cultuur

Nederland zwichtte pas laat voor de panorama-rage

Door Marijke Hilhorst - 26 juni 2015

Panorama Mesdag is het enige Europese panorama dat nog op de oorspronkelijke plaats te zien is.

Gemakkelijker is het er anno 2015 niet op geworden een vakantiebestemming te kiezen. Hoorde op een terras een stel vertellen dat ze hadden moeten afzien van hun plan om deze zomer de Middellandse Zee te bezeilen om niet het risico te lopen op een wrakke schuit vol bootvluchtelingen te stuiten. ‘Want dan moet je toch iets doen.’

Jasperina de Jong zong in 1972 in haar eentje het prachtige, als duet geschreven Dobbe dobbe dobbe waarin het probleem ‘waar gaan we naartoe?’ uitvoerig aan de orde komt. Griekenland valt af omdat het fascistisch is, Zweden omdat het saai lijkt. Eind van het liedje is dat ze lekker nergens naartoe gaan.

Op het ‘Leidsepleintje’ kunnen ze ook ‘buitenlanders kijken’. En dat zij blijven is weer aardig voor de toeristen, want die zien anders nooit Nederlanders.

Nog veel eerder, in 1824, schreef een bereisde Brit dat je beter het geschilderde panorama van Pompeï kunt bezoeken in de Leicester Square-rotonde in Londen dan naar Italië af te reizen. Het bespaart je niet alleen de kosten van een reis, maar ook de ellende die je daar te wachten staat: ‘Het beroerde eten, de onzindelijke bedden, de bandieten en de hondsbrutale Italiaanse douanebeambten.’

Beeldcultuur

Wij waren wel met vakantie en het was heerlijk, maar om het gevoel vast te houden, was ik vast voornemens om thuis minstens een dag in de week naar het strand te gaan, in zee te zwemmen en me daarna met een boek in het zand neer te vleien zoals ik dat aan de Egeïsche Zee ook deed.

Tot nu toe verhinderde het Hollandse weer deze plannen. En dat bracht mij, in navolging van de Brit, op het idee naar het Panorama Mesdag te gaan: dan maar een net-echt strand.

Over de hoogtijdagen van het fenomeen ‘panorama’ las ik tijdens de vakantie in De nieuwe mens, de culturele revolutie in Nederland rond 1900 van een van de interessantste historici van deze tijd, Auke van der Woud.

Met tal van originele voorbeelden overtuigt hij de lezer ervan dat de huidige beeldcultuur, die volgens velen doorbrak toen de televisie haar intrede deed en dus van vrij recente datum zou zijn, al in de laatste decennia van de negentiende eeuw opkwam.

Toen ontstond in West-Europa een nieuwe massa-cultuur naast de eeuwenoude cultuur van de elite. Was de oude, de dominante met de grote C, die van het woord, schouwburgen, musea en andere ‘tempels van verheffing’, de nieuwe was open, massaal en materialistisch, en een waarin het beeld bepalend was. Alles draaide om zien en gezien worden in de panorama’s, de koffiehuizen, de etalages en warenhuizen.

De ‘panorama-rage’ laaide al in de eerste helft van de negentiende eeuw op in diverse Europese steden, zoals in Londen. De panorama’s waren een massa-attractie. Kreeg een afbeelding begin negentiende eeuw waardering omdat die de werkelijkheid zo natuurgetrouw weergaf, de nieuwe kijkervaring bracht groot enthousiasme voor een visuele presentatie die echt leek maar ook iets extra’s toevoegde, namelijk het ‘begoochelen van de toeschouwer’, schrijft Van der Woud.

Kijkervaring

Nederland was laat. Het Amsterdamse panorama, ge­opend in 1880 en met een vloeroppervlak van 1.600 vierkante meter, koos het Beleg van Haarlem in 1572 als onderwerp. Maar bezoekers kwamen niet voor de geschiedenis, wel voor een indrukwekkende kijkervaring.

Het nieuwe was dat de ruimte tussen het schilderij en de kijkers met echte voorwerpen als een driedimensionaal landschap was ingericht, zodat de vraag rees waar de werkelijkheid ophield en het schilderwerk begon. Maar zoals het bij massa-attracties gaat: er komt een moment dat het publiek is uitgekeken. Dan wil het iets nieuws.

Dat lot was Panorama Mesdag beschoren. Brusselse ondernemers trokken in 1880 de beroemde zeeschilder H.W. Mesdag aan om de zee, het strand en het landschap te schilderen zoals gezien vanaf het hoge Seinpostduin bij Scheveningen, maar de  bezoekers bleven weg en de zaak ging op de fles. Gelukkig was Mesdag zelf niet onbemiddeld. Hij kocht het doek aan en nam de financieel onaantrekkelijke exploitatie zelf ter hand.

Nu is dit het enige Europese panorama dat nog op de oorspronkelijke plaats te zien is en wat is het een feest om daar – letterlijk – rond te lopen en te kijken. Er valt zo veel te ontdekken op het inmiddels grondig gerestaureerde doek.

Kijk, daar tussen de boten zit Stientje Mesdag-van Houten achter haar schildersezel.

Elsevier nummer 27, 4 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.