cultuur

Mokum aan Zee: over het einde van de Joden in Zandvoort

Door Gerry van der List - 30 juli 2015

In Zandvoort werd 75 jaar geleden de synagoge verwoest. Dit luidde het einde in van een bloeiende Joodse gemeenschap.

Het is slim bekeken van het Zandvoorts Museum. Om toeristen te lokken die van het strand zijn weggeregend of weggewaaid, heeft het een tentoonstelling georganiseerd over de internationaal beroemdste Nederlandse vrouw aller tijden (die eigenlijk een Duitse was): Anne Frank.

Groots mag de expositie niet worden genoemd. Het gaat om zes foto’s in de gang van het museum van een met haar familie in Zandvoort vakantie vierende Anne.

Dat de familie Frank graag de Noord­-Hollandse badplaats bezocht, hoeft geen verbazing te wekken. Zandvoort is al lang een populaire bestemming voor Amsterdammers. Bovendien kende het stadje voor de Tweede Wereldoorlog een bloeiende Joodse gemeenschap. Gesproken werd van Mokum aan Zee.

Tegelijkertijd scoorde de NSB in Zandvoort bijzonder goed. Bij de verkiezingen in 1935 ging ruim 23 procent van de stemmen naar de partij van Anton Mussert, terwijl het landelijk gemiddelde 8 procent was. Het antisemitisme zou tot een dramatische gebeurtenis in augustus 1940 leiden.

Magneet

Donderdag 17 augustus 1922 was nog een feestelijke dag voor de Joden in Zandvoort: een nieuwe synagoge werd ingewijd. Het was een stap in een voorspoedig verlopend emancipatieproces. Dit staat uitgebreid beschreven in Joods Zandvoort (Uitgeverij Boekencentrum), een fraai geïllustreerd boek van ­dominee Teunard van der Linden.

Het begon met de drie Joodse broers Gustav, Julius en Moritz Eltzbacher. De Duitsers legden eind negentiende eeuw een spoorlijn aan die Zandvoort goed bereikbaar maakte. De badplaats bloeide op en werkte vooral als een magneet op ondernemende Amsterdamse Joden, die zich ook sociaal en religieus ontplooiden.

Maar in de nacht van 4 op 5 augustus 1940 werd hun trots, de synagoge, opgeblazen. De daders zijn nooit bekend geworden. Waarschijnlijk waren het NSB’ers. Maar de aanslag was zo verwoestend, legt Van der Linden uit, dat zij hulp moeten hebben gehad van de Duitse bezetter.

Het was het begin van het einde. Na allerlei discriminerende maatregelen werden alle Joden in maart 1942 afgevoerd. Zandvoort was officieel ‘Jodenvrij’.

Jaloezie

Een interessante vraag is waarom juist in Mokum aan Zee het antisemitisme welig tierde. Het economische succes van de Joden vormt een deel van de verklaring. Toen de crisis in de jaren dertig toesloeg en de werkloosheid groeide, werkte de florerende handel van Joodse ondernemers jaloezie en rancune in de hand.

Daar kwam bij dat Zandvoort toen al in trek was bij Duitsers. Bij toeristen, maar ook bij Mädel die in hotels of als hulp in de huishouding gingen werken. Verder manifesteerden zich er Duitsers als de rijke bankier baron Eduard von der Heydt, een NSDAP-lid dat veel onroerend goed bezat in Zandvoort. Zij droegen bij aan de verspreiding van het kwalijke gedachtegoed dat in hun heimat opkwam.

Niet dat het antisemitisme louter nazi­-import was. Van der Linden citeert een schimpgedicht over Zandvoort uit 1881: ‘Wij hebben hier, o grote goden/ een rijk aquarium vol joden./ De zee die vroeger helder was,/ is thans één grote modderplas.’

Zulke geluiden droegen bij aan een geestelijk klimaat waarin de vernietiging van de synagoge paste. Aan het gebouw in de Dr. Joh. G. Mezgerstraat herinnert nu slechts een plaquette.

Elsevier nummer 32, 8 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.