cultuur

Over de liefde tussen Henri Matisse en zuster Jacques-Marie

Door Marijke Hilhorst - 20 augustus 2015

Het klinkt als een liefdesgeschiedenis, die tussen schilder Henri Matisse en zuster Jacques-Marie. En hoe kuis ook, die liefde bleef niet zonder tastbare gevolgen: het resultaat is de ­Rozenkranskapel in Vence, Zuid-Frankrijk.

Het was een Gesamtkunstwerk. Matisse was verantwoordelijk voor zowel de architectuur als de aankleding van de kapel, hij ontwierp de wanddecoratie, glas-in-loodramen, de meubelen, religieuze objecten als de kandelaars en het kruisbeeld.
Voordat ze intrad in het klooster heette Matisses verpleegster Monique Bourgeois. Ze had ‘een prachtige haardos’ en ‘weelderige armen’, liet Matisse een bevriende schrijver weten, en ook dat zij het vuur in hem brandende hield.

Hij was ernstig ziek en net geopereerd. Als Monique leerde ze Matisse kennen in Nice, in 1941, als ze solliciteert op een door de dan 71-jarige schilder geplaatste advertentie: ‘Gezocht, knappe, jonge nachtverpleegster voor verzorging patiënt.’

Ze vond zichzelf niet knap en ze was nog lang niet gediplomeerd, vertelt ze in de boeiende en leuke documentaire A Model for Matisse van Barbara Freed, die op dvd verkrijgbaar is.

Geflirt

Wat er zo leuk aan is? Alles aan zuster Jacques-Marie! Ze doet haar verhaal als ze al flink op leeftijd is, maar je snapt direct wat Matisse in haar moet hebben aangetrokken. Ze is compleet zichzelf. Oprecht. Grappig. Ondeugend. Haar ogen zijn nog net zo levendig als toen, wed ik, haar grote handen wil je vasthouden en je moet lachen om de manier waarop ze bijvoorbeeld vertelt hoe ze de eerste keer het huis van Matisse betreedt.

Midden in de hal staat een meer dan levensgroot Grieks beeld, naakt, het geslacht op ooghoogte. ‘Recht in mijn vizier,’ zegt ze letterlijk. En zij, toen twintig en groen als gras, moet er nog om lachen.

Ze wast Matisse, voedt hem, ze voeren geanimeerde gesprekken, ook tijdens de wandelingen die ze maken als het hem fysiek iets beter gaat. Hij was vrolijk, hield van lachen, verzon verhalen, maar toon­de zich ook geïnteresseerd in haar leven en wilde weten wat zij van zijn werk vond. ‘Ik zei dat de kleuren mooi waren, maar de voorstellingen minder.’

Hun relatie moet er een zijn geweest waarin alles kon worden gezegd omdat ze elkaar vertrouwden, maar Matisse zal zeker met haar hebben geflirt, en zij spreekt na al die jaren met zo veel tederheid over hem, dat zij veel van hem moet hebben gehouden.

Als hij haar hulp niet meer nodig heeft, vraagt hij Monique te blijven komen om te poseren. Dat verbaast haar: ‘Toen ik klein was, zeiden mijn ouders dat ik lelijk was.’ En in het schilderij dat hij van haar maakte, herkent ze zichzelf, tot haar teleurstelling, niet.

Toch blijft ze voor hem poseren tot een onverslaanbare rivaal van de schilder haar opeist: God. Monique treedt in het klooster en wordt als dominicanessen-zuster Jacques-Marie. Matisse was geschokt; of ze gek was geworden.

Schepper

Maar de inwijding betekent niet het einde van de relatie tussen de schilder en de non. Of het Gods hand is geweest of gewoon toeval, steeds weer kruisen hun paden elkaar. En ze corresponderen gepassioneerd. Als zij schrijft dat het de sacramenten zijn die hen scheiden omdat zij de behoefte voelde haar leven totaal voor een goede zaak te willen inzetten, spreekt hij haar boos tegen.

‘Ik heb geen sacramenten nodig om de schepper te eren. Ik ben naar Tahiti gegaan om het prachtige licht daar te bewonderen en om dat door mijn werk door te geven aan anderen.’ En hij zegt: ‘Alle kunst die die naam verdient, is religieus, want met complete toewijding gemaakt.’

In 1947 toont ze hem een schets voor een raam dat ze uitgevoerd wil zien in de nieuwe kapel van het klooster. Matisse belooft haar de hele kapel te realiseren en houdt woord; in 1951 wordt die gewijd. Matisse is dan 81 jaar.

Vooral moeder-overste stak al die jaren haar weerstand tegen een naakten schilderende, moderne kunstenaar als ontwerper van het godshuis niet onder de kerkbanken. En is het ordinaire jaloezie of gebrek aan vertrouwen dat zij zuster Jacques-Marie verbiedt bij de wijding van de kapel aanwezig te zijn? Ook het verzoek om in 1954 naar de begrafenis van Matisse te mogen gaan, wordt tot Jacques-Maries grote verdriet afgewezen. Je hart breekt als ze dat vertelt.

Ik zou graag bloemen op haar graf leggen en de kapel zien. Dat grote kunstwerk van twee gelijkgestemde zielen.

Elsevier nummer 35, 29 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.