cultuur

‘De fazantenmoordenaars’ is niet vernieuwend, wel onderhoudend

Door Rob van Scheers - 04 augustus 2015

Op pad met cold cases-inspecteur Carl Mørck in Deense policier.

Een wezenskenmerk van Scandinavische policiers is dat de personages een uitgewerkte achtergrond meekrijgen, gestreefd wordt naar een full character. Het gaat niet louter om het politiewerk, nee, er is ruimte voor de dagelijkse beslommeringen van de rechercheur.

Dat kan een demente vader zijn, een ontspoorde broer, een ex-vrouw die na een scheiding weer opduikt, in elk geval: een wond op de ziel. Dat was al zo bij de Zweedse oerthrillers van Sjöwall & Wahlöö, met hun inspecteur Martin Beck. Landgenoot Henning Mankell perfectioneerde dat idee met inspecteur Kurt Wallander, niet de makkelijkste man om mee te werken.

Bij Mikkel Nørgaards thriller De fazantenmoordenaars is het niet anders. Inspecteur Carl Mørck (Nikolaj Lie Kaas) heeft thuis in Kopenhagen een zoon met wie hij slechts via kattebelletjes communiceert.

Komt de inspecteur doodmoe thuis van zijn stressvolle werk, staat er een leeg bord op het aanrecht met het krabbeltje: ‘Was weer erg gezellig, pa.’ Soms kun je Mørck met twee flesjes bier in zijn hand betrappen voor de dichte deur van de jongenskamer. Hij wil al gaan aankloppen, maar dan laat hij het maar zo.

Wij begrijpen: blijkbaar is Mørck gescheiden, zijn tienerzoon woont bij hem in, maar zoals het nu gaat, zal dat niet lang meer duren. Geen wonder dat Mørck nogal eens nurks tegen zijn politiepartner Assad (Fares Fares) uit de hoek komt. Daar­bovenop heeft hij het idee door zijn chef van het actuele politiewerk te zijn afgehaald, na een herstelperiode van een trauma is hij veroordeeld tot de kelder.

Ander verhaal

Mørck werkt daar op de afdeling Q – die van de onopgeloste zaken. Met de technieken van nu duikt hij in vergeelde dossiers, en komt met nieuwe inzichten naar buiten. In dit geval: de gewelddadige dood uit 1994 van een tienertweeling in een zomerhuisje.

Daar is ooit wel iemand voor veroordeeld, de nieuwe aanwijzingen vertellen een ander verhaal. En dus gaat Mørck met Assad op pad, en ontvouwt zich na menig dwaalspoor de ware toedracht. Dat had ook op televisie gekund, zou je zeggen. Voordeel van een bioscoopfilm is dat het allemaal wat langer, harder en duurder mag, dus die keuze is gerechtvaardigd.

Mørck is een schepping van de Deense thrillerschrijver Jussi­-Adler Olsen, wiens reeks Afdeling Q internationaal hoge ogen gooit.

Met De fazantenmoordenaars krijgt hij zijn tweede verfilming van regisseur Nørgaard. Het eerste deel De vrouw in de kooi werd in 2013 als The Keeper of Lost Causes uitgebracht, deel drie staat op de rol.

Elsevier nummer 32, 8 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.