cultuur

Sufjan Stevens: eigenzinnige popster, uitgesproken christen

Door Gerry van der List - 13 augustus 2015

Singer-songwriter Sufjan Stevens is een opmerkelijke figuur, onder meer omdat hij uiting geeft aan zijn christelijke geloof.

De popliefhebber op leeftijd heeft soms geen zin meer alle ontwikkelingen en talenten op de voet te volgen. Bij de selectie uit het nieuwe aanbod wil hij zich nog weleens laten leiden door primitieve criteria. Zo kan hij besluiten om Sufjan Stevens te negeren alleen al op grond van de afschrikwekkende naam van de singer-songwriter.

Dat Sufjan klinkt toch wel erg suf. Echt veel beter wordt het niet als je de voornaam op zijn Engels uitspreekt en weet dat deze uit het Perzisch stamt, met als betekenis: hij die komt met het zwaard.

Toch heeft Stevens, die op 23 en 24 september optreedt in theater Carré in Amsterdam, een soort cultstatus verworven. De veertigjarige Amerikaan staat bekend als een van de meest eigenzinnige figuren uit de popmuziek. Hij heeft zeker iets excentrieks.

Zo speelt hij tal van ongebruikelijke instrumenten, deinst hij niet terug voor het uitbrengen van kerstliedjes en heeft hij ooit het voornemen uitgesproken om aan elke Amerikaanse staat een album te wijden. De teller is met Michigan (2003) en Illinois (2005) blijven steken op twee.

Subtiel

Er is nog iets opmerkelijks aan Stevens: hij is een uitgesproken christen.  Dat is vrij zeldzaam. In evangelische winkels vind je bakken vol met CCM, Contemporary Christian Music. Maar dan gaat het om artiesten met een eigen – gelovige – achterban. Stevens is een van de weinige mainstream popartiesten die uitkomen voor hun christelijke overtuiging.

Niet dat hij een evangelist met bekeringsdrang is. Hij is meer de intellectuele zoeker die op subtiele wijze religieuze thema’s aan de orde stelt. Zoals in een liedje als The Transfiguration (2004), dat over Jezus handelt: ‘Son of man, son of God.

De belangstelling voor het spirituele kreeg Stevens van huis uit mee. Zijn ouders waren alternatieve types die op zoek waren naar verlichting en zich in allerlei religies verdiepten. Toen hij geboren werd, zaten ze net in hun islamitische periode, wat zijn exotische voornaam verklaart. Zelf vond hij, tot ergernis van zijn ouders, vooral wijsheid en troost in de Bijbel. Hij fantaseerde zelfs nog eventjes over een loopbaan als dominee.

Stevens voelt altijd enige huiver om expliciet over geloofszaken te spreken. Hij wil zich niet laten vastpinnen. Maar ‘mijn relatie met God is fundamenteel’, zei hij in mei dit jaar tegen het Nederlands Dagblad, een christelijke krant die normaliter weinig belangstelling toont voor popsterren.

Geen schaduw

Dat het geloof niet altijd uitkomst biedt, blijkt op Carrie & Lowell. Op dit, door critici bejubelde, laatste album van Stevens gaat het over zijn overleden moeder. Hij kende haar nauwelijks, want ze ging er al vandoor toen hij drie jaar was. Dat heb je met hippies. Zij vinden zichzelf belangrijker dan hun kinderen.

Carrie & Lowell is een wanhoopskreet van een jongen uit een ontwricht gezin. Hij hoopt op verlossing, maar vindt die niet: ‘There’s no shade in the shadow of the cross‘, het kruis biedt geen schaduw meer.

Voor de popliefhebbers op leeftijd die zich door de aparte teksten van Stevens niet voelen aangesproken, valt nog een andere reden te bedenken eens een album van hem te beluisteren. Als zij ’s nachts problemen hebben om de slaap te vatten, kan Carrie & Lowell zijn nut bewijzen.

Want Stevens mag indringende onderwerpen behandelen, zijn ijle, fragiele zang leidt, bij sommige luisteraars althans, tot enorme slaperigheid.

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.