cultuur

Melissa McCarthy als de onwaarschijnlijkste spionne ooit

Door Rob van Scheers - 02 juni 2015

Een portie fysieke humor, bij wijze van Schadenfreude – leedvermaak om pech en pijn van anderen. Je moet ervan houden, maar bij Spy werkt het.

Wij zouden zeggen: een burleske, een blijspel, een klucht die mikt op de gulle lach. In Amerika heet dat: gross out, een comedy waarbinnen de vermeende goede smaak met liefde onderuit wordt gehaald.

Bij gross out gaat het om alledaagse zaken als poep en pies, openbare dronkenschap, onverhuld seksisme, verzin het maar. Grenzen en regels zijn er niet, hooguit om doorbroken te worden.

Daarbovenop: een portie fysieke humor, bij wijze van Schadenfreude – leedvermaak om pech en pijn van anderen. Slapstick met een bite. Je moet ervan houden, feit blijft dat deze humorvorm zo oud is als de mensheid zelve.

Bloedserieus

Zomerhit There’s Something About Mary (1998) was zo’n gross out-comedy. Denk aan The Hangover (2009) of Bridesmaids (2011). Bij die laatste film werkten regisseur Paul Feig en comédienne Melissa McCarthy ook al samen, gevolgd door dé policier The Heat (2013).

Nu vinden ze elkaar in een James Bond-parodie. Alles van hierboven zit er weer in, zij het een tikkeltje gematigder. Om het evenwicht tussen ernst en luim niet te verliezen, zijn de suspense- en actiescènes bloedserieus gedraaid.

Alleen met dit verschil dat de voluptueuze McCarthy toch wel de onwaarschijnlijkste ­spionne ooit moet zijn, en ze lost dat elegant op. Haar personage Susan Cooper werkt op de burelen van de CIA.

Met digitale snufjes is ze de ogen en oren van superagent Bradley Fine (Jude Law), maar als die tijdens een gevaarlijke missie van haar monitor verdwijnt, biedt ze aan zelf undercover te gaan. Simpel verhaaltje. En het werkt.

Elsevier nummer 23, 6 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.