cultuur

Winston Gerschtanowitz: ‘Ik blíjf maar gaan, dat zit in mijn genen’

Door Fleuriëtte van de Velde - 02 juli 2015

Winston Gerschtanowitz (38) is vooral bekend als presentator van RTL Boulevard. Dat is meer een adrenaline-shot om de dag af te ronden. De ambitieuze ex-soapster zit in de directie van Talpa, en investeert. Hard werken vindt hij heerlijk.

Hij was 22 en speelde twee jaar in de populaire soapserie Goudkust. ‘Ik moest toch echt een stap gaan maken.’ Dus vroeg Winston Gerschtanowitz belet bij Joop van den Ende, de grote baas van Joop van den Ende Producties, de producent van de serie.

‘Ik kwam binnen, Joop zat aan het eind van een lange tafel een broodje te eten. Ik zei: “Ik wil de beste televisiemaker van Nederland worden. Jij moet me daarbij helpen.”‘

‘En toen zei ik: “Als je dat niet doet, bega je de grootste fout van je leven.”‘ Een lach. ‘Ik stond daar met knikkende knieën en dacht: “Oef, let’s see how this works out…” Joop begon hard te lachen.’

De mediamagnaat was gecharmeerd van het lefgozertje. ‘Hij vertelde drie kwartier hoe hij zelf was begonnen, en hoe hij op ­dezelfde blufmanier zijn carrière in gang had gezet.’ De volgende dag had Gerschtanowitz een contract op zak.

‘Er stond in: “De komende drie jaar is de heer Gerschtanowitz exclusief verbonden aan de heer Joop van den Ende. Werkzaamheden nader in te vullen.”‘ Ze zouden negen jaar samenwerken.

Het verhaal is typerend voor Gerschtanowitz (met de nadruk op de o en niet op de a). Hij is vooral bekend als presentator van showbizzprogramma RTL Boulevard, dat ondanks teruglopende kijkcijfers dagelijks een miljoen kijkers trekt, en van Miljoenenjacht, waar hij namens de Postcode Loterij prijzencheques uitdeelt en met uitgelaten winnaars in polonaise door de straten loopt.

En bij veel mannen als echtgenoot van de mooie SBS-presentatrice Renate Verbaan natuurlijk.

Creatieve team

Maar de ambitieuze Gerschtanowitz doet meer dan presenteren. Sinds 2013 zit hij in de directie van Talpa, het mediaproductiebedrijf van John de Mol, bekend van programma’s als The Voice en Utopia. Dat het bedrijf dit voorjaar werd verkocht aan het Britse ITV, verandert weinig aan zijn werk.

Als commercieel directeur is Gerschtanowitz verantwoordelijk voor het ontwikkelen van gesponsorde televisieformats. ‘Winston is een van die zeldzame persoonlijkheden die zowel voor als achter de camera prima werk verrichten,’ zei John de Mol destijds bij de bekendmaking van zijn aanstelling.

Die was minder verrassend dan zij voor buitenstaanders leek. Gerschtanowitz werkte al jaren achter de schermen bij Talpa, als bedenker van nieuwe formats die over de hele wereld worden uitgerold. ‘Ik was erbij vanaf het begin, in 2005.’

Hij kende De Mol omdat hij bevriend was met diens zoon Johnny en presentator was bij Talpa TV. ‘Ik stapte weleens binnen met een tv-ideetje.’ Op een gegeven moment vroeg De Mol of hij in diens creatieve team wilde.

Ideeën komen op de raarste momenten. Voor het stoplicht bijvoorbeeld of tijdens zijn wekelijkse spinningtraining op dinsdagavond. ‘Ik denk altijd: is dit tv? Dat stopt nooit.’ Voor de Postcode Loterij, hij is sinds 2002 ‘ambassadeur’, bezocht hij ooit een voedselbank. ‘Toen ik wegreed, dacht ik: hoe zou het zijn als ik van een bijstandsuitkering moest rondkomen?’

Zo ontstond in 2008 Even geen cent te makken, waarin zanger (en vriend) René Froger en zijn gezin een maand lang op bijstandsniveau leefden.

Vernieuwend

Wegens succes kreeg het programma in 2013 een vervolg waarin de zangers Gerard Joling en Gordon van een AOW-uitkering leefden. Elke aflevering trok twee miljoen kijkers. Het Ouderenfonds, dat door de zangers werd gepromoot, kreeg duizenden aanmeldingen van vrijwilligers.

In de tussentijd was Gerschtanowitz ook mede-eigenaar van reclamebedrijf Media Republic, dat hij in 2002 mee had opgericht en bekend is van Guerrilla, de game-ontwikelaar die ze in 2005 verkochten aan Sony. Inmiddels is het hele bedrijf verkocht.

Media Republic bedacht, destijds heel vernieuwend, hoe adverteerders nieuwe media konden gebruiken. ‘Praten met adverteerders, dat was mijn werk. Ik kende ze, wist wat ze wilden.’

Die kennis komt hem bij Talpa goed van pas. ‘Normaal gesproken bedenk je een format, en zoek je daarna adverteerders. Ik vond dat je het ook kunt omdraaien: luister naar wat een adverteerder wil, en bedenk er een programma bij. Wij zijn hierin enorm aan het groeien.’ Een voorbeeld van zo’n samenwerking met een adverteerder is Hoeveel ben je waard, dat wordt gesponsord door ING. Daarin vertellen mensen over hun financiële situatie en hoe ze daarmee omgaan.

‘Het scoort goed, het maakt iets bij mensen los. Ze gaan nadenken over hoe zij hun geldzaken hebben geregeld. Dat is veel effectiever dan één ING-spot.’

Schoolkantine

Het adverteerderslandschap verandert volgens Gerschtanowitz. ‘Voor sommige ­adverteerders kan de 30-secondenspot nog steeds extreem effectief zijn, bijvoorbeeld met een twee-halen-één-betalen-­actie of voor je naamsbekendheid. Als het gaat om de beleving, zijn er andere manieren, zoals deze, om je verhaal te vertellen.’

Gerschtanowitz raakte ook geïnspireerd door de reclamecampagne Waarom wachten van DELA. Hierin moedigt de uitvaartverzekeraar mensen aan om niet te wachten tot iemands begrafenis om iets moois te zeggen. Hij pakt zijn laptop erbij.

Enthousiast: ‘Kan ik meteen laten zien waarom dit vak zo mooi is.’ Hij laat een filmpje van DELA zien waarin een jongen zes jaar nadat hij zijn vwo-diploma behaalde zijn leraar bedankt. De jongen was verlegen en onzeker, maar wist zich dankzij de steun van leraar Mark op school staande te houden, vertelt hij hem in een volle schoolkantine.

Gerschtanowitz kijkt er gebiologeerd naar. Aan het einde zegt hij: ‘Hiervan krijg je toch tranen in je ogen? Dit gáát echt ergens over. Toen ik dit zag, ben ik naar DELA gegaan en zei ik: “Jullie hebben goud in handen. Hiervan wil ik een programma maken.”‘ De eerste aflevering is in oktober te zien. DELA sponsort.

Zwart-witfoto

Het commerciële zat er al jong in. ‘Vanuit mijn locker op school handelde ik al, in pennen, Russische horloges, verzin het maar. Ik sta bekend als de jongen die nog zand verkoopt aan inwoners van de Sahara.’

Hij kan meer, vindt hijzelf. ‘Je hebt in dit vak mensen die creatief zijn, die televisie kunnen maken en die het kunnen verkopen. Ik heb het geluk dat ik het alle drie goed kan. Dat is mijn kracht.’

Dat hij bij de televisie zou gaan werken, wist Gerschtanowitz, vernoemd naar Churchill, al vroeg. Zijn familie zit al generaties in de filmindustrie. Zijn overgrootvader was mede-oprichter van de Tuschinski-filmtheaters.

Hij pakt er een boek bij en wijst naar een zwart-witfoto, uit 1932. Er staan drie mannen op. ‘Kijk, die rechter was mijn overgrootvader.’ Hij leest het foto-onderschrift: ‘Filmmagnaat Hermann Gerschtanowitz. Filmmagnaat. Mooi hè?’

Zijn overgrootvader stierf tijdens de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz, zijn opa, die uit handen van de Duitsers wist te blijven, zette het concern na de oorlog voort. Zijn vader volgde hem op.

‘Ik ben opgegroeid in die wereld. Als kind ging ik naar premières, kwam op filmsets, stond ingeschreven bij een kindercastingbureau. En tja, het was televisie of de mode, want zo gaat dat toch.’ Zijn moeder, die toen Gerschtanowitz 27 jaar was overleed aan kanker, was met haar zus oprichter van de chique Pauw kledingwinkels.

Spanning

Het werd televisie. ‘Ik nam de rol in Goudkust aan, niet omdat ik zo graag wilde acteren, maar omdat die ervaring me zou helpen als ik later televisie ging maken.’ Hij volgde tijdens zijn vakanties cursussen bij de Media Academie – redactie, productie, presentatie.

‘Elke vrije week gebruikte ik om mezelf te ontwikkelen.’ Van Joop van den Ende, en later van John de Mol, leerde hij vooral ‘de passie voor details. Mensen vinden me soms een zeur, maar het moet gewoon perfect zijn.’

Ook presenteren was meer middel dan doel. ‘Ik hoef niet zo nodig, nog steeds niet. Ik hoef ook niet bekend te zijn. Dat boeit me totaal niet.’ Toch doet hij het nog steeds. Terwijl hij zijn handen ‘meer dan vol’ heeft aan zijn werk bij Talpa. Dat hij er veel geld mee verdient, is niet het belangrijkste. ‘De basis is dat ik het zo leuk vind. Anders trek je dit niet. Houd je het niet vol.

‘Het is de spanning, zeker omdat het live is, en dat je samen zorgt dat alles werkt,’ –  hij roffelt met zijn handen op tafel – ‘een aaneenschakeling van puzzelstukjes die uiteindelijk allemaal moeten passen. Dat is geweldig.’ Hij denkt even na. ‘Misschien is het wel mijn adrenaline shot at the end of a long day.’

Want zijn dagen zijn lang. ‘Laatst had ik een pitch voor een format in Portugal, en reed ik om half één van Schiphol naar huis. Het was een vrijdagavond en ik berekende dat ik er die week 78 uur op had zitten. Toen dacht ik: ja, dat was er weer zo één.’

Dat weerhoudt hem er niet van drie keer per week te sporten, en vaak heeft hij na de opnames van Boulevard ’s avonds ook nog afspraken. Maar koud geland uit New York liep hij die avond, mét jetlag, met zijn oudste zoontje mee tijdens de Avondvierdaagse.

‘Ik probeer genoeg tijd te schenken aan mijn gezin, al schiet dat er nog weleens bij in. Maar dat zijn de goede voornemens voor volgend jaar.’ Zijn vrouw klaagt niet. ‘Je begrijpt van elkaar hoeveel dit werk soms van je vergt. Wij vragen elkaar niet snel: waarom ben je weer zo laat?’

Verbaasd

Hard werken – het leverde hem een notering in de Quote 500 Junior op – ‘voelt niet als een opgave. Ik heb een onuitputtelijke energie, denk ik. Ik blijf maar gaan. Vind het heerlijk. Ik kan echt héél veel hebben. Dat zit in mijn genen. Mijn moeder had dat ook. Die zat altijd ’s nachts nog te werken. Ik zit gewoon zo in elkaar.’

Hij is één van de drie eigenaren van Fashioncheque, een cadeaukaart die je in kledingwinkels kunt uitgeven. ‘Het is zo’n mooi bedrijf. We gaan echt als een raket omhoog.’ Buitenlandse kantoren, waaronder in Londen en Berlijn, openen in rap tempo.

Fashioncheque adverteert op RTL. ‘Ik ben een van de weinigen die voor RTL programma’s maken, er presenteren en er adverteren.’ Hij lacht, bijna verbaasd. ‘Grappig eigenlijk.’

Sinds hij bij Talpa werkt, wordt hij wel eens benaderd door andere bedrijven (‘Ze vinden het wel leuk, wat ik hier doe’). Tevergeefs. ‘Ik zou op dit moment nergens anders willen werken.’ Zijn hart ligt bij het televisievak.

‘Televisie heeft iets magisch. Dat je zo veel mensen kunt bereiken, waardering krijgt van zo veel mensen als je het goed doet. Ik bedoel niet dat ze mij persoonlijk komen bedanken, maar dat iemand dankzij ons programma een leuke avond heeft.

‘Naar The Voice kijken miljarden mensen. Dat is hier beneden in een kamertje begonnen. Ik voel me bevoorrecht daaraan mee te werken. En om te werken met John. Want je kunt in de Champions League spelen, maar er is slechts één Messi.

‘Maar ik wil ook mijn dingen ernaast doen. Het geheim van ondernemen, is zien wat iedereen ziet, en ermee doen wat niemand anders doet.’ Hij veert op. ‘Ik zie zó veel kansen. Ik word er soms onrustig van. Dit is dé tijd om op te staan.’

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.