cultuur

De bittere strijd om de gunst van de bioscoopbezoeker

Door Rob van Scheers - 11 september 2015

Het aantal bioscoopbezoekers stijgt, maar het aantal zalen nog veel harder. In Utrecht roeren zich zowel de megabioscopen als de filmhuizen.

Ogenschijnlijk gaat het de Nederlandse bioscopen voor de wind. De bezoekcijfers over het eerste half jaar van 2015 tonen een stijging van 12 procent ten ­opzichte van dezelfde periode in 2014. Heel 2014 telde 31 miljoen bioscoopbezoekers. Opmerkelijk, in het tijdperk van Netflix, HBO en andere betaalfilmzenders.

Buitenlandse investeerders is dat niet ontgaan. Onlangs werd keten JT Bioscopen voor 85 miljoen euro overgenomen door het Britse concern Vue International. Met 21 vestigingen heeft JT nu 10 procent marktaandeel. Daarmee staan ze bij de bioscoopconcerns op twee: na het Franse Pathé, en voor het Belgische Kinepolis.

Want zo liggen de kaarten: het gros van het Nederlandse bioscoopbedrijf is in buitenlandse handen. Kinepolis sloeg in de ­zomer van 2014 zijn slag, toen het de Nederlandse Wolff-groep voor 16,8 miljoen euro overnam.

Aanwaswijk

De grote spelers hebben allemaal plannen die het actuele bioscoopbestand – 144 vestigingen, 677 filmdoeken in totaal – flink zullen opschudden. De vraag blijft of er voor die groei ook genoeg animo is, als je weet dat ‘gewoon’ publiek gemiddeld één keer per jaar naar de film gaat en fervent ‘bioscooppubliek’ tot vier voorstellingen komt.

Illustratief is de situatie in Utrecht. Oude Wolff-zalen als Camera en Studio zijn gesloten, ervoor in de plaats komt bij de Jaarbeurs een ‘megaplex’ van Kinepolis. Met 14 zalen en 3.300 stoelen wordt het de grootste bioscoop in Nederland. Daarbovenop krijgt aanwaswijk Leidsche Rijn langs de A2 half september zijn Sterrenkijker, met 7 zalen en 1.867 stoelen. Exploitant is CineMec, dat valt onder het Pathé-concern.

De oorlog om de gunst van het grote publiek staat niet op zichzelf. Ook in het arthouse-segment is het al lang onrustig. Zo werd in september 2014 in Amsterdam De Filmhallen geopend. Prachtig initiatief, geëxploiteerd door de mannen van The Movies. Maar de komst van De Filmhallen had onmiddellijk zijn weerslag op andere Amsterdamse filmhuizen als EYE, Cinecenter, Het Ketelhuis, Rialto en The Movies. Bij sommige is er 35 procent terugloop.

Een situatie van overvloed, die ook in Utrecht dreigt. De gemeente overweegt in samenwerking met filmdistributeur Pim Hermeling (September Film) een arthouse neer te zetten bij parkeer­garage Paardenveld, randje stadscentrum: bioscoop De Kade, goed voor 7 zalen, opvolger van het kleinere filmhuis ’t Hoogt.

Niet als het aan Jos Stelling ligt, overigens. De cineast annex bioscoopexploitant wist elf jaar geleden van een oud politie­bureau op de Tolsteegbrug een levendig cultuurcentrum te maken. Dat Louis Hartlooper Complex is geheel gefinancierd uit eigen bronnen, zonder subsidie dus.

Megaplexen

De discussie stagneert, er wordt gesneerd dat ‘Stelling bang is voor gezonde concurrentie’. Vreemd, aangezien De Kade kan rekenen op 4 ton subsidie, zoals ’t Hoogt nu heeft. Eerder een vorm van oneerlijke concurrentie.

De Universiteit Utrecht onderzocht de vraag naar bioscoopstoelen. Sociaal-geografen Ton van Rietbergen en Rick van Hees brachten half mei verslag uit. Hun voornaamste conclusies luidden: aan nóg een arthouse is geen behoefte, de nieuwe megaplexen redden het in Utrecht waarschijnlijk wel. Zij richten zich vooral op gezinsuitjes.

Bovendien: in vergelijkbare steden als Eindhoven en Tilburg heeft de megabios zich als concept bewezen – de bezoekersaantallen overstijgen die van Utrecht, dat met 822.000 verkochte bioscoopkaartjes per jaar de zevende plek claimt.

Maar toch. Na uitbreiding telt Utrecht 8.000 stoelen. Om rendabel te blijven, moeten die elk 300 keer per jaar worden bezet. Dat zijn 2,4 miljoen bezoekers, een fikse opgave. Uit hun berekeningen blijkt dat in het beste geval de bovengrens bij 1,8 miljoen bezoekers ligt.

Zo bezien groeit Utrecht uit tot laboratorium voor de expansiedrift van bioscoopexploitanten. Ondanks de glansfolders en stralende artist’s impressions is de uitkomst vooralsnog ongewis.

Elsevier nummer 38, 19 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.