cultuur

Wat doet u als er een onbekende voor de deur staat?

Door Marijke Hilhorst - 09 juli 2015

De bijeenkomst had als doel de weerbaarheid van oudere bewoners te verhogen, de veiligheid in de buurt te bevorderen en mensen te laten kennismaken met de gevarieerde inhoud van de trukendoos die oplichters zoal hanteren.

Het is te hopen dat er geen leerling-oplichters in het zaaltje zaten want die zouden direct aan de slag kunnen gaan na de instructieve zomermiddag in het College Hotel. Maar ik zag voornamelijk grijsgekapte dames binnendruppelen en een paar, eveneens bejaarde heren, allemaal woonachtig in Amsterdam-Zuid.

Ze kwamen schuifelend te voet en arriveerden bijtijds zodat er eerst rustig een kopje thee kon worden gedronken in de serre van het hotel waar de directeur zijn ‘buren’ hartelijk welkom heette en aanmoedigde om vaker te komen. De opkomst was overigens met zo’n 140 mensen overweldigend.

De bijeenkomst was georganiseerd door de politie, het stadsdeel en een woningbouwvereniging en had als doel de weerbaarheid van oudere bewoners te verhogen, de veiligheid in de buurt te bevorderen en mensen door middel van kleine toneelstukjes te laten kennismaken met de gevarieerde inhoud van de trukendoos die oplichters zoal hanteren.

Agent in opleiding Kelly vraagt eerst: ‘Wat doet u als er een vriendelijke maar onbekende man of vrouw voor de deur staat?’ Vingers gaan de lucht in maar niemand geeft het juiste antwoord want met de vraag ‘Wie bent u?’ ben je er niet.

Daar is door de politie op gerekend. Die heeft de zes do’s en don’ts op een sticker laten drukken die thuis aan de binnenkant van de voordeur kan worden geplakt.

Losse voordeur

Vervolgens kondigt Kelly de eerste casus aan en vraagt ze het publiek goed op te letten wat er misgaat. Op het geïmproviseerde toneel is een huiskamer verbeeld waar een oude dame in een stoel zit te lezen.

Ook staat er een losse voordeur. Een postbode, in herkenbaar TNT-jasje en met een doos in zijn handen, mompelt luid genoeg zodat wij het allemaal horen, dat hij op het juiste adres is: ‘Roelof Hartplein 1. Mevrouw De Bruin,’ en belt aan. De dame doet open en laat weten dat ze niets heeft besteld.

Misschien een cadeau, oppert de postman. Als ze besluit het aan te nemen, blijkt er een klein probleem: het pakket is onvoldoende gefrankeerd. Of ze € 1,50 wil bijbetalen? En dat bedrag pinnen graag want hij mag geen contant geld aannemen. De postbode heeft daarvoor gelukkig een handig apparaatje bij zich.

De spanning onder het publiek neemt duidelijk toe als het P-woord is gevallen. Hier is waakzaamheid geboden, weet iedereen.

Er gaat een zucht van verlichting door de zaal als de man zegt dat hij heus niet zal kijken als zij pint en zijn hoofd wegdraait. Een enkel kreetje hoor ik als het pasje bij het uitnemen op de grond valt, maar de man geeft het netjes terug, groet de dame en loopt fluitend tussen het publiek door naar achteren.

Als Kelly vraagt wat er misging, buitelen de antwoorden over elkaar heen: de deur had op een kierstand moeten worden ge­opend. De postman heeft zelf een hoog bedrag ingevuld en dat heeft zij nu betaald. Er zit niets in de doos; ze is belazerd.

Vrijwel niemand had door wat er in de gauwigheid echt gebeurde. Kelly licht toe: het pinapparaat is niet echt maar het onthoudt wel de ingetoetste code. En toen het pasje door zijn toedoen op de grond viel, verwisselde hij dat bij het oprapen voor een andere pas. Met pas en code kan hij geld opnemen.

Verwarring. Is dat allemaal onder hun ogen gebeurd?

Monteur

We krijgen dezelfde poging tot oplichting nogmaals te zien en hoe die mislukt omdat de nu zeer kordate dame direct laat weten geen onbestelde pakjes aan te nemen. Eventueel wil ze die wel afhalen op het postkantoor. De nep-postbode druipt af.

Er zijn veel vragen. Hoe komt zo’n man aan een TNT-jasje? Hoe weten ze je naam? Er klinkt angst door in de stemmen. ‘Wij hebben geen kierstand.’ En: ‘Ik ben meestal thuis en neem dan pakjes aan voor anderen. Dat vinden ze aardig van me maar ik moet dat dus niet meer doen.’

De tweede scène is zo mogelijk nog vreeswekkender omdat het hier zorgverleners betreft. Een vrouw in witte jas komt op verzoek van de huisarts inventariseren of hulp gewenst is. En in de derde komt een monteur van de woningbouwvereniging naar de cv-ketel kijken. Kun je dan niemand meer vertrouwen?

Kelly vindt dat zeker ouderen niet voorzichtig genoeg kunnen zijn. De handtassen worden extra stevig tegen het lijf geklemd op weg naar huis. De gezichten staan zorgelijk. Goed dat er politie is.

Elsevier nummer 29, 18 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.