cultuur

Eindigt het leven echt als wij sterven?

Door Gerry van der List - 18 september 2015

De Amerikaanse Janis Heaphy Durham had contact met haar dode man. In een bestseller probeert ze sceptici te overtuigen.

Het begon al meteen bij zijn overlijden. Toen Max, de echtgenoot van Janis Heaphy Durham in 2004 stierf, bleef de klok juist op dat tijdstip stilstaan.

Precies een jaar later zag de Amerikaanse journalist, die ruim twintig jaar voor The Los ­Angeles Times werkte en de eerste uitgever was van het Californische dagblad The Sacramento Bee, een handdruk op de spiegel in haar badkamer. Het was, althans volgens de weduwe, een exacte kopie van de hand van Max.

De onverklaarbare verschijnselen volgden elkaar in hoog tempo op. Het lijkt wel een Hollywood-film met piepende deuren en flikkerende lampen. Max had voor zijn dood ten gevolge van slokdarmkanker tegen Janis gezegd dat ze vast een nieuwe liefde zou vinden, maar toen dit werkelijk gebeurde, leek hij als het ware te protesteren. De geest van de overledene werd erg onrustig toen zijn vrouw in de armen van een andere man belandde.

Janis Heaphy Durham heeft haar ervaringen opgetekend in het boek De hand op de spiegel (Kosmos Uitgevers). Ze benadrukt dat ze vroeger zelf nooit zo spiritueel was ingesteld en dat ze erg verrast was door wat haar overkwam. Graag wil ze dan ook aannemelijk maken dat ze geen fantast is. Ze hoopt de sceptici te kunnen overtuigen.

Daarom bezoekt ze mensen met dezelfde ervaringen, paragnosten en wetenschappers. Ze verdiept zich ook in BDE’s, bijna-doodervaringen, die zouden aan­tonen dat het leven niet bij de dood ophoudt. Ze raakt overtuigd van het bestaan van ‘het spirituele rijk’ en van een ‘voort­levend bewustzijn’.

Onbegrip

Tegelijkertijd opent Heaphy Durham de aanval op ‘het sciëntisme’, een dogmatisch aanhangen van een materialistische filosofie waarin geen plek is voor spirituele ervaringen. De dominantie van dit sciëntisme zou ertoe leiden dat er een taboe rust op onbevangen onderzoek naar contact met overledenen.

Van Dean Radin, auteur van The Conscious Universe, leert Heaphy Durham dat revolutionaire denkers vaak op weerstand en onbegrip stuiten: ‘Galileo werd ook uitgelachen.’

Aan een wezenlijk verschil tussen Galileo Galilei en Dean Radin gaat Heaphy Durham gemakshalve voorbij. De Italiaanse natuurkundige werd op grond van religieuze overtuigingen bestreden, de Amerikaanse parapsycholoog op basis van wetenschappelijke argumenten in gerenommeerde bladen als Nature.

Dood

Van The Hand on the Mirror zijn in de Verenigde Staten zo’n 200.000 exemplaren verkocht. Dat is niet zo vreemd. De bestseller appelleert aan hetzelfde hoopvolle gevoel als de grote filmhit Ghost. Het is het idee dat liefdesbanden zo sterk kunnen zijn dat ze de dood overstijgen en dat de geest van een dierbare overledene altijd dichtbij is.

Vroeger bestond er een krachtig geloof in het hiernamaals. Er was een hemel voor de goeden, een hel voor de slechten en – in de rooms-katholieke theologie – een voorgeborchte voor de fatsoenlijke ongedoopten. Deze zekerheid is voor veel mensen verdwenen, maar het is moeilijk om de gedachte te accepteren dat het allemaal is afgelopen als de laatste adem is uitgeblazen.

Boeken als De hand op de spiegel bieden de vertwijfelden enige troost. Zij kunnen hoop putten uit de conclusie van Janis Heaphy Durham: ‘Ons leven eindigt echt niet als we sterven.’

Elsevier nummer 39, 26 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.