cultuur

Een hardhandige hernieuwde kennismaking met de herfst

Door Marijke Hilhorst - 24 september 2015

Om onze kansen te verhogen als het pubquiz-seizoen aanbreekt, wierp ik een vraag op: hoe verspreiden zaden zich? Hoe reizen ze?

Het was goed raak vanmorgen. Hond en mens werden er hardhandig op gewezen dat de herfst de tijd is om zaden te verspreiden. Ik kreeg een knots van een eikel op mijn hoofd, en nog een, en nog een, vervolgens kwam de hond klagend en hinkend op me af. Vooral de klitten tussen de tenen hinderden haar enorm. Of ik ze maar even wilde verwijderen.

Ik wandelde met een bevriende buurvrouw die alles van het menselijk lichaam weet – ze is arts – en heus ook veel over tal van andere zaken. Maar van de natuur heeft ze geen kaas gegeten. Op haar verzoek wijs ik soms op iets, benoem het, beschrijf de kenmerken, en zowaar, het werpt vruchten af.

Zo herkent ze nu in een oogopslag roodborstje, aalscholver en merel, weet ze dat de helblauwe flits die langs de rietkraag vloog geen Hollandse kolibri is, en kan ze een plataan onderscheiden van een kastanje. Het is een veelbelovend begin.

Over eikels en vruchten afwerpen gesproken. ‘Wist je,’ vroeg ik terwijl ik de hond bevrijdde van de hinderlijkste klitten, ‘dat als biologen een zaad ontleden, een eikel bijvoorbeeld, ze over het embryo spreken?’ ‘En dan ga je me zeker ook vertellen dat eikels weeën krijgen voor ze bevallen,’ was de snelle reactie. Maar ik hield haar niet voor de gek.

Pubquiz

De term ‘embryo’ wordt gebruikt voor het minuscule eikje ter grootte van een speldekop dat veilig schuilt tussen de twee eikelhelften, de zaadlobben, die het boompje in wording van voedsel moeten voorzien. Vergelijkbaar met het kuikentje in een ei dat over dooier en eiwit kan beschikken.

Om onze kansen te verhogen als het pubquiz-seizoen aanbreekt, wierp ik nog een vraag op: hoe verspreiden zaden zich? Hoe reizen ze? Toevallig heb ik daar vorig jaar een soort college over gehad van een enthousiaste gids in een natuurgebied. Ik gaf een hint door op de hond te wijzen. Toch kwam ‘met dieren meeliften’ niet als eerste antwoord. Volgens mijn buurvrouw zou ik de hond hebben geholpen.

Want had ik niet van de eerste eikel die op mijn hoofd viel het dopje losgepeuterd en dat in mijn zak gestopt, om de rest, de vrucht dus, een eind weg te gooien?

Klopt. Ik bewaar altijd een paar eikeldopjes in mijn jaszakken om erop te fluiten en zo te voorkomen dat ik verleer wat ik in 1960 onder de knie kreeg. Dat jaartal weet ik zo precies omdat toen mijn beide zusjes in het ziekenhuis belandden met de Planta-ziekte, een geheimzinnige ziekte met onbekende oorzaak. Om besmetting te voorkomen mochten wij niet op bezoek.

Maar als mijn broer en ik buiten keihard floten, kwamen zij voor het raam staan en zwaaiden we naar elkaar.

Soms helpt de mens de natuur inderdaad een handje. Er blijven zaden in de profielzolen van wandelaars achter, een kind raapt een kastanje op en laat die een eind verderop achteloos vallen. Maar dieren doen veel meer. De hond verspreidt geheel tegen haar zin zaden van de klis of klit. Gemeen spul, waarop overigens het klittenband is geïnspireerd.

Mierenbroodje

Eekhoorntjes leggen verzamelingen eikels en beukennootjes aan, maar spreken die niet altijd aan, omdat ze zelf de winter niet overleven of omdat ze de plek zijn vergeten. Behalve dat vogels noten verslepen, eten ze zaden en bessen om die, met wat bemesting, weer uit te poepen.

Het leukst vind ik de planten – sneeuwklokje, bosanemoon – die aan hun zaadjes een zogenoemd mierenbroodje hebben hangen dat mieren graag eten, het liefst thuis, dus sjouwen ze de zaadjes naar hun hol.

Dan is er de mechanische methode. De gids liet ons vorig jaar voelen hoe krachtig de springbalsemien zaadjes in de palm van onze handen schoot. Er zit een veerconstructie in de peul die bij de geringste aanraking ontploft, de zaden meters  wegschietend.

Resten nog wind en water. Zaden van de esdoorn groeien paarsgewijs aan de boom en zijn voorzien van vleugels, zodat je ze soms als de wieken van helikopters door de lucht kunt zien tollen. En de pluizen van de paardebloem hebben maar een zuchtje wind nodig om ze de lucht in te blazen, elk zaadje heeft zijn eigen parachute.

In tropische gebieden kunnen kokosnoten kilometers afleggen en op een eiland midden in de oceaan stranden. Bij ons is het de vrucht van de gele lis die, omhuld door een dun laagje kurk, op het water blijft drijven, tot hij stroomopwaarts ergens aan land geraakt en ontkiemt.

Elsevier nummer 40, 3 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.