cultuur

Zwijger of gladjanus? Hoe popsterren zich tot publiek richten

Door Gerry van der List - 03 augustus 2015

De manier waarop artiesten zich tussen de liedjes door tot het publiek richten, verschilt nogal. Zeven types: van zwijgers tot vertellers.

‘Hello Amsterdam!’, riep Pharrell Willliams een paar keer enthousiast. De Amerikaanse zanger had er bij de laatste editie van Pinkpop duidelijk zin in. Hij leek geen acht te slaan op het gemor van het publiek in Landgraaf dat toch echt een flink eind verwijderd ligt van de hoofdstad.

Het is een vaak gemaakte vergissing van buitenlandse popsterren die bij een optreden in Nederland vanzelf denken dat ze in Amsterdam staan. Het is maar goed dat Ahoy Rotterdam zelden meer het decor vormt voor concerten, want de bezoekers daar werden door de artiest van de avond ook geregeld voor Amsterdammers aangezien.

De uitglijder van Williams vestigt de aandacht op een onderbelicht en onderschat element van het geven van concerten: de teksten tussen de liedjes. De fans in de zaal stellen het op prijs als ze worden toegesproken, maar zeker niet iedere artiest etaleert de ambitie en het vermogen om dit verlangen van het publiek te bevredigen en iets boeiends te zeggen.

Wat betreft de popster als causeur vallen diverse types te onderscheiden. Wij presenteren er, als een voorzichtige aanzet tot nader onderzoek, zeven.

De zwijger

Het eerste type laat zich makkelijk omschrijven: hij houdt gewoon zijn mond. Bob Dylan is een berucht voorbeeld. De Amerikaanse troubadour doet geen enkele moeite met het publiek te communiceren. Hij komt op, knauwt zich met zijn kraaienstem door zijn liedjes heen en vertrekt weer.

Wat fans elke keer weer beweegt om een fors bedrag voor een kaartje neer te tellen, is onduidelijk. Het zal wel iets met nostalgie van doen hebben. Net zoals bij de even zwijgzame als legendarische generatiegenoot van Dylan, de immer norse Van Morrison.

Het ontbreken van babbels kan behalve uit chagrijn ook voortvloeien uit de zeer strakke regie van een showconcert. Zo is Madonna dermate druk bezig met over het podium rennen, zweepjes hanteren, aan kruizen hangen en wat al niet meer, dat zij nauwelijks meer adem heeft om zich tot het publiek te richten.

De gladjanus

Over veel adem bleek Tony Bennett vorige maand bij het North Sea Jazz Festival ook niet te beschikken. Toch had de 88-jarige crooner tijd genoeg voor een babbeltje, omdat de diva met wie hij het podium deelde, Lady Gaga, steeds in de coulissen verdween om van outfit te wisselen. Bennett deed dat routineus. Hij stak de loftrompet over het festival in Rotterdam, vertelde anekdotes en schetste de achtergrond van een liedje. Dit kletsen ging hem eigenlijk beter af dan het zingen.

De aanpak van Bennett is die van de echte entertainer. Vriendelijk, wellevend, onderhoudend, een beetje glad. Typisch Amerikaans, zouden sommigen zeggen. Essentieel onderdeel is het informeren naar het welzijn van het publiek: ‘Are you doing all right?’

De feestneus

Aan het eind van het album Live Rhymin’ van Paul Simon is te horen hoe een toeschouwer ‘Say a few words!‘ roept. ‘Een paar woorden zeggen?’ vraagt de artiest verbaasd, om laconiek te vervolgen met: ‘Nou, laten we hopen dat we allemaal in leven blijven.’

De wat introverte, timide Simon is nooit een gangmaker geweest. Anders dan een jonge collega als Justin Bieber die zijn fans graag aanspoort: ‘Let’s make some noise!’ Nederlandse sterren houden eveneens van een feestje. Zeker de vrolijke Brabander Guus Meeuwis laat graag merken luid meezingen op prijs te stellen. Trijntje Oosterhuis is ook gek op publiek medeleven: ‘Allemaal de handjes in de lucht!’

De activist

Betrokkenheid bij de publieke zaak kan doorgaans als een deugd worden beschouwd, maar in het geval van popartiesten wil ze nog weleens gepaard gaan met onnozelheid. Sinds de – tot verheugenis strekkende – verdwijning in het niets van een zingende hippie als Joan Baez, wordt het podium echter vrij zelden meer misbruikt voor politieke propaganda. Als het wel gebeurt, gaat het soms flink mis.

Zo kreeg Natalie Maines, de zangeres van de Dixie Chicks, veel kritiek toen zij in 2003 tijdens een optreden in Londen bekende zich ervoor te schamen dat de Amerikaanse president net als zij uit Texas kwam. De muziek van het vrouwelijke countrytrio werd in eigen land zelfs een tijdje geboycot.

Ook de tirade in 2013 in San Francisco van Michelle Shocked tegen homo’s leidde tot verontwaardiging, maar dan aan de andere kant van het politieke spectrum. Verleidelijk is het om zulke geëngageerde artiesten een advies voor te houden dat de titel vormt van een documentaire over de Dixie Chicks: Shut Up and Sing.

De kletskous

De spotlights van de grote pophallen staan tegenwoordig vaak gericht op artiesten die al lang de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Bij het voor de zoveelste maal beklauteren van het podium lijken zij vooral gedreven door financiële motieven.

Voor de nostalgie is het aardig dat de Eagles weer samen over de wereld trekken en het is wonderbaarlijk dat ze na decennia intensief gebruik van drugs en alcohol nog zo zuiver kunnen zingen, maar veel te vertellen hebben ze niet meer.

Bij Stevie Nicks is het anders. Zoals in mei nog in het Ziggo Dome te horen viel, zit de inmiddels 67-jarige blonde rockgodin van Fleetwood Mac allesbehalve om een praatje verlegen. Met enigszins trillende stem introduceert ze haar songs uitgebreid. Soms lijkt het verdacht veel op geleuter, dat vooral inspireert tot het opzoeken van de wc.

De ergste vorm van verbale diarree is te signaleren bij de – schaarse – concerten van Barbra Streisand. De befaamde zangeres weet van geen ophouden als ze aan een monoloog begint. Heel handig is dan ook de mogelijkheid op sommige dvd’s met live-registraties om de praatjes voor de vaak over te slaan en alleen naar de liedjes te luisteren.

De conferencier

Bij optredens in steden als Parijs, Rome en Barcelona kan menig Angelsaksische popster de verleiding niet weerstaan om te proberen een paar woorden in de lokale taal te spreken. In Nederland wil dit doorgaans niet zo vlotten.

Maar toen Dave Matthews in  maart 2010 in de Heineken Music Hall stond, deed de Amerikaan erg zijn best wat in het Nederlands te keuvelen. Toen hij later ook nog meldde dat zijn landgenoten die avond met voetbal een oefeninterland tegen Oranje hadden verloren, had hij zijn sympathieke imago helemaal bevestigd.

Nog verder dan de spraakzame Matthews gaan de – paar – artiesten die van hun concert een soort cabaret maken. Zoals Randy Newman. De geestige Amerikaanse singer-songwriter weet met reeksen anekdotes te voorkomen dat zijn publiek indommelt.

Zoals over die nacht op de Wallen toen hij urenlang verwachtingsvol voor het rood verlichte raam van zijn hotelkamer zat, maar alleen de aandacht trok van een groepje dronken Duitsers: ‘Er moet een betere manier zijn om met eenzaamheid om te gaan.’

De verteller

De meeste indruk als causeur maakt de enkele popartiest die tekst en muziek weet samen te smeden tot een persoonlijk verhaal dat iedereen raakt. Hier belanden we uiteraard bij Bruce Springsteen. Zeker in het begin van zijn loopbaan liet de stoere romanticus uit New Jersey zijn liedjes vergezeld gaan van intieme vertellingen met universele strekking.

Geen uit het hoofd geleerde, vlotte verhalen. Springsteen leek te zoeken naar woorden, zoals hij leek te zoeken naar een zinvol bestaan. Het publiek luisterde ademloos toe. Het herkende het moeizame proces van opgroeien, inclusief ruzies met bekrompen vaders en gedoe met meisjes.

Voor de fans was het mooi om volwassen te worden met Bruce als bondgenoot. En om hem in 1988 in zijn eentje op het podium hakkelend te horen vertellen hoe hij als jongen dacht dat ongebondenheid het hoogste goed was, maar dat hij langzaam tot de ontdekking kwam dat vrijheid zonder liefde en vriendschap weinig voorstelt. Waarna hij zijn mondharmonica voordeed en Born to Run inzette. Prachtig.

Het is overigens niet altijd even makkelijk om van de verbale intermezzo’s te genieten. Popconcerten zijn in hoge mate gezelligheidsevenementen geworden, waar bij een biertje vrolijk en luidkeels wordt bijgepraat met vrienden. Artiesten praten misschien te weinig tijdens optredens, hun publiek doet dat veel te veel.

Elsevier nummer 32, 8 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.