cultuur

She’s Funny That Way: sympathieke film met gedateerde humor

Door Rob van Scheers - 21 juli 2015

Op het oog aardige genrestudie met grote sterren pakt toch averechts uit.

Peter Bogdanovich (75) is in Hollywood een gekende cultheld. Hij schreef fraaie artikelen en boeken over cineasten, en wierp zich op als pleitbezorger van Amerikaanse grootheden die door de voortschrijdende tijd in de verdrukking waren geraakt – Orson Welles en westernman John Ford voorop.

Filmgek als hij is, besloot hij op zeker moment ook zelf te gaan regisseren. Zijn meesterwerk is The Last Picture Show (1971), over opgroeien in een saai dorp in Texas. De film kreeg acht Oscarnominaties, en terugzien op dvd leert dat het verhaal niets aan kracht heeft ingeboet.

In 1990 kwam hij met de sequel Texasville, maar die was minder succesvol. Van comedy houdt hij ook enorm: denk aan zijn What’s Up, Doc? (1972), met Barbra ­Streisand.

Grote namen

Dat moet je allemaal weten om te begrijpen waarom een parade aan hedendaagse Hollywoodsterren opduikt in zijn nieuwste werkstuk She’s Funny That Way. Grote namen als Quentin Tarantino, Jennifer Aniston en Owen Wilson brengen Bogdanovich aldus een hommage.

Net als What’s Up, Doc? is She’s Funny That Way een zogeheten screwball comedy. De term screwball komt uit het honkbal. Daar wordt hij gebruikt voor een bal met onnavolgbaar tegeneffect. In plottermen hebben we het dan over: persoonsverwisseling, het plotselinge verlies van waardigheid, de rolverdeling tussen man en vrouw op haar kop, dat soort zaken. Licht entertainment, op zoek naar de gulle lach.

Burleske komedie

Maar hoewel alles sympathiek is aan deze film – de reputatie van de regisseur, de gewillige cast, de verwijzingen naar het oeuvre van screwball-grondlegger Ernst Lubitsch – wil het met die gulle lach maar niet lukken. De film biedt onbedoeld een venster op een ander tijdsgewricht, de geëtaleerde humor voelt wel erg gedateerd aan.

Bogdanovich schreef zelf het scenario, met zijn ex-vrouw Louise Stratten. Het is alsof ze al een paar decennia niet meer naar de bioscoop zijn geweest. En dat terwijl het genre van de burleske komedie in Hollywood juist zo floreert,denk aan: The Hangover of Bridesmaids.

Hier draait het allemaal om callgirl Izzy (Imogen Poots) die een carrière als actrice ambieert. Ze doet auditie bij het Broadwaygezelschap van regisseur Arnold Albertson (Wilson), maar wat ze niet weet is dat hij, onder een andere naam, haar recentelijk in een New Yorkse hotelkamer had besteld. Vele complicaties zijn het gevolg, dat spreekt.

Helaas toont Bogdanovich toch vooral aan nu zelf door de voortschrijdende tijd in de verdrukking te zijn geraakt.

Elsevier nummer 30, 25 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.