cultuur

Kruidig, zoet, uiterst kwetsbaar en spontaan opduikend

Door Bram Hahn - 13 augustus 2015

Praktische bezwaren verhullen dat de braam misschien wel een van de lekkerste steenvruchten is.

Nog makkelijker dan zelf tuinieren is ‘vanzelf’ tuinieren: het oogsten van vruchten die spontaan opduiken in je tuin. Iedereen met een stukje grond weet dat daar geregeld vanuit het niets bramen opduiken. De gewone, wilde braamstruik (Rubus fruticosus), een lid van de rozenfamilie, groeit zowel in de schaduw als in de volle zon en heeft geen rijke bodem nodig.

Hij woekert razendsnel en vormt ondoordringbare bosjes, waarin vogels en andere dieren zich graag verschuilen – en die zich met hun venijnige stekels niet erg geliefd maken bij tuiniers. Maar de pluspunten dienen zich in deze tijd aan, als de vruchten rijp zijn.

De braam is lang niet zo geliefd als bijvoorbeeld de aardbei. Dat heeft deels te maken met die doornen, die het oogsten van bramen wat lastig maken, al wordt in de professionele bramenteelt al lang gewerkt met veredelde rassen die geen stekels meer hebben en het hele jaar bramen leveren. Ook voor hobby­tuiniers zijn er inmiddels veel veredelde rassen.

De kwetsbaarheid van de vruchten maakt ze wat minder handig voor commerciële productie; ze zijn zo teer dat je ze nauwelijks in doosjes kunt stapelen en vervoeren zonder dat ze onder hun eigen gewicht bezwijken.

Rijp

Die praktische bezwaren verhullen dat de braam misschien wel een van de lekkerste steenvruchten is. Iedereen weet wel hoe bramen smaken, maar de mate van rijpheid en hun herkomst zorgt voor veel smaak­nuances. De beste exemplaren – meestal middelgroot – zijn niet simpelweg zoet, maar hebben net voldoende zuur om ze fris te houden en daarnaast een heel kruidige smaak, die doet denken aan goede wijn en hete zomer­dagen in een naaldbos.

In het Frans kan de naam van de braam voor verwarring zorgen: la mûre wordt in die taal namelijk zowel gebruikt voor de vrucht van de bramenstruik als voor die van de mûrier, ofwel moerbeiboom. Die vruchten zijn misschien nog wel lekkerder dan de braam, maar nog veel kwetsbaarder en dus nooit te krijgen in de winkel. Maar komt u ze tegen in het wild, probeer ze dan eens. En mûr betekent ook nog eens rijp.

Een simpel recept met mûres mûres. Was een pond bramen en breng ze aan de kook in 750 milliliter water met twee schijfjes citroen en een half kaneelstokje. Laat zacht koken tot de bramen zacht zijn. Pureer met een staafmixer en laat afkoelen tot de soep helemaal koud is. Roer er wat gehakte blaadjes munt en versgemalen zwarte peper door. Serveer koud met een lepel geslagen ongezoete room.

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.