cultuur

Over de typische uitdrukkingen van de Arnhemmer

Door Lucas Gasthuis - 30 juli 2015

Voor ‘Ernummers’ is het leven een ingecalculeerde nederlaag. In een vermakelijke bundel van journalist Marcel van Roozendaal komt ook hun taalgebruik aan bod.

‘Kom hier, dan zal ik je een klap in de nek geven zodat je petroleum pist en een week nadruppelt.’ Deze zin is volgens Peter van Straaten, bekend tekenaar en geboren Arnhemmer, typerend voor de manier van uitdrukken van de inwoners van zijn geboortestad. Hij spreekt van een ‘geweldige taal’.

De enthousiaste uitspraak van Van Straaten is te vinden in Geen brug te ver (Meulenhoff), een bundel columns en verhalen van Marcel van Roosmalen. De journalist schrijft veel over de stad van zijn geliefde voetbalclub Vitesse, waarbij de plaatselijke bevolking niet altijd van de voordeligste kant wordt belicht.

Nederlaag

De ‘Ernemmers’, zo leren we van de vileine Van Roosmalen, vormen een zwartgallig volkje, dat het leven ziet als een ingecalculeerde nederlaag en erg geniet van de tegenslag van anderen.

Vanzelfsprekend komt in het vermakelijke Geen brug te ver het ‘Ernums’ aan bod. Van Roosmalen spreekt van ‘een prachtig dialect waarin de “a” verandert in een “e”, de “t” wordt ingeslikt en het woord “schijt” veelvuldig voorkomt’.

Hoewel Arnhemmers graag afgeven op Nijmegen, vertoont hun dialect veel overeenkomsten met dat van die andere Gelderse stad. Hoe groot de afkeer is, blijkt uit het feit dat alle omschrijvingen van Nijmegenaren door Arnhemmers op de website mijnwoordenboek.nl zijn verwijderd. Zij waren blijkbaar te grof.

Wel blijven staan is de Ernumse omschrijving van een kleine man of vrouw: ‘die’s gemaak van kleinmènnekeszaad.’

Elsevier nummer 32, 8 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.