cultuur

Zo verwierf Germaine een plaats in de kostuumgeschiedenis

Door Marijke Hilhorst - 05 juni 2015

Wat verloren dwaalde ik rond door het Rijksmuseum, tot ik stuitte op een opstelling met vrij moderne kledingstukken. Van mode weet ik tenminste iets.

Op mijn laatste zwerftocht door het Rijksmuseum belandde ik op een afdeling waar een duizelingwekkend aantal objecten is uitgestald: complete verzamelingen miniatuurzilver, muziekinstrumenten, juwelen, doosjes, vaderlandse relieken, toverlantaarnplaatjes, glas, porselein, pistolen en zwaarden, naast een waanzinnige hoeveelheid scheepsmodellen.

Wat verloren dwaalde ik er rond tot ik stuitte op een opstelling met vrij moderne kledingstukken. Van mode weet ik tenminste iets.

Het bleken stukken van een dame uit een welgesteld Amsterdams milieu in de eerste helft van de twintigste eeuw. Om de toelichting te kunnen lezen, moest ik wel heel onelegant diep vooroverbuigen, want de bordjes lagen op de grond. Op ooghoogte wel foto’s van de schenkster: een mooie jonge vrouw die Germaine Urtebise blijkt te heten.

Op een later kiekje zien we haar met haar man tijdens de huwelijksreis in Pontresina en dan lijkt het er verdacht veel op dat zij hun kleding, zelfs de schoenen, op elkaar hebben afgestemd. Hij is duidelijk ook een ‘smart dresser’. En er hangt een foto waarop Germaine poseert met een stijlvolle, perfect in model getrimde airdaleterriër. Haar past geen rommelige robbedoes.

De vrouw intrigeerde me. Ik wilde meer weten. Blijkt dat Birthe Weijkamp haar afstudeerscriptie heeft geschreven over deze Germaine: Hoogtepunten uit een garderobe. Kleren en kleedgedrag van G.A. Brusse-Urtebise (1920-1970). Na lezing kwamen de kleren in de vitrines tot leven.

Première-vendeuse

Germaine Adeline Urtebise, een boerendochter, geboren in 1903 in het Belgische dorp Ligne, krijgt als zeventienjarige de kans een opleiding tot secretaresse te volgen aan een in Brussel gevestigd katholiek meisjespensionaat.

Ze werkt vervolgens op een advocatenkantoor en bouwt in haar vrije tijd een modellen-portfolio op waarmee ze een baan als mannequin verwerft bij een Brussels modehuis. Later, als vendeuse, moet ze een eigen clientèle opbouwen, wat haar zo goed afgaat dat ze al spoedig promoveert tot première-vendeuse.

Haar levensstijl lijkt dan op die van de hogere klasse die haar klantenkring vormt. Germaine koopt in 1931 een appartement en ze neemt een huishoudster die ook voor haar kookt. ’s Avonds is ze te vinden in het theater, of in de opera, ze berijdt haar eigen paard, Princesse, en reist geregeld, veelal naar Zwitserland.

Daar ontmoet ze Adrianus Daniel Brusse, makelaar in tabak te Amsterdam. Na hun huwelijk, in 1932, verhuist het paar naar Amsterdam. Werken is voor een gehuwde vrouw uit den boze, haar paard moet ze achterlaten en haar man laat weten dat ze voor kinderen geen tijd zullen hebben.

Binnenshuis

Daar stelt hij tegenover dat zij zo veel kleren mag kopen als ze wil. En dat doet ze: in Amsterdam en in Brussel, waar ze beiden ook hun schoenen op maat laten maken, schaft ze kleding aan voor verschillende gelegenheden, want van vrouwen van zekere stand werd verwacht dat ze elk moment van de dag gepast gekleed gingen.

Kennelijk verveelt ze zich soms toch, ondanks haar drukke sociale leven, en om haar iets om handen te geven, geeft haar man haar de airdale cadeau. Bear zit binnenshuis in een box, maar mag mee als mevrouw Brusse tochtjes maakt in haar open sportautootje. Dat moet een kostelijk gezicht zijn geweest.

Germaine overleeft haar man twintig jaar. Ze sterft in 1997. Bij leven schenkt ze al een deel van haar garderobe, na haar dood is nog een deel als legaat aan het Rijksmuseum toegevallen, plus relevant beeldmateriaal. De tweehonderd stuks kleding, accessoires, negentien paar schoenen en foto’s geven een fraai overzicht van de ontwikkeling in de mode midden twintigste eeuw.

Fluwelen pyjama

Haar grote liefde voor mode blijkt zelfs uit de kleine presentatie in het Rijks. Maar hoe belangrijk kleren voor haar waren, bewijst vooral een telefoontje dat ze pleegde met de conservatrice kort na de eerste schenking: ze liet weten dat ze haar zwarte fluwelen pyjama zo miste. Ook veelzeggend is dat ze kledingstukken haar ‘kinderen’ noemde – die doe je niet weg.

Gelukkig realiseerde Germaine zich dat ze, door haar spullen aan een publieke instelling te schenken, iets blijvends van zichzelf achterliet en zich zo een plaats verwierf in de Nederlandse kostuumgeschie­denis. Nu maar hopen dat de hele collectie Brusse nog eens uit het depot komt en met het hele verhaal wordt gepresenteerd.

Elsevier nummer 24, 13 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.