cultuur

Veelzijdig muzikaal talent Ntjam Rosie: ‘Ik voel me erg gezegend’

Door Gerry van der List - 08 juni 2015

Een mooi nieuw album, optreden op North Sea, kind op komst: het gaat goed met het grote muzikale, Kameroens-Nederlandse talent Ntjam Rosie. Met dank aan de Heer.

Het is een beetje rare avond in De Nieuwe Kerk aan het Spui in Den Haag. Een matig gevulde zaal aanschouwt deze zaterdag op het jaarlijkse ‘crossoverevenement’ The Woo een donkere violist met petje, een wat schreeuwerig zangeresje uit Rotterdam en mysterieus doende modellen op een catwalk voordat een lange pauze aanbreekt waarin, als food art gepresenteerde, hapjes kunnen worden genuttigd.

Daarna komt gelukkig alles goed. Want op het podium verschijnt een groot muzikaal talent dat er duidelijk zin heeft. Ntjam Rosie (32) straalt. De modieus geklede Kameroens-Nederlandse zangeres met afrokapsel oogt minstens zo aantrekkelijk als de fotomodellen en komt aanmerkelijk minder chagrijnig over.

Ze is wel een tikkeltje dikker. ‘Maar ik heb niet te veel gegeten, hoor,’ vertelt ze het publiek lachend. Rosie is zwanger. Van de Rotterdammer die haar twee jaar geleden tijdens een nieuwjaarsconcert op het podium van het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam ten huwelijk vroeg.

Maar haar blije uitstraling heeft nog een andere oorzaak. In De Nieuwe Kerk spreekt Rosie vrijuit over haar geloof in Jezus en God. Haar nieuwe album getuigt daar ook van. De titel, The One, verwijst naar de Heer.

‘Ik twijfel soms wel over hoe ver ik moet gaan in het verkondigen van een boodschap,’ zegt de zangeres na haar optreden. ‘Maar ik ben echt verliefd op God. En dat wil ik laten weten. Het is net als wanneer je een gerecht superlekker vindt en je het dan iedereen wil laten proeven. Ik wil mijn geloof niet opleggen. Maar ik voel wel de behoefte om Gods liefde te delen.’

Rosie gaat geregeld naar de Levende Steen Ministries in Spijkenisse, een pinkstergemeente onder leiding van de Surinaamse apostel Edgar Holder. Op zondag werkt ze liever niet. ‘Het zou jammer zijn als mensen afhaken, omdat ze mijn overtuiging afwijzen dat Jezus de redder is. Maar ik ben wie ik ben. Als artiest beschik je over een platform. Je hebt een zekere macht. Het is goed om die te gebruiken om liefde te brengen.’

Het geloof biedt kracht in lastige tijden. ‘Het wordt binnenkort spannend door mijn zwangerschap. Mijn man heeft al drie kinderen, voor mij is het de eerste keer. Maar ik vertrouw gewoon op God. Ik voel me erg gezegend.’

Veelzijdigheid

Muziekliefhebbers met een allergie voor godsdienst, moeten zich er door hun vooroordelen niet van laten weerhouden naar Ntjam Rosie te luisteren. Want zo prekerig is ze niet in haar – zelf geschreven – liedjes en ze heeft een formidabele stem.

Bovendien verenigt ze op vernuftige wijze allerlei muzikale stijlen. Haar eerste album, Atouba (2008), paste met zijn Afrikaanse invloeden het best in de categorie wereldmuziek, het tweede, Elle (2010), klonk meer jazzy en het derde, At the Back of Beyond (2013), bood een mix van pop, soul en jazz.

Die veelzijdigheid is een kracht, maar kan tegelijkertijd commer­cieel succes in de weg staan. ‘Het is lastig wat ik doe, dat weet ik. Ik heb een heel brede smaak. Ik hou van veel muzieksoorten en ik vind keuzes maken niet zo leuk. Dat geldt op meerdere vlakken. De ene dag draag ik een designerpakje, de volgende dag loop ik slonzig in streetwear. Mensen vragen zich dan weleens af of het dezelfde jonge vrouw is die ze zien.’

Rosie kan jaloers zijn op de, eveneens uit Afrika afkomstige, zangeres Sade die met haar jazzy, soulvolle pop een wereldster werd. ‘Eenzijdigheid is nodig voor herkenbaarheid. Het is handig als mensen meteen weten wie ze voor zich hebben. Uiteindelijk wil ik groeien naar een duidelijke, herkenbare sound zonder het excentrieke te verliezen dat ik heb.’

Geduld opbrengen bij het opbouwen van een muzikale carrière is niet altijd eenvoudig. Toen Rosie voor The One niet gauw een geschikte producer kon vinden, nam ze zelf maar de productie ter hand. ‘Ja, kom, ik ga niet zitten wachten op anderen. Als ik een plan heb, ga ik ervoor. Het was wel een dingetje. Er was een stemmetje in mijn hoofd dat twijfels uitsprak. Zo van: wie denk je wel dat je bent dat je jezelf nu ook al producer gaat noemen? Het was best een beetje heftig allemaal.’

Maar het resultaat mag er zijn. The One werd een mooi, sereen album, met bijdragen van fluitist Ronald Snijders en trompettist Eric Vloeimans. De lovende recensies waren begrijpelijk. Van Caro Emerald-achtige verkoopcijfers is geen sprake, maar de positieve aandacht zorgde er wel voor dat de schoorsteen in huize Rosie in de Rotterdamse wijk Kralingen voorlopig kan blijven roken.

‘Ik kan leven van mijn werk in Nederland. Mijn agenda is nooit leeg. En volgende maand sta ik, voor de tweede keer, op het North Sea Jazz Festival. Een van de belangrijkste muziekfestivals ter wereld waar ik zelf altijd als bezoeker graag naar toe ga. Heel tof.’

Cultuurschok

In haar paspoort staat de naam Rosie Boei. De achternaam dankt ze aan de Nederlander die haar moeder 23 jaar geleden uit Kameroen naar Maastricht meevoerde. Echt goed klinken deed het niet, dus koos Rosie er al jong voor om haar Kameroense achternaam voor haar voornaam te plaatsen.

‘Ik ben altijd een denker geweest. Een filosofisch kind. En omdat ik wist dat ik iets in de muziekwereld wilde betekenen, zocht ik naar een interessante, aparte naam. Zodat je het idee krijgt: hier hebben we een bijzonder iemand. Door Ntjam voorop te zetten, wilde ik ook benadrukken dat mijn wortels in Afrika liggen.’

De overgang van Kameroen naar Maastricht betekende vanzelf een cultuurschok voor een negenjarig meisje. ‘Het weer, hè. Dat was vreselijk wennen. En de rijtjeshuizen, die kende ik helemaal niet. Het is hier allemaal zo ontworpen en bedacht. Maar ik ben al lang gewend natuurlijk. Ik voel me nu vooral Nederlandse. Ik hou van Nederland, een van de meest liberale landen ter wereld.’

De taal vormde aanvankelijk een fors obstakel. ‘Ik kende geen woord Nederlands. Ik sprak wel vloeiend Frans en Bulu, het dialect van het zuiden van Kameroen. Maar ja, daar kom je niet echt ver mee in Maastricht. Ik heb enorm mijn best moeten doen. Ik ben geen rocket scientist of zo. Gelukkig heb ik wel een talenknobbel en ben ik eager om te leren.’

Weemoed

Gezien alle recente klachten over het racistische karakter van haar nieuwe vaderland, is het interessant te vernemen of Rosie het zwaar te verduren heeft gehad. Is zij bijvoorbeeld erg gepest vanwege haar exotische uiterlijk?

‘Ach, er waren weleens pesterijtjes. Maar in Kameroen moest je op school soms letterlijk vechten om te overleven. Ik heb als kind echt moeten knokken. Dus dat beetje gepest in Maastricht vond ik een lachertje. Ik had ook zo’n houding van: kom maar op. Ik laat me niet snel op mijn kop zitten.’

Ntjam Rosie spreekt vlot en beschaafd, met soms een paar Engelse termen en af en toe een tongval die verraadt dat ze al weer een tijd in Rotterdam woont. Daar studeerde ze cum laude aan het conservatorium af.

‘Ik ben me hier thuis gaan voelen. Ook omdat hier mensen uit zo veel verschillende culturen wonen. Dat schept een band. Rotterdam is een gekke stad met allemaal puzzelstukjes. Amsterdam is mij te druk, met al die toeristen. Laat die maar lekker daar blijven.’

Haar geboorteland is Rosie nooit vergeten. ‘Er blijft altijd een soort weemoed. De Portugezen hebben daar een mooi woord voor: saudade. Mijn jongste jaren bracht ik nu eenmaal door in Afrika. Daar zette ik mijn eerste stapjes, daar at ik mijn eerste mango’s. Ik weet nog hoe ik water ging halen in het bos. Zulke herinneringen maken een deel uit van je biografie.’

In 2009 ging ze voor het laatst terug naar Kameroen. Alleen al het weerzien met haar familie maakte de reis de moeite waard. En het lekker warme weer uiteraard. ‘Maar het viel me wel op hoe sloom daar alles gaat,’ zegt Ntjam Rosie.

‘Je hebt in Kameroen echt die mañana-cultuur van landen waar de zon veel schijnt. We doen het morgen wel, zo’n instelling. Je hebt onwillekeurig de neiging om het verleden te romantiseren. Om te denken dat vroeger alles beter was. Als ik met vakantie in Kameroen ben, verlang ik na een tijdje toch naar Nederland. Mijn tweede thuis.’

Elsevier nummer 24, 13 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.