cultuur

Een ruige wijn, die dichters en arbeiders dronken

Door Nicolaas Klei - 01 september 2015

De broze dichter mijmerde over Parijs in de jaren vijftig, over het pleintje bij de Rue Mouffetard waar je je wijn tapte, ruig rood dat de maagwand schuurde. Zuid-Frans, die wijn, met vaak een scheut Algerijnse foezel voor extra smaakverdieping.

Henri Cartier-Bresson maakte een foto daar in die jaren, van een apetrots joch. Z’n broek is vermaakt, alles sleets, maar fier dat-ie daar loopt met z’n twee volle flessen! De Parijse Kees de jongen. De bourgeoisie dronk fijne bordeaux en bourgogne, maar de wijn die dichters en arbeiders konden betalen, kwam uit Zuid-Frankrijk.

Moet je nu eens proeven wat ze daar maken! Nog steeds ruig, zeker, maar ruig als de woeste natuur daar, en net zo zonnig kruidig geurend, met veel sappig fruit dat precies rijmt met de tannines. En zo geprijsd dat ook nu nog een dichter dronken kan worden.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.