cultuur

Hoe kijken moslimvrouwen naar hun eigen ‘schuldige’ lichaam?

Door Marijke Hilhorst - 02 juli 2015

Wat mij zo verwarrend lijkt voor vrouwen in de strengere moslimlanden, is hoe ze naar hun eigen lichaam moeten kijken als alle onderdelen zo’n beetje schuldig zijn.

Vorige week las ik in de krant dat in een deel van Indonesië – ik meen Sulawesi – vrouwen niet meer alleen op straat mogen lopen en ’s avonds binnen moeten blijven. Ook moeten ze op de openbare weg zulke lange rokken dragen dat hun enkels bedekt zijn, mouwen dienen tot over de polsen te vallen. Hoofd- en halsbedekking was al tijden verplicht.

Schrijlings achter op een brommer zitten is onfatsoenlijk, zelfs achterop bij je eigen man. De bestuurder vasthouden mag ook niet.

Het zou moreel beter zijn als de vrouw zich in amazonezit achterop laat vervoeren. Dat op die manier haar leven ernstig gevaar loopt, doet er kennelijk niet toe. Moet er plotseling hard worden geremd,  dan wordt de duopassagier als een projectiel afgeschoten.

De religieuze politie ziet erop toe dat de regels worden nageleefd; wie ze overtreedt, krijgt stok- of zweepslagen die in het openbaar worden toegediend. Reden is dat de publieke vernedering een even zwaar onderdeel van de straf moet zijn als de pijn. Op de foto bij het artikel een openbare strafuitvoering; onder de omstanders kon ik geen vrouw ontwaren.

Het is een zaak voor mannen, maar het zijn vrouwen die de rekening betalen. Iemand legde mij uit: de regels worden afgekondigd om de man te beschermen.

Die heeft namelijk van nature driften. Worden die aangewakkerd doordat zijn oog bij toeval valt op een blote enkel, een onderarm, een onbedekte hals, dan is het mogelijk dat de beer in hem losbreekt. En dat is dan haar schuld. Daarom zegt een Arabisch spreekwoord: de eer van de man zit tussen de benen van de vrouw.

Lange rok

Dat dezelfde religieuze wetten in moslimlanden niet overal en niet door iedereen even rigoureus worden nageleefd, was overduidelijk in West-Turkije. De rekkelijken en de preciezen bleken het overigens prima met elkaar te kunnen vinden. Op een drukke marktdag heb ik op een terras zitten turven.

Het percentage hoofddoekdragers bleef iets onder de 20. En daar zaten zelfs nog wat nonchalant over het haar gedrapeerde sjaals bij. Zelden was de hals ingepakt. Wel droegen de vrouwen indien ze gesluierd waren, een lange rok. De leeftijd deed niet terzake.

Ook meden de (ultra-)westers geklede vrouwen en de vrouwen in conser­vatievere dracht elkaar niet; druk pratend liepen ze met elkaar op. Zelfs op het strand zaten badpak en bourkini vredig naast elkaar.

Wat mij zo verwarrend lijkt voor vrouwen in de strengere moslimlanden, is hoe ze naar hun eigen lichaam moeten kijken als alle onderdelen zo’n beetje schuldig zijn. Alleen over een neus heb ik nooit iets oneerbaars gehoord. Hoe beschouwen ze hun eigen buik, blote benen, oksels, hals, borsten? Zouden ze er bang voor zijn? Durven ze te kijken?

Compliment

Het brengt een herinnering boven. Als docent Nederlands in het onderwijs voor volwassenen gaf ik nieuwe leerlingen een schrijfopdracht zodat ik kon inschatten hoe het met hun taalvaardigheid was gesteld.

Ik vroeg ze twee schoolsituaties te beschrijven: een waaraan ze met plezier terugdachten en een die ze liever zouden vergeten. De eerste had altijd met trots te maken; ze kregen een compliment, een docent was aardig voor hen geweest, begripvol, stimulerend. De tweede had steevast te maken met uitsluiting, vernedering, schaamte.

Zo was er een oudere vrouw die op een katholiek meisjes­internaat had gezeten waar ze tijdens het wekelijks douchen verplicht waren een rubberen schort te dragen zodat ze hun eigen en elkaars lichamen niet konden zien. Zo beschermden de reli­gieuzen de meisjes tegen zichzelf.

Jaar in jaar uit werd haar ingeprent dat haar lichaam vies was, onfatsoenlijk, en kijken gevaarlijk.  Nooit heeft ze zich vrij durven voelen. Het had haar huwelijk, met een man van wie ze zielsveel hield, verpest. Wat ben ik blij van wat latere datum te zijn.

Onder jongens schijnt het tegenwoordig not done te zijn na het sporten bloot te douchen. Liever houden ze hun onderbroek aan, of ze dragen een speciaal hiervoor in de handel gebracht badbroekrokje.

Op internet wordt driftig gediscus­sieerd: is Nederland onder invloed van de ‘islamitische sportertjes’ aan het verpreutsen of is het een modeverschijnsel en willen jongens hun merkonderbroek laten zien? Of is het uit angst ongevraagd op de foto te worden gezet? En is het waar dat er minder topless wordt gezond? Let eens op deze zomer.

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.