cultuur

Actrice Anniek Pheifer: ‘Ik ben een heel blije tube verf’

Door Irene Start - 06 juli 2015

Anniek Pheifer (37) is een grappige twijfelaar met een haarscherpe techniek en wars van sterallures. ‘Ik zou best een imago willen, iets met stijlvol, slim en grappig.’

Het waren mooie woorden, die uit het juryrapport van de Mary Dresselhuys Prijs: ragfijn inlevingsvermogen, haarscherpe techniek, ze schakelt moeiteloos van doorvoeld realisme naar droogkomisch naturel en hilarische slapstick. Actrice Anniek Pheifer (37) die de prijs eind april kreeg, glimlacht bescheiden. ‘Ja, als het allemaal waar is, dan is het een supercompliment.’

Dat ze een breed veld bespeelt, blijkt wel uit haar rijke cv; er zijn niet veel actrices die zowel geloofwaardig in een bikinifilm als Costa kunnen staan, als in klassiekers van Shakespeare of Tsjechov. ‘Ik hou gewoon van spelen,’ zegt ze, en dat spelplezier is aanstekelijk.

Het is genot om haar bijvoorbeeld te zien improviseren in tv-serie De vloer op. In een opname uit 2012, nog te zien op YouTube, speelt ze met acteur Leopold Witte een uitgeblust stelletje dat voor de tv zit waarop plots een seksfilm te zien is. Ze hebben snel de lachers op hun hand, tot Pheifer ineens in elkaar zakt en huilerig wordt – het publiek is duidelijk aangedaan.

Sportschool

Het interview is in een café in het centrum van Haarlem, het zomert flink. De blonde actrice gaat gekleed in witte trui en shorts (‘met witte benen, moet je schrijven’). Ze woont sinds kort in de stad, met man René van Zinnicq Bergmann, eveneens acteur, en hun twee zoontjes Willem (8) en Douwe (5).

‘We kwamen uit een bovenwoning in Amsterdam, wilden graag een betaalbaar huis met een tuin. Ik was bang de grote stad te missen, maar dat duurde slechts een week.’ Om de hoek in het oude postkantoor is een leuke sportschool gevestigd. Of ze die al heeft ontdekt? Ze schiet in de lach: ‘Nee, maar “leuk” en “sportschool” is voor mij een onmogelijke combinatie.’

De avond ervoor speelde ze Masja, de tragische middelste zus in Anton Tsjechovs Drie Zusters bij Het Nationale Toneel, het Haagse gezelschap waar ze al tien jaar in dienst is. Vanochtend was ze op de basisschool waar haar oudste zoon een spreekbeurt over tijgers hield.

‘Hij deed er heel nonchalant over, maar op het moment suprême deed hij het geweldig: hij keek de klas in, sprak duidelijk. Of dat niet anders kan met twee acteurs als ouders? Misschien. Ik kan me niet zoveel spreekbeurten herinneren, maar vond het wel leuk als ik voor de klas iets moest voordoen.’

Drenthe

Pheifer is geboren in Assen en groeide op in Veenhuizen, als dochter van een onderwijzersechtpaar. ‘Ik heb achttien jaar in Drenthe gewoond en kan iedereen de rust en de natuur aanraden. Tegenwoordig zijn mensen zo op zoek naar handleidingen voor het leven, mindfulness en zen. Ik lééfde zen.’

Een beetje saai was het wel, geeft ze toe, een groot cultureel aanbod was er niet. Lastig voor een actrice in spe? ‘Ik heb niet het gevoel iets te hebben gemist. Al duurde het even voordat ik me in Amsterdam kon aanpassen. De stad leren kennen met zijn subculturen, om die te ontrafelen.’

Ze hield van schooltoneel en playbackshows, vanaf haar zestiende was ze bezig met actrice worden. Een vooropleiding in Groningen, toen de toneelschool in Amsterdam. Hoewel ze er veel voor over had en het leuk vond, stopte ze op haar 21ste abrupt. ‘Ik dacht: over een jaar studeer ik af en moet ik gaan werken als actrice. Dat kán helemaal niet, ik ben er absoluut niet klaar voor. Wat als ik het verkeerd heb gezien?’

Ze kocht een enkeltje Londen. ‘Ik vond het daar fantastisch, in korte tijd kreeg ik een vloedgolf aan stad over me heen. Wat ik er deed? Niks. In een restaurant werken, op mijn vrije dagen wandelen door de stad of naar warenhuis Harrod’s om me daar te vergapen aan de spullen, geld had ik niet. Ik was ook superbleu. Ik heb een leuke jeugd gehad en leuke ouders, maar ik moest loskomen.

‘Ik had nooit langere tijd voor mezelf gezorgd zonder de was thuis te brengen, of mijn eigen verzekeringen geregeld. Het was niet speciaal leuk, het was opwíndend.’

Ze kwam terug omdat een stad je ook kan opslokken – ‘ik wilde er niet in verdwijnen’ – en omdat acteren toch haar bestemming bleek, ze maakte de toneelschool netjes af.

Faalangst

Tegenwoordig komt Pheifer zeker over, als een actrice die van wanten weet, maar die eerste jaren vielen niet mee. Onder haar nuchterheid en open uitstraling school een flinke dosis faalangst.

‘In het begin was ik bang dat ik een vondst uit het repetitielokaal tijdens de voorstelling niet zou kunnen herhalen, dat ik mensen zou teleurstellen. Ik stelde me bescheiden op, keek goed naar de oudere en meer ervaren acteurs. Kijken is de helft van het werk, en luisteren en nadenken, dingen tegen elkaar afwegen.

‘Jonge acteurs kunnen soms ongeduldiger zijn, weinig respect hebben voor iemand met decennia acteerervaring. Ik heb ook domme dingen gezegd toen ik net van school kwam. Maar dat zei ik in de kroeg tegen mijn vrienden, nooit op de werkvloer.’

Pheifer ontwikkelde zich als actrice vooral door veel spelen. Inmiddels vraagt ze zich niet meer af of ze wel de juiste persoon is voor een rol. ‘Ik maak me minder druk. Dat heeft ook wel te maken met een nieuwe levensfase; ik ben in een rustiger vaarwater terecht gekomen, ook nu de kinderen niet meer zo klein zijn en ik een nieuwe balans heb gevonden tussen werk, gezinsleven en vriendschappen.’

Eén ding is onveranderd gebleven in haar carrière: haar neiging alles van verschillende kanten te bekijken. ‘Ja, ik kan binnen een zin, soms zelfs binnen een gedachte van mening veranderen. Op het moment dat die afgerond dreigt te worden, komt er een komma, of een maar. Je kunt iets vinden, maar de andere kant is vaak net zo waar.’

Essentie

De regisseurs met wie ze bij Het Nationale Toneel werkt, verschillen hemelsbreed. Artistiek leider Theu Boermans is bijvoorbeeld het absolute tegendeel van regisseur Su­sanne Kennedy. Of haar dat als acteur beïnvloedt?

‘Natuurlijk! Om te beginnen zijn het compleet andere mensen. Een zestiger en een vrouw van mijn leeftijd. Ik werk graag met Theu omdat hij de essentie altijd weet te raken. Je hebt plezier en er worden tegelijk harde noten gekraakt, er is altijd goede concentratie. Susanne spreekt een heel andere spier aan. Die vraagt dingen als: “Zeg die zin nu eens terwijl je na elk tweede woord een pauze laat vallen. En dan heel hard.” Zij kan iets een vorm geven die vervreemdend werkt. Daardoor krijgt een voorstelling een zeggingskracht die je van tevoren niet had kunnen bedenken.’

Pheifer is niet zo’n acteur die het allemaal zelf wil bepalen: ‘Ik geloof erg in samenwerking. Niet dat ik een of andere pop ben die je kunt neerzetten waar je wilt, maar wel dat je deel bent van iemands enscenering. Ik stel me voor dat ik een tube verf ben. Op de ene dag ben je een zelfportret van Rembrandt, en de volgende dag zit je ineens in een Miró. Hoe gaaf is dat? Ik ben een heel blije tube verf.’

Tragisch

Het Nationale Toneel staat vooral bekend om ambachtelijke stukken, is niet heel experimenteel.

‘Ambachtelijk?’ Pheifer fronst. ‘Bij dat woord moet ik aan bakkers denken. Natuurlijk doet Het Nationale Toneel veel klassiekers, maar we zijn niet oubollig of belegen. Ons repertoire is fantastisch. Neem Tsjechov; zijn werk is grappig en tragisch, eenzaam en vol tegelijk, als het leven zelf. Daar wordt door het publiek altijd veel bij gegniffeld, maar ook brokken weggeslikt.’

Bij het bezoeken van de HNT-voorstellingen in De Koninklijke Schouwburg valt op dat de toeschouwers vaak wat ouder zijn, jongeren zie je er weinig. ‘Of ik me daar zorgen over maak? Nou jammer is het wel. Nederland heeft een erbarmelijk cultureel klimaat.

Toneel wordt als iets ingewikkelds en zwaars gezien, er wordt een beetje lacherig over gedaan. Als ik weleens iemand die weinig gaat na de voorstelling spreek, of hij nu twintig of zestig is, komt er soms niet meer uit dan “wat goed dat je al die teksten uit je hoofd kent!”.

‘Tja. Als je nooit naar toneel gaat, kan ik me voorstellen dat je niet meteen gegrepen wordt. Maar als je als kind ermee wordt opgevoed, kun je een smaak ontwikkelen. Na zes toegankelijke voorstellingen kun je dan misschien naar een wat meer complexe gaan.’

Pheifer was lang de benjamin van de club, maar dat verandert nu acteurs als Jeroen Spitzenberger en Ariane Schluter hebben verlaten, net als regisseur Johan Doesburg. ‘Ariane is enorm inspirerend voor mij  geweest. Haar professionaliteit, hoe hard ze werkt. Ik hoop dat ik straks de Ariane voor jonge actrices kan zijn.’ Is Pheifer niet bang dat – nu ze de 35 is gepasseerd – de mooie vrouwenrollen ‘op’ raken?

‘Welnee, die rollen komen juist nu! Tussen de 35 en 50 jaar is een veel interessantere leeftijd om te acteren. Dan kun je de Julia’s en Desdemona’s achter je laten. Toen ik vijfentwintig was, had ik onvoldoende bagage voor rollen als Medea of Blanche uit Tramlijn Begeerte. Dat kan nu allemaal wel.’

Instagram

Waar andere Nederlandse actrices de manier waarop ze zichzelf presenteren nauwgezet vormgeven en hun imago zorgvuldig bewaken, vaak met hulp van managers, doet Pheifer er weinig aan.

‘Jezelf voortdurend laten zien via Twitter en Instagram is wel de trend van deze tijd. Ik doe er een soort van half aan mee, omdat het goed is om mensen te bereiken en omdat mijn kinderen het later ook gaan doen. Ik wil straks niet als een idioot naast hen staan, zo van “wat is dat, wat doe je?”. Maar weet je, ik zou best graag een imago willen hebben, als ik maar zou weten wát. Iets met stijlvol, slim en grappig. Misschien heeft iemand een bureautje dat daarin doet.’

Of het niet kriebelt, of ze na tien jaar geen zin heeft in iets nieuws? Zomaar een jaar verdwijnen, zoals de actrice eerder naar Londen deed, dat kan niet meer nu ze een gezin heeft. ‘Dat komt wel weer, en het hoeft niet altijd spectaculair te zijn. Bovendien geniet ik nog enorm van Het Nationale Toneel, hoe in het acteren alles samenkomt en hoe je mensen met je spel kunt beroeren.’

Het komend seizoen zal ze er weer te zien zijn in diverse producties, maar eerst maakt Pheifer deze zomer haar debuut als theatermaker, op zomerfestival De Parade.

Samen met HNT-collega’s Vincent Linthorst en Mark Rietman maakt ze Liefde is een donut. ‘Een vrolijke voorstelling over eenzaamheid, verlangen en afrekenen, het speelt zich af in een supermarkt. We hebben met zijn drieën zitten schrijven.’

Ze heeft geen idee of het wat wordt, maar pottenkijkers tijdens de repetities wil ze niet, aandringen heeft geen zin. ‘We zijn net bezig, het is intens. Misschien mislukt het totaal. Sommige dingen moet je ook ongezien doen, zonder iemand erbij met eventueel een kritische blik. In theater kom je vaak alleen tot iets moois als je eerst lelijk durft te zijn.’

Elsevier nummer 28, 11 juli 2014

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.