij te werk ging, maakt Ariëtte Dekker duidelijk in haar proefschrift en biografie Leven op krediet. Daarin schetst ze het beeld van een eerzuchtige ondernemer. Een ‘energieke, intelligente, maar minstens zo agressieve, niets ontziende ondernemer, wiens innerlijke drijfveer het was te winnen en te heersen, bij voorkeur alleen,’ schrijft Dekker, volgens wie Kröller geen geweten bezat.

Hartelijk en vrolijk buiten de deur, autoritair, ongeduldig en weinig empathisch binnenshuis. Daar leed zijn wispelturige vrouw minder onder dan zijn emotioneel verwaarloosde kinderen.

De opkomst en bloei van Kröller, directeur van handelsonderneming W. H. Müller & Co, ging gelijk op met de opkomst van Rotterdam, Kröllers geboortestad. Dekker – econoom en bedreven in het ontcijferen van jaarverslagen – beschrijft die handelsgeschiedenis uitgebreid. Heel erg uitgebreid.

Fraude

Dat levert een probleem op. Aan de ene kant kan de lezer niets dan een diepe, eerbiedige buiging maken voor het fenomenale onderzoeks- en speurwerk van de auteur. Een enorme prestatie: geen detail, hoe klein en schijnbaar onbeduidend ook, is aan haar aandacht ontsnapt.

Daardoor wordt een vloed aan zeer nauwkeurig beschreven wetenswaardigheden over de lezer uitgestort; zo veel dat het hem al snel duizelt en, erger, de figuur van Kröller zowat bezwijkt onder de last. Af en toe denk je: wiens biografie lees ik ook alweer? Waar is Kröller gebleven? Waarom was hij zo met geld bezig als hij niet per se rijk wilde worden? Helemaal duidelijk wordt het niet.

Kröller deed (ook) aan tunneling, een vorm van fraude. Hij kon zijn gang gaan in een tijd dat er geen goede effectenwetgeving was, maar ook leefde hij in een periode waarin de bezittende klasse de dienst uitmaakte. Heel anders dan nu, en toch ziet Dekker verbanden met de huidige economisch wankele periode. Ze vindt die verbanden tussen toen en nu ‘schrikbarend’.

Dekker begint haar persoonlijke noot met de opmerking dat het onderzoek naar Kröllers leven geen sinecure was en het schrijven evenmin. Ook het lezen is hard werken.

Elsevier nummer 24, 13 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.