cultuur

Lijvige box van warmbloedige, ontroerende Itzhak Perlman

Door Joost Galema - 21 september 2015

Viool en musicus versmelten in het spel van Itzhak Perlman.

In een flat in Tel Aviv werd een peuter eind jaren veertig geraakt door de klank van violist Jascha Heifetz op de radio. ‘Dat wil ik ook,’ riep Itzhak. En hoewel vader Perlman nauwelijks wat verdiende als kapper – ‘de beste maaltijden waren brood met watermeloen’ – wist hij een kleine viool op de kop te tikken.

Niet lang daarna belandde het kind door polio in een rolstoel, en werd het instrument zijn speelkameraad. Israël leerde hem kennen als wonderkind. Een optreden op zijn twaalfde in de Amerikaanse The Ed Sullivan Show bracht de doorbraak. Amerikaanse Joden maakten emigratie mogelijk naar New York, waar zijn talent opbloeide.

Hij trad in de voetsporen van Heifetz, maar op een heel eigen manier. Zijn grote voorganger blonk vooral uit door een bijna onmenselijke beheersing van de viool, wat hem vaak iets ongrijpbaars en afstandelijks gaf. Perlman daarentegen valt op door zijn warmbloedige klank, die ontroert, en waarin ook echo’s van de Joodse geschiedenis zijn terug te vinden. De hemelse Heifetz vindt zijn gelijke in Perlman, die samenvalt met het aardse hout van zijn viool.

Afgelopen maand werd de Amerikaans-Israëlische violist zeventig. Deutsche Grammophon vierde dat al met een mooie 25-cd-box. Deze week verschijnt een nog lijviger doos bij Warner met liefst 77 cd’s, een audiobiografie met de klank van een mensenleven, waarin Perl­man ook heerlijk schmierend ragtime, jazz, klezmer en operette verkent.

Elsevier nummer 39, 26 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.