cultuur

Prachtig overzicht van de erfenis van kunstbeweging ZERO

Door Riki Simons - 13 juli 2015

Internationale beweging ZERO werd, niet lang na een grimmige wereldoorlog, gevoed door een ongebreideld optimisme.

Met twee buitengewone exposities is het Stedelijk Museum in Amsterdam deze zomer een internationale toplocatie. De oase van Matisse is nog te zien tot 16 augustus. ZERO: Let Us Explore the Stars, de verrassing van het jaar, is net ge­opend.

De ZERO-beweging, in 1958 opgericht in Düsseldorf, werd een internationale creatieve golf in de beeldende kunst, met vertakkingen in Frankrijk, Japan (Gutai), Italië (Azimut) en Nederland (Nul). Ze duurde slechts tien jaar, maar zorgde voor een explosie aan nieuwe ideeën en prachtig werk.

Spiegelfolie

ZERO werd, niet lang na een grimmige wereldoorlog, gevoed door een ongebreideld optimisme. De overtuiging was dat een compleet nieuwe schoonheid voor het oprapen lag, met talent, durf en radicale vernieuwingslust. De focus lag op een heldere, abstracte vormgeving, koel en inspirerend tegelijk.

Dat betekende een stroom van ongewone werken uitgevoerd in heel gewone materialen, zoals spijkers, watten, plastic zakjes, karton, aluminium, spiegelfolie, draad. Het Stedelijk toont ze in strak ingerichte zalen, met behoud van het vrolijke enthousiasme, de speelsheid en de sfeer van de eindeloze mogelijkheden en variatie van ZERO.

Met veel onbekend werk van en films over Heinz Mack, Otto Piene en Günther Uecker, de Duitse gangmakers van ZERO. Maar ook: Piero Manzoni, Lucio Fontana, Yves Klein en uit Nederland Armando, Henk Peeters, Jan Schoonhoven en herman de vries.

Elsevier nummer 29, 18 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.