cultuur

Wat is de noodzaak van het kwakkelende NPO3?

Door Gerry van der List - 20 juli 2015

Nieuwe dramaserie 4JIM kan jongeren niet bekoren, wat opnieuw de discussie aanwakkert over nut en noodzaak van het kwakkelende NPO3.

Voor het betere acteerwerk hoef je al lang niet meer naar de bioscoop. Wie bijvoorbeeld per ongeluk een bezoek heeft gebracht aan Meet me in Venice en het amateuristische gedoe van de cast van de laatste speelfilm van Eddy Terstall heeft aanschouwd, wordt onwillekeurig blij van het spel in 4JIM.

De jonge acteurs en actrices in de nieuwe dramaserie van KRO-NCRV komen dermate naturel over dat bij menig kijker al de vraag is gerezen of het hier om reality-tv gaat.

Sterk is vooral Gijs Blom in de titelrol. Deze Jim is een aan leukemie lijdende Amsterdamse jongen die met zijn vrienden nog een mooie zomer wil beleven door allerlei festivals af te lopen. Het taalgebruik is, met vele malen ‘fokking vet’, modern, net als de poging de kijkers te betrekken bij het programma. Zo is het mogelijk om via een app foto’s en video’s naar Jim te sturen, ‘zodat je zijn zomer nog vetter kan maken’.

Tijdstip

Het tijdstip van 4JIM lijkt goed gekozen. Vanaf het moment dat het onverminderd populaire Goede Tijden, Slechte Tijden op RTL4 aan een zomerstop is begonnen, is het elke werkdag vanaf 20.00 uur te zien op NPO3. Maar de kijkcijfers zijn niet zo vet.

Van de 122.000 kijkers op 6 juli waren er twee dagen later 76.000 over. Vorige week kwamen de cijfers af en toe boven de 100.000 uit, maar het eindeloos voortkabbelende Utopia van John de Mol scoort op SBS6 vijf keer zo goed.

Bij de publieke omroep zullen deze teleurstellende resultaten vast herinneringen oproepen aan het trieste lot van StartUp. Dat was een dagelijkse soap van BNN die vorig jaar werd uitgezonden op Nederland 3, zoals de zender toen nog heette. Gemiddeld keken er 60.000 mensen naar, zo weinig dat de serie al na vijf weken van de buis werd gehaald.

Het maken van series die de jeugd kunnen bekoren, is een kunst op zich. De publieke omroep kan het wel. Zo heeft SpangaS van de NCRV en de makers van de jeugdsoap ZOOP, een flink eigen jong publiek, vooral in de categorie van 9 tot 12 jaar. Maar de groep van 13 tot 19 jaar blijkt lastiger te bereiken.

De tieners kijken nog wel tv. Naar Goede Tijden, Slechte Tijden bijvoorbeeld, naar The Voice of Holland, naar Geer & Goor. Maar ze zoeken ook graag hun vertier op internet. Veel jongeren kijken liever naar een echte ruzie op een terrasje in Hengelo op YouTube dan naar de fictieve avonturen van Jim op NPO3.

Belevingswereld

De vraag is of de publieke omroep deze jongeren nog ooit kan terugwinnen. Ton Verlind meent van niet.

De voormalige media­directeur van de KRO vertelde vorige week aan het AD dat de visie van Hilversum te ver afstaat van de belevingswereld van jongeren, wat zou verklaren dat het permanente streven naar verjonging van het kijkerspubliek permanent op een mislukking uitloopt. Misschien, zo voegde Verlind daaraan toe, zou het beter zijn als het budget voor het derde net zou worden gebruikt voor internet.

Zulke uitlatingen wakkeren de discussie weer eens aan over nut en noodzaak van NPO3, die al een tijd kwakkelt. Nadat De Wereld Draait Door op 1 januari 2014 naar Nederland 1 verhuisde, heeft het derde net geen vaste publiekstrekker meer. En het profiel als jeugdzender blijft bleekjes.

Vorig jaar, na het debacle met Start­Up, stapte netmanager Roek Lips op. Reden, zo werd gemeld, was een verschil van mening met de NPO ‘over de wijze waarop Nederland 3 moet worden aangestuurd’.

Zijn opvolger, Suzanne Kunzeler, hield zich eerder bezig met kinderprogramma’s, maar lijkt ook nog geen gouden formule te hebben bedacht in de zoektocht naar jeugdige kijkers. Met programma’s als de, als onnozel beoordeelde, serie van Lauren Verster over liefde heeft ze evenmin het aanzien van NPO3 vergroot.

Zo groeit wellicht de politieke druk om NPO3 op te heffen. De jeugd kan dan gewoon blijven genieten van Goede Tijden, Slechte Tijden. Een knap gemaakte soap waarin ook allerlei maatschappelijke thema’s aan de orde worden gesteld en waarin ook een stuk beter wordt geacteerd dan in de speelfilms van Eddy Terstall.

Elsevier nummer 30, 25 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.