cultuur

Heilige magerzucht van Liduina, Schiedams beroemdste dochter

Door Gerry van der List - 23 juli 2015

Schiedam herdenkt weer eens zijn beroemdste dochter. Liduina (1380-1433) wijdde zich aan Christus door zich uit te hongeren.

Citymarketing is erg in de mode. Bij het promoten van de eigen gemeente hoort het herdenken van lokale beroemdheden. Begrijpelijk is het dan ook dat Schiedam dit jaar weer eens uitpakt met het oproepen van herinneringen aan een zeer bijzondere vrouw wier naam onlosmakelijk is verbonden met de stad: Luidina (1380-1433). Gevierd wordt dat haar heiligheid 125 jaar geleden werd erkend door paus Leo XIII.

Bij de VVV is nu een wandeling te koop die voert langs belangrijke plaatsen voor de verering  van Liduina (ook wel: Lidwina) van Schiedam. Zoals het Weeshuis, waar haar huis stond, en de Grote of Sint Janskerk, waar ze als kind vaak kwam. Hoogtepunt is de fraaie neogotische Liduinabasiliek, waar een kleine tentoonstelling is ingericht.

Lijden

Haar faam dankt Liduina bovenal aan een onvoorstelbaar vermogen tot lijden. Als vijftienjarig meisje brak zij bij het schaatsen een rib. Door allerlei complicaties herstelde zij niet van het ­ongeluk en raakte bedlegerig. De laatste 33 jaar van haar leven, zo gaat het verhaal, raakte haar voeten nooit meer de grond. De laatste 19 jaar at zij niets meer, met uitzondering van de communie die een priester bracht.

De ziekte van Liduina ging gepaard met fysieke gruwelen. Wormen vraten zich uit haar lichaam naar buiten. Maar zij bad God om nog meer te lijden, in de hoop en verwachting hiermee het lijden van anderen te verminderen. Haar totale toewijding aan Christus ging gepaard met visioenen. Zo verscheen Jezus in 1412 aan haar in de vorm van een hostie, die enige tijd boven haar knieën bleef zweven.

Aalmoezen

Nadat een commissie de echtheid van dit wonder had bevestigd, kwam de verering op gang. Liduina kreeg vele aalmoezen van stadgenoten en bezoekers, die zij vervolgens weer aan de armen schonk.

Na haar dood op 14 april 1433 raakte ­Liduina niet in vergetelheid. Haar unieke leven werd te boek gesteld door verschillende bewonderaars, onder wie haar tijdgenoot Thomas a Kempis (1380-1471). De wereldberoemde auteur van De imitatione Christi droeg met zijn Vita Lidewigis sterk bij aan de glorie van de Schiedamse.

Een vertaling van het werk van A Kempis verscheen vorig jaar in Een bovenaardse vrouw (Uitgeverij Verloren) samen met een beschouwing van Charles Caspers over de verering van Liduina door de eeuwen heen. De secretaris van het Titus Brandsma Instituut laat zien dat de beoordeling aan fluctuaties onderhevig is.

Voor haar tijdgenoten was Liduina een exceptioneel schepsel dat iets deed waartoe gewone stervelingen niet in staat zijn. Maar in de zeventiende en achttiende eeuw werd zij steeds meer gezien als navolgbaar voorbeeld. Alle gelovigen konden, met behulp van de heilige communie, pijngrenzen overwinnen en boven zichzelf uitstijgen door versterving.

Hysterie

In moderne ogen doet het aanprijzen van de leefwijze van Liduina niet zo verstandig aan. Haar weigering om te eten is wel een vorm genoemd van anorexia sacra, heilige magerzucht. En haar extatische visioenen zouden meer met hysterie dan met heiligheid te maken hebben.

Schiedammers lezen zulke analyses niet graag. Zij houden hun Liduina, de patrones van de chronisch zieken, liever in ere, al is het maar om toeristen naar hun stadje te lokken.

Elsevier nummer 31, 1 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.