cultuur

Hoe edellieden christelijk ideaal in praktijk brachten

Door Gerry van der List - 03 september 2015

Het Centraal Museum in Utrecht richt de aandacht op de protestantse Nederlandse afsplitsing van de katholieke Duitse Orde.

In 1095 gaf paus Urbanus II het startsein voor de Kruistochten. Bewapende christenen trokken twee eeuwen lang naar het Heilige Land om de strijd aan te binden met moslims.

De riskante expedities gingen gepaard met de oprichting van christelijke ordes. Zoals de Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo. De leden werden bekend onder de naam tempeliers.

De monniken-soldaten hadden als taak de pelgrims te beschermen die naar Jeruzalem en omstreken trokken. Ze deden veel goeds, onder meer in de ziekenzorg. Maar ze hielden zich zeker niet altijd aan de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Het gezegde ‘drinken als een tempelier’ verwijst naar het consumeren van forse hoeveelheden alcohol.

Het liep slecht af met de tempeliers. In het begin van de veertiende eeuw werden ze door toedoen van de Franse koning Filips de Schone genadeloos uitgeroeid.

Duitse Orde

Een stuk beter verging het een veel minder bekende groep geestelijke ridders. De in 1189, tijdens de Derde Kruistocht, opgerichte Duitse Orde bestond eveneens uit monniken die zich vooral bezighielden met de geestelijke en lichamelijke verzorging van de kruisvaarders.

Zij kwamen uit het Heilige Roomse Rijk en vielen onder het gezag van de paus. Na het einde van de Kruistochten verloor de Duitse Orde flink aan betekenis, maar tot op de dag van vandaag maken de katholieke ridders zich verdienstelijk door middel van charitas.

In Nederland wist de orde slechts te overleven door een pragmatische verandering van religieuze richting. De protestanten die tijdens de Reformatie de macht hadden gegrepen, moesten niets hebben van het katholicisme en verboden simpelweg roomse instituties.

De enige manier om ontbinding te voorkomen, was het omhelzen van de overtuigingen van de heersende kerk. De Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht bestaat, als afsplitsing van de katholieke Duitse Orde, geheel uit protestanten.

Tentoonstelling

Een balije is een provincie van een orde, die wordt geleid door een landcommandeur. Aan het roer van het exclusieve gezelschap staat Jan Reint de Vos van Steenwijk. Hij beslist mede over de verdeling van het vermogen, dat grotendeels is gevormd door het verwerven van landerijen. Het geld komt vooral terecht bij wat de Vierde Wereld wordt genoemd, de onderklasse in eigen land.

Heel veel in de publiciteit treden de protestantse ridders niet. Maar nu zijn de schijnwerpers van het Centraal Museum in Utrecht gericht op de Orde, waarvan het monumentale hoofdkwartier, het Duitse Huis, in dezelfde stad is gevestigd. De tentoonstelling Kruisvaarders en weldoeners biedt tot en met 29 november een kennismaking met de ridderlijke weldoeners.

Te zien zijn onder meer portretten van alle tachtig landcommandeurs, oude documenten, een dodenmasker, een middeleeuws missaal, allerlei voorwerpen en een borstbeeld van Napoleon. De Franse keizer was een vijand van de Orde en liet het Duitse Huis in 1807 confisqueren. Pas in 1995 werd een terugkeer mogelijk.

En zo krijgt de bezoeker van het Centraal Museum een aardig beeld van de geschiedenis van de edellieden die in relatieve stilte het christelijke ideaal van naastenliefde in praktijk brengen.

Elsevier nummer 37, 12 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.