cultuur

Kan menselijke rekenmachine Billy Beane AZ helpen?

Door Gerry van der List - 24 juli 2015

Het inhuren van Billy Beane door AZ toont aan dat ook Nederlandse clubs eindelijk de waarde van data-analyse hebben ontdekt. De opmars van de statistici rond het veld valt niet te stuiten.

Volgend weekeinde is het gelukkig zo ver: de vaderlandse competitie begint. In de zomer hebben we een maand lang moeten doen of vrouwenvoetbal een serieus te nemen bezigheid is, dus is het fijn om weer eens naar echt voetbal te kunnen kijken. Met zondag 9 augustus meteen een veelbelovende wedstrijd tussen AZ en Ajax.

De Alkmaarse club trok deze zomer wereldwijd aandacht door het inhuren van een Amerikaan. Vooraanstaande kranten als The Guardian en The Washington Post berichtten over de verbintenis met Billy Beane. Dit is geen vlot scorende spits of een goed controlerende middenvelder, maar een manager van een honkbalclub.

Door statistieken te bestuderen en gebruik te maken van data-analyse bij het aankopen en opstellen van spelers, wist hij de Oakland Athletics tot grote hoogten op te stuwen. Beane is inmiddels een soort legende, vooral door de film Moneyball waarin hij werd gespeeld door Brad Pitt.

‘Een erg slimme zet van AZ,’ noemt Wiljan Vloet (52) het benoemen van de menselijke rekenmachine tot clubadviseur. De trainer en sportbestuurder maakte bij een reeks van clubs al gretig gebruik van statistisch materiaal en ontwikkelde een talent tool om de ontwikkeling van veelbelovende spelers in kaart te brengen.

Hij stuitte daarbij vaak op scepsis. ‘Ik heb veel weerstand moeten overwinnen. Nederland loopt op dit gebied gigantisch achter. Terwijl het nut van cijfers in het voetbal echt heel groot is.’

Investeren

Tijs Rokers (39) kan het slechts beamen. De econometrist heeft zich ontpopt als pionier van de data-analyse in Nederland en diende verschillende clubs van advies.

‘Maar ik merk steeds dat ze er niet veel geld voor over hebben. Ik werkte bijvoorbeeld voor FC Twente, maar daar was na een half jaar het budget op. Clubs investeren liever in een 23ste speler voor de selectie, ook al zit die vooral op de reservebank. De Nederlandse voetbalwereld is van nature conservatief. Ik vind het dapper van AZ dat de club openlijk een experiment aandurft, terwijl ze in een tv-programma als Voetbal International bij wijze van spreken al klaar zitten om zulke nieuwigheden neer te sabelen.’

De keuze voor Beane zal ermee te maken hebben dat de algemeen directeur van AZ een honkbalverleden heeft. Robert Eenhoorn speelde zelfs in de Major League voor de New York Yankees. Maar dat is een heel andere tak van sport waarbij iedereen gewend is te denken in termen van slaggemiddelden en andere cijfers.

Is voetbal niet veel ongrijpbaarder? ‘Voetbal is inderdaad ingewikkelder,’ zegt Rokers. ‘Met 22 spelers die door elkaar heen lopen. De rol van het toeval is ook groter. Je kunt slecht spelen en toch met geluk winnen. Dat is bij bijvoorbeeld tennis onmogelijk. Maar er valt van alles te onderzoeken. Van het nemen van penalty’s tot het opkomen van vleugelverdedigers. Een topclub als Chelsea heeft acht analisten in dienst die data bestuderen. Die leveren heel waardevolle informatie.’

Contra-intuïtief

De opmars van wetenschappers rond de voetbalvelden lijkt niet te stuiten. Elk detail vormt onderwerp van onderzoek. Zo publiceerden Nijmeegse onderzoekers onlangs in het Journal of Sports Sciences een studie naar de shirts van voetbalclubs. Aanvallende teams zouden baat hebben bij het dragen van opvallende tenues met kleuren als wit en oranje. Verdedigen daarentegen gaat beter in schutkleuren als groen en zwart.

De tv wordt ook steeds meer voorzien van weetjes. Het WK van 2014 betekende de doorbraak van de datajournalistiek. Thuis kregen we veel informatie over zaken als het aantal passes en afgelegde kilometers van spelers voorgeschoteld en bloggers van sites als catenaccio.nl beleefden er een duivels genoegen aan om de beweringen van de deskundigen in de tv-studio te corrigeren.

Als Youri Mulder Bruno Martins Indi kopsterk noemde, rekenden zij voor dat de verdediger van Oranje in de eredivisie 24 van de 49 kopduels had verloren en op het WK nog geen kopduel had gewonnen.

Met data kan de onjuistheid van heel wat conventional wisdoms worden aangetoond. Veel kennis is contra-intuïtief, zegt Tijs Rokers. ‘Zo wordt altijd hoog opgegeven van het belang van balbezit. Maar doelpunten komen juist relatief vaak voort uit balverlies van de tegenpartij. Dus de kunst een bal snel te veroveren, is belangrijker dan het vermogen de bal lang in de ploeg te houden.’

De Amerikanen Chris Anderson en David Sally presenteren in hun onderhoudende boek Corners moet je kort nemen een reeks hardnekkige misverstanden. Zoals het idee dat een elftal na het scoren het meest kwetsbaar is en vaak een tegendoelpunt moet incasseren. Uit de cijfers blijkt dat dit een mythe is.

Onderzoekers hebben ook afgerekend met de voorliefde van traditionele trainers voor de out-swinger, de van het doel wegdraaiende hoekschop. Manchester City bestudeerde uitvoerig het nemen van corners en kwam tot de conclusie dat inswingers eerder tot goals leiden. Daarna was de club aanmerkelijk effectiever bij het nemen van hoekschoppen.

De concurrent uit Manchester heeft overigens laten zien dat je op grond van cijfers foute beslissingen kunt nemen. Alex Ferguson, manager van United, baseerde zijn besluit om Jaap Stam naar Lazio Roma te laten vertrekken mede op de bevinding dat de Nederlander minder tackelde dan voorheen. Dit was, erkende Ferguson later, een beoordelingsfout. Stam hoefde minder vaak gestrekt te gaan door zijn gegroeide spel­inzicht en zou in Italië nog zijn grote defensieve waarde etaleren.

Pech

In Duitsland verzamelt de voetbalbond gegevens die vervolgens aan de clubs ter beschikking worden gesteld. In andere landen is het een aangelegenheid van particuliere bedrijven. Zo levert in Nederland Ortec data.

De medewerkers van het bedrijf uit Zoetermeer kregen in 2013 een gezicht door hun medewerking aan de RTL7-serie Sparta: Achter de poorten van het Kasteel. Technisch directeur Vloet liet overal in het fraaie voetbalstadion camera’s toe om in beeld te brengen hoe de oudste profclub met behulp van statistieken in de Jupiler League zijn weg terug zou vinden naar de eredivisie.

Het verliep niet helemaal naar wens. ‘We hadden pech,’ blikt Vloet terug. ‘Toen de serie begon, stonden we bovenaan. Daarna verloren we keer op keer. Zo pakte het experiment nogal slecht uit. Ook voor het imago van Ortec. Misschien was het niet zo slim wat ik deed.’

Toch heeft Vloet geen spijt van het inhuren van de analisten. ‘Ik heb echt veel aan ze gehad. Ze lieten bijvoorbeeld zien dat de spits van Volendam alleen maar in de 16 meter met zijn rechterbeen scoorde. Met links maakte hij nooit een doelpunt. Daar kun je je verdedigers op wijzen. En toen onze linksback Donovan Slijngard was geblesseerd, konden we met hun gegevens snel een haast identieke verdediger bij AGOVV halen.

‘Het is waar dat we niet zijn gepromoveerd. Maar als we in de play-offs tegen Roda JC niet in de allerlaatste minuten een doelpunt tegen hadden gekregen, waren we wel naar de eredivisie gegaan en was iedereen blij en tevreden geweest. Zo is voetbal.’
De wijsheden van de jongens van Ortec in de reality-serie van RTL7 leken soms nogal voor de hand te liggen. Hun gemeenplaatsen wilden nog weleens het vooroordeel bevestigen dat statistici aantonen dat een elftal wint als het meer doelpunten scoort dan de tegenstander.

Rokers vindt dit – vanzelfsprekend – een onterechte conclusie. ‘Data komen vaak voort uit complexe wiskundige modellen die de leek niet begrijpt. Als analist moet je de zaken dus soms simplificeren. Maar dat maakt de waarde van de cijfers niet minder. Kennis helpt om betere beslissingen te nemen.’

Een geliefd voorbeeld van de waarde van statistieken is de bestudering van strafschoppen. Vroeger was ‘het boekje van Jan Reker’ een begrip; de oud-trainer van PSV hield bij hoe spelers strafschoppen nemen. Tegenwoordig zijn er uitvoerige databases met alle mogelijke gegevens.

Dat Chelsea in 2012 in de finale van de Champions League tegen Bayern München de strafschoppenreeks won, zo wordt gezegd, is mede te danken aan de informatie die doelman Petr Cech van de clubanalisten heeft gehad.

Rationeel

Billy Beane was bij de Oakland Athletics onder meer succesvol omdat hij op een slimme manier spelers aantrok. Scouts kunnen onder de indruk raken van een talent met mooie blonde krullen en flitsende bewegingen. Cijfers zijn objectiever, meten is weten.

Gegevens over het aantal balverove­ringen, geslaagde passes, assists en wat al niet meer, kunnen duidelijk maken dat een onopvallende speler soms meer voor een team betekent. Ze helpen tegelijkertijd bij het formeren van een evenwichtig en effectief team, weet Wiljan Vloet uit ervaring.

‘Als je ziet dat je spits de ballen er steeds bij de eerste paal in kopt, moet je een middenvelder of vleugelspeler hebben die hem op maat kan bedienen. Bij het zoeken naar zo’n speler kan iemand met de ­expertise van Beane erg nuttig zijn.’

Waar de analisten het praktisch allemaal over eens zijn, is dat de neiging bestaat het belang van de aanval te overschatten en het belang van de verdediging te onderschatten. Clubs trekken aanzienlijk meer geld uit voor spitsen dan voor keepers, die dan ook een stuk minder tot de verbeelding spreken van de supporters.

Maar in Nederland wordt de club met de minste tegendoelpunten vaker kampioen dan de club met de meeste gescoorde goals, vertelt Rokers. ‘En het verrassende succes van het Nederlands elftal op het WK in Brazilië had te maken met het verdedigende concept. Coach Louis van Gaal legde de nadruk op een hechte defensie. Heel verstandig.’

José Mourinho is vermoedelijk de trainer die het best op koele en rationele wijze de harde voetbalwetten in praktijk brengt. De Portugees won met verschillende clubs met soms afzichtelijk resultaatvoetbal belangrijke prijzen. Zijn defensieve tactiek leverde hem kritiek op.

‘Ik begrijp dat wel,’ zegt Tijs Rokers. ‘Je gaat eerder naar het stadion om een fraaie dribbel dan een goede tackle te zien. Zeker in Nederland zweren we bij aanvallend spel. Maar stel dat je als supporter moet kiezen: je club gaat met mooi spel ten onder of je club wint met lelijk voetbal. Ik zou het wel weten.’

Elsevier nummer 31, 1 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.