cultuur

Puberpijn, kalverliefde, humor en ­rap aan de rand van de stad

Door Rob van Scheers - 22 juni 2015

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een Nederlandse film waarvan je denkt: hola, wacht eens even. Prins, van Sam de Jong, is zo’n film.

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een Nederlandse film waarvan je denkt: hola, wacht eens even. Wat is dit voor fris, verrassend, eigentijds werkstuk? Meestal gedraaid voor een habbekrats, we spreken dan over de triomf van het keukentafelmodel.

In 1995 was dat Zusje van Robert Jan Westdijk, tegelijkertijd de entree van actrice Kim van Kooten. De flair waarmee Mike van Diem Karakter (1997) verfilmde, bezorgde hem een Oscar. Denk aan Suzy Q (1999) van Martin Koolhoven, met een debuterende Carice van Houten.

Ronduit daverend was Van God los (2003). Het eerste werkstuk van Pieter Kuijpers zette de grimmige toon voor alle daaropvolgende Nederlandse misdaadfilms. Tot hetzelfde debutantenbal behoren Langer licht (David Lammers, 2006), Nachtrit (Dana Nechushtan, 2006), en ook Het leven uit een dag (Marc de Cloe, 2009).

We kunnen David Verbeeks R U There uit 2010 nog noemen, of Jim Taihuttu’s roadmovie Rabat (2011). En Sacha Polak schonk ons dan weer Hemel (2012).

Droomsequenties

Zet je dat allemaal achter elkaar, dan denk je: goh, het valt best mee met die Nederlandse film. Er is nog hoop. Elk jaar zit er wel zo’n verrassing tussen. Hoe het verder moet na zo’n geslaagd debuut, dat is weer een heel ander verhaal. Nu maken we ons op voor de volgende nieuwlichter: Sam de Jong. Hij schreef en regisseerde Prins, een eigentijdse vertelling aan de rand van de grote stad, zeg Amsterdam-Noord.

Wat onmiddellijk opvalt: deze filmmaker heeft de beeldtaal in zijn vingers. Hij kan fel-realistisch draaien, en wisselt dat af met David Lynch-achtige droomsequenties, of beter: nachtmerries. Hij husselt soepel genres door elkaar, van western via gangsterfilm tot aan de straatwijze tienerfilm. City of God over de favela’s van Rio de Janeiro heeft hij ongetwijfeld ook gezien.

Mooiste meisje

Soms laat hij een stilte vallen, als een witregel in een roman. Met een zorgvuldig gekadreerd beeld, vol ruimte en kleur, een long­shot. Daarna zoeken de personages weer hun weg in het verhaal.

Dat verhaal is eenvoudig genoeg. Halfwas Ayoub (Ayoub Elasri) is verliefd op Laura (Sigrid ten Napel), het mooiste meisje uit de buurt. Maar Laura gaat liever om met de oudere binken, want zo zijn meisjes van die leeftijd. Wat te doen? Ayoub droomt zich weg in de rol van de gevaarlijke gangster die hij niet is, want zo zijn dan weer jongens van die leeftijd.

Een mix van puberpijn, kalverliefde, humor en rapmuziek. En dat allemaal zonder budget: 24 draaidagen, geen re-shoots, goeddeels een cast van amateurs. Een filmpje om te koesteren, dit. Laten we hopen dat hij zijn publiek vindt.

Elsevier nummer 26, 27 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.