cultuur

De legendarische oerknal waarmee Lowlands werd geboren

Door Rob van Scheers - 14 augustus 2015

Nog even en dan begint de 23ste editie van Lowlands. Een reconstructie van zijn oorsprong in de sixties en de stunt met de allergrootste ster.

Lowlands, dat is bivakkeren in Biddinghuizen, met je tentje op een drassig grasveld, alle dagen feest. De eclectische mix van popmuziek en aanverwanten slaat al jaren aan, sinds 1993 om precies te zijn. Initiator was concertpromotor Willem Venema, keizer van het clubcircuit.

Hij deed dat namens Mojo Concerts, en een goed geheugen had hij ook. Toen hij A Campingflight to Lowlands Paradise ontwikkelde, begreep hij dat het handig was om zijn voorganger te eren. In dit geval: Bunk Bessels, beeldend kunstenaar, ooit spin in het web van de Utrechtse kunstscene.

Bessels was het die in 1967-1968 de stoot gaf tot A Flight to Lowlands Paradise, een popfestival in de Utrechtse Jaarbeurs. Venema wilde aanhaken bij die korte traditie, dus zocht hij Bessels op. Hij gaf hem 1.000 gulden (450 euro) voor de naam, zodat Bunk een nieuwe computer kon kopen. Iedereen tevreden.

Wat zich sindsdien afspeelt in Biddinghuizen hebben we ter plekke kunnen zien, alsook op televisie. De festivalcultuur heeft een hoge vlucht genomen, misschien wel té hoog. Obscuurder zijn de verhalen over de oerknal: A Flight to Lowlands Paradise was een van de eerste, zo niet de allereerste ‘happening’ van Nederland.

Daar ligt iets, journalistiek gesproken. Vooral het verhaal over het beste concert nooit gegeven, gedateerd 28 december 1968. Ooggetuige Gijs Groothand (60): ‘De hele avond gonsde het van de geruchten. “Hij komt niet. Hij komt wél. Nee, hij komt toch niet. Hij is er wel, maar hij is backstage van de trap gevallen.” De organisatie zweeg intussen in alle talen.’

Hij, dat is in dit geval Jimi Hendrix (1942-1970). De Amerikaanse gitaargod zou Utrecht aandoen met zijn band Experience, de contracten waren al getekend. Voor de plaatsbepaling: dat was twee maanden na het verschijnen van zijn meesterwerk Electric ­Lady­land en acht maanden vóór zijn magische show tijdens het Woodstock-festival in Bethel, New York.

Hendrix verkeerde op de toppen van zijn kunnen, en nu zou hij dat uitgerekend komen tonen op het Utrechtse ‘international experimental popfestival’, zoals het zich afficheerde.

Wat een stunt. De eerste aflevering van Lowlands Paradise uit 1967 was van een hartverwarmend amateurisme, inclusief ontbijt. Achttien uur muziek, met vooral lokale bandjes als Moez Moez en The Apples. De tweede editie zou pas werkelijk groots en meeslepend worden, beloofde Bessels. Aanvankelijk stond die gepland voor 23 september 1968, maar ja… als je Hendrix in december kon krijgen?

De voorpret was enorm, haalt Groothand op. Hendrix ging zijn witte Fender Stratocaster inpluggen, als linkshandige hield hij die ondersteboven. Ongetwijfeld zou een helse piep door de zaal ­terugkaatsen, want met die snoeren en een Cry Baby-wah-wah-pedaal ertussen – zijn typerende geluids­effect – ging altijd wel iets mis.

Jimi liet zich evenwel niet uit het veld slaan, trok heel cool zijn bandana recht, en zette in met Voodoo Child (Slight Return), zijn nieuwste hit. Dat was nog maar het begin. Nummers als Purple Haze, All Along the Watchtower en Hey Joe volgden, het concert bereikte een climax.

Zoals hij later op Woodstock het Amerikaanse volkslied met zijn gierende Fender over de kling zou jagen, pakte hij nu het Wilhelmus aan. Onderwijl deed hij een solo met zijn tanden, en tot slot stak hij achteloos de brand in zijn gitaar. Jimi Hendrix was in Utrecht, wie erbij was, zou dat nooit meer vergeten.

Deal

Zo stond het althans gepland. De organisatie wist bij de gemeente 30.000 gulden (14.000 euro) subsidie los te krijgen, waarvan de bulk 4 november 1968 door Bessels naar Londen werd gebracht. De deal luidde dat The Jimi Hendrix Experience een vol uur zou spelen, de artiest mocht daarvoor 4.000 Britse ponden rekenen.

In de knip, maar wie er ook naar Lowlands 2.0 kwam, wél The Pretty Things, Pink Floyd en de Bonzo Dog Doo Dah Band, maar géén Jimi Hendrix. Het lijkt haast een scène uit de muziekfilm The Commitments.

Toch had het goed gekund. In 1967 playbackte Hendrix al eens Hey Joe in het VARA-jongerenprogramma Fenklub – playbacken tegen zijn zin in, maar zijn gitaar­geluid was te hard – en op 10 november 1967 nam hij in Bussum drie liedjes live op voor VPRO’s Hoepla (Foxy Lady, Catfish Blues en Purple Haze).

Nog diezelfde dag reisde hij door naar Rotterdam voor zoiets onbenulligs als de ‘Hippy Happy Beurs’ in Ahoy. Daar staarden nauwelijks vijfhonderd tieners hem tijdens een korte show niet-begrijpend aan. Nee, dan Utrecht: dat zou zijn officiële concertdebuut in de Lage Landen worden.

Bunk Bessels (70) woont nog steeds in Utrecht, maar tobt met zijn gezondheid. Mede-organisator Jaap van de Klomp (74) neemt de honneurs waar, hij herinnert zich de ontstane chaos levendig. In zijn fotostudio aan de Oudegracht vertelt hij: ‘Hendrix zat in New York, en daar had hij zijn been of enkel gekneusd. Dat kan een smoes zijn, maar later is door zijn Britse management een doktersattest overlegd. Dat moest juridisch ook, gezien het contract.

‘Later schreef het Britse muziekblad Melody Maker dat Hendrix omwille van die blessure niet naar Europa was gekomen. Maar of-ie geen zin had, en iets heeft verzonnen? Dat blijft gissen.’

Amok

De tweede aflevering van The Flight werd sowieso geplaagd door tegenslag. Bar winterweer, niettemin was de toeloop enorm: 18.000 verkochte kaartjes. Zo’n 4.000 jongeren konden er niet meer bij, gingen amok maken, politie te paard rukte uit, er ontstond een grimmig sneeuwballen­gevecht. De jaren zestig braken plotseling ook in Utrecht uit.

‘En we meenden het nog wel zo goed te hebben georganiseerd. Bij Martinair charterden we een vliegtuigje om in Londen een lading muzikanten op te halen. Maar het pak sneeuw gaf vertraging en door een straffe zijwind zouden we niet in Londen kunnen landen. Ik was op Schiphol en we hebben het met Martinair zo geregeld dat een groter vrachtvliegtuig – dat met snijbloemen naar Parijs ging – later die dag via Londen zou terugreizen om de muzikanten op te pikken. Ik ging mee, de hele reis tussen de snijbloemen.’

Bassist Noel Redding en drummer Mitch Mitchell van The Jimi Hendrix Experience stonden klaar op Heathrow Airport. Samen met Dave Mason, vriend van Hendrix en gitarist van Traffic.

‘Zij wisten dat als Jimi het niet ging halen, Dave Mason zou invallen. Maar ja, tegen de tijd dat wij in Londen aankwamen, waren zij al huiswaarts. Wel hebben we de Bonzo Dog Doo Dah Band en The Pretty Things meegenomen. Pink Floyd niet. Zij hadden de avond tevoren een concert in de Rotterdamse Doelen, kwamen op eigen gelegenheid naar Utrecht.’

Terug op Schiphol was de bus zoek. ‘Zo kwamen we ’s avonds tegen elven pas aan in de Margriethal. Ik was de boodschapper van het slechte nieuws aan het ­publiek: “Jimi komt niet.” Nou, pandemonium natuurlijk. Kwaadsprekerij: “Ja ja, ze hebben Jimi alleen aangekondigd om de kaartverkoop te stimuleren.”

Dat was geenszins het geval. De contracten waren getekend en het voorschot betaald, dat is later via hun manager ook teruggekomen uit Londen. Het hele gedoe is de nekslag geworden voor ons festival. Van een derde editie kwam het nooit.’ En Hendrix speelde nimmer meer in Nederland.

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.